Zo wanhopig dat je als moeder aangifte doet

Wie: Bas V. (27)

Kwestie: mishandeling van zijn moeder

Waar: Rechtbank Almelo

Op de gang veegt de moeder van de verdachte het zweet van haar voorhoofd. De zitting is vijf minuten geschorst. Het zal toch niet? Toch niet weer? Dat de rechtbank de strafzaak tegen haar zoon opnieuw aanhoudt omdat er nog altijd geen geschikte behandelplek beschikbaar is? Zeven maanden zit hij nu vast in het penitentiair psychiatrisch centrum in Zwolle nadat hij haar bijna had gewurgd en zij „uit pure wanhoop” aangifte tegen haar bloedeigen zoon heeft gedaan. „Bas móét nu geholpen worden.”

De instelling voor verstandelijk gehandicapten waar Bas met een rechterlijke machtiging gedwongen was opgenomen kon haar zoon niet langer aan. Bas had een medebewoner op het hoofd getimmerd, toen die met zijn voet tegen tafel tikte – daar zijn camerabeelden van. Een paar maanden later was zijn woonbegeleider aangevlogen, Bas had hem met gebalde vuist tegen schouder en nek gestompt. Zo kwam het dat de instelling Bas vorig najaar bij zijn moeder op de stoep afleverde. Met een zak medicijnen en de belofte dat hulpverleners uit de ggz Bas ambulant gaan begeleiden.

Maar dat zorgteam kwam er nooit. Ook niet nadat Bas zelf had aangeven dat hij een psychiater nodig had en zijn moeder heel Hengelo en omstreken had afgebeld voor hulp. Bas is zwakbegaafd, staat in reclasseringsrapporten, en kampt met autisme en een aandachtsdeficiëntiestoornis. Hij mist het gereedschap om zelfredzaam te zijn en mee te doen. Hij vlucht in cocaïne en alcohol, en als hij ontploft, is hij, schrijft de reclassering, „verminderd toerekeningsvatbaar en lopen spullen en mensen gevaar”.

Op 2 februari slaan de stoppen weer door. Bas heeft coke nodig. Hij pakt zijn moeder bij de schouders, smijt haar tegen de trap, knijpt de keel dicht en sleept haar aan de haren mee naar de pinautomaat. Onder dwang pint zijn moeder 20 euro, en later die nacht nog eens 10 euro. Ze doet aangifte en Bas wordt vastgezet. Hij huilt tranen met tuiten en bekent. De rechtbank houdt de zaak aan, in afwachting van opname in een forensische behandelkliniek met een hoog zorg- en beveiligingsniveau, op dringend advies van de reclassering.

Maar drie maanden later lijkt er nog altijd geen beweging in die zo broodnodige behandeling. Hoe eensgezind alle betrokkenen ook met elkaar optrekken: de bewindvoerder, reclasseringsmedewerkers, het veiligheidshuis Twente, justitie, de rechtbank, de advocaat. Niemand wil dat Bas de gevangenis in gaat, zegt de officier. Het OM Oost-Nederland heeft de zaak „op het hoogste niveau” bij het departement aangekaart.

Bas huilt als hij na de schorsing de zittingzaal binnenloopt. „Ik wil niet zitten op een plek waar binnen drugs zijn. Ik wil niet meer leven.”

Maar de officier van justitie heeft nieuws. Dat was „blijven hangen” in de keten. Er blijkt toch een behandelplek, bij de forensisch psychiatrische kliniek Veldzicht, in Overijssel. Met „een hoog beveiligingsniveau en toegerust op de juiste behandeling”. Maar dan moet de rechtbank wel direct uitspraak doen, bepleit hij. „Je moet het ijzer smeden als het heet is. Als het vonnis er ligt en betrokken partijen direct afstand doen van hoger beroep, ligt Bas z’n behandelplek vast. Dan kan het forensisch plaatsingsloket er niet meer onderuit.”

Bas springt op als hij zijn advocaat ziet knikken. „Ik zie: de lucht is blauw. Ik wil goed zijn voor de mensen!”

Alle vijf verdenkingen acht de officier bewezen. Mishandeling van een medebewoner; mishandeling van de woonbegeleider; mishandeling en afpersing van zijn moeder; en vernieling van een ruit in de huurwoning van zijn moeder. „Dit zijn ernstige feiten. De situatie thuis was heel angstig. Moeder kon niet tegen haar zoon op, ze wist niet wat er zou gaan gebeuren. Bas is een uniek persoon met een verstandelijke beperking, bij hem gaan dingen anders dan bij anderen.”

Bas begint te schreeuwen: „Ho, stop, ik ben geen achterlijke idioot.” Daarna tranen: „Ik heb er zo’n spijt van.”

De uitspraak volgt nog op zitting. De rechtbank acht Bas verminderd toerekeningsvatbaar en veroordeelt hem conform de eis van de officier tot 442 dagen gevangenisstraf waarvan 180 voorwaardelijk. Dat betekent dat Bas per 29 oktober naar Veldzicht gaat en daar maximaal 24 maanden behandeld wordt met trainingen om zijn agressie en verslavingen te reguleren. Daarna zal hij begeleid worden door medewerkers van de reclassering die met blaastesten, urine- en bloedonderzoek zijn drugs- en alcoholgebruik controleren en hem helpen aan een geschikte woonplek. De rechtbank bepaalt de proeftijd op drie jaar.

Bas zucht van opluchting en lacht zijn tanden bloot. „Ik hou van je mama.”

    • Wubby Luyendijk