Archief van Toonder Studio’s gaat naar Literatuurmuseum

Bommel Onder meer veel vroeg werk van Toonder is geschonken. Materiaal van de film Als je begrijpt wat ik bedoel gaat naar het Eye Filmmuseum.

Poster van de Bommel-film Als je begrijpt wat ik bedoel. Foto Koen van Weel/ANP

Het archief van de studio van stripauteur Marten Toonder komt in handen van het Literatuurmuseum in Den Haag. Dat meldt het museum maandag. Materiaal van de Bommelfilm Als je begrijpt wat ik bedoel gaat naar het Eye Filmmuseum in Amsterdam.

De collectie werd geschonken door de kleindochter van Toonder, wiens verhalen over Olivier B. Bommel en Tom Poes jarenlang verschenen in NRC. Het Literatuurmuseum verwerft daardoor ruim 25.000 stripstroken van zijn reeksen Panda, Kappie en Koning Hollewijn.

Daarbij komen nog eens zo’n 20.000 originele stripstroken van andere titels uit zijn studio, waaronder vroege producties die teruggaan tot 1939, zoals Don Sombrero. Ook zitten er opzetten, schetsen, losse illustraties en correspondentie van Toonder in de collectie.

Toonder (1912-2005) verhuisde in 1965 naar Ierland om zich volledig te wijden aan zijn werk. De kunstenaar kreeg in 1992 de Tollensprijs voor zijn oeuvre.

Het archief toont volgens het Literatuurmuseum de samenwerking tussen de striptekenaar en zijn Toonder Studio’s ook na zijn vertrek. Directeur Aad Meinderts noemt het „een prachtige aanvulling op het persoonlijk archief van Toonder”. Dat is momenteel al in beheer van het museum.

Als je begrijpt wat ik bedoel was in 1983 de eerste tekenfilm van speelfilmlengte van Nederlandse bodem. Het filmmuseum Eye krijgt meer dan duizend filmcells, honderden potloodschetsen voor achtergronden en storyboards in zijn collectie.

Marten Toonder heeft diverse woorden en begrippen toegevoegd aan de Nederlandse taal. Een voorbeeld is ‘minkukel’, dat op 23 februari 1963 opdook in het verhaal Tom Poes en het Kukel – al werd daarin niet geheel duidelijk wat een kukel is. Ook het woord ‘denkraam’ is van Toonder („Neem me niet kwalijk!”, mompelde de oude, „er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn! Ik volg u niet”, zei heer Bommel op 7 januari 1950 in Tom Poes en Kwetal, de Breinbaas). De uitdrukking ‘kommer en kwel verscheen op 20 april 1960 („Het is alles kommer en kwel. ’t Is hachelijk. Hiertegen helpt alleen berusting”, stond in Heer Bommel en de Hachelbouten).

    • Christiaan Paauwe