Recensie

Botte grappen zitten Peter Pannekoeks pleidooi voor #MeToo-nuance in de weg

Recensie

Mededogen met mannen die van seksueel misbruik beschuldigd worden, bepleit de cabaretier in zijn nieuwste show. Vrouwen komen er bekaaid af..

Het slachthuis van de geschiedenis is het decor in Peter Pannekoeks nieuwe show ‘Later was alles beter’. Hans-Peter van Velthoven

„Het oude is aan het sterven en het nieuwe moet nog geboren worden. Nu is het de tijd van de monsters.” Deze uitspraak van de Italiaanse neomarxist Antonio Gramsci vormt het motto van Later was alles beter, de tweede avondvullende voorstelling van cabaretier Peter Pannekoek.

Wie op basis hiervan een progressieve voorstelling verwacht, komt bedrogen uit. Pannekoek gebruikt de uitspraak van revolutionair Gramsci merkwaardig genoeg juist om zich tegen revolutie te verzetten. Volgens Pannekoek leven we in een tijd van ‘progressieve revolutie’, een tijd waarin vrouwen de macht overnemen en mannen van hun voetstuk vallen. Het steriele, wit betegelde decor verbeeldt het slachthuis van de geschiedenis, waarin mannen aan de schandpaal genageld worden voor seksueel misbruik.

Grappig over eigen besnijdenis

Pannekoek pleit voor ‘mededogen’ met deze mannen. Hij lijkt vooral moeite te hebben met het moralisme van #metoo en pleit voor nuance en introspectie: waarom wijzen we steeds naar anderen in plaats van naar onszelf te kijken? Hebben we niet allemaal een donkere kant?

Deze vraag had het begin kunnen zijn van een interessant zelfonderzoek, waarin Pannekoek zijn eigen donkere kant onder de loep neemt. Heel af en toe doet hij dat, zoals in een grappig verhaal over zijn besnijdenis, een traumatische gebeurtenis die hem confronteerde met zijn eigen seksuele driften.

Maar Pannekoek haalt zijn pleidooi voor nuance en relativering onderuit door botte grappen te maken over vrouwen, transgenders en mensen met het syndroom van Down. Zo houdt hij een lange tirade waarin hij de spot drijft met de passieve houding van vrouwen tijdens de seks, waardoor mannen al het werk moeten opknappen („Jullie #MeToo, ik #MeMoe!”) en stelt hij dat de strijd voor genderneutrale toiletten is doorgeslagen: „Over tien jaar krijgen we mensen die zich een kat voelen en gaan pleiten voor een kattenbak op elk toilet.”

Advocaat van de duivel

Hoewel Pannekoek soms bewust de advocaat van de duivel lijkt te willen spelen om ook zijn eigen duistere kant te benadrukken, is hij vaak ook bloedserieus, zoals wanneer hij suggereert dat we mensen met het syndroom van Down net zo goed ‘mongolen’ kunnen noemen, omdat we niet ‘politiek correct’ moeten willen zijn. Bovendien keert hij stereotypes over passieve vrouwen en aanstellerige transgenders nergens om, maar bevestigt hij ze vooral.

Pannekoek lijkt dus vooral mededogen te hebben voor de mannen. Vrouwen, transgenders en andere achtergestelde groepen moeten het, zoals altijd, ontgelden.

    • Dick Zijp