Storm van kritiek voor Japanse oorlogsjournalist na ‘hel’ Syrië

Japan

Gegijzelde journalist na vrijlating verwelkomd met pek en veren.

Jumpei Yasuda hield op 2 november een persconferentie in Tokio. Foto Reuters

Het was „hel” geweest, zei de Japanse journalist Jumpei Yasuda nadat hij op 23 oktober vrijkwam in Syrië. Meer dan drie jaar was hij gegijzeld, onder meer door de Syrische tak van Al-Qaeda. De zware jaren van folteringen en onzekerheid hebben de 44-jarige freelance journalist flink verouderd. Zijn donkere haar en baard zijn nu grijs. De blik in zijn ogen is anders.

Veel Japanners tonen echter weinig mededogen. Nog voordat Yasuda weer voet op Japanse grond zette werd hij op sociale media al zwaar bekritiseerd. Hij had het advies van de Japanse overheid moeten volgen om het gebied niet te bezoeken, benadrukten velen. Hij zou niet eens Japans zijn maar Koreaans, schreven duizenden. Een persoon op Twitter noemde hem een „anti-burger”.

Yasuda bekleedt een uitzonderlijke positie in Japan. Hij is een van de weinige Japanse journalisten die vanuit het Midden-Oosten verslag deed van de Amerikaanse ‘War on terror’. Sinds 2001 bezocht hij onder meer Syrië, Irak en Afghanistan. Zijn observaties verschenen in artikelen en boeken. Ook was hij vaak op tv. Zijn werk is een belangrijke informatiebron over de gevolgen van de strijd in het Midden-Oosten. Cruciaal in een land waar velen nauwelijks weten wat er buiten Japan gebeurt.

Verantwoordelijkheid

Hij lijkt ook zijn landgenoten goed te kennen. Zijn eerste verklaring na zijn terugkomst, voorgelezen door zijn vrouw, bestond vooral uit excuses. „Ik verontschuldig me voor het veroorzaken van zoveel problemen en zorgen. Maar dankzij u allen kon ik veilig terugkeren.”

Op 2 november herhaalde hij zijn verontschuldigingen tijdens een persconferentie. Hij nam volledige verantwoordelijkheid en verontschuldigde zich dat hij een „moeilijke situatie” had veroorzaakt voor de regering. Foto’s van zijn diepe buiging stonden in vrijwel alle nieuwsmedia.

Die „eigen verantwoordelijkheid” wordt eindeloos herhaald op tv. Wat Yasuda heeft meegemaakt als gijzelaar komt vrijwel niet aan bod. Dat heeft te maken met het „sterk collectivistische” karakter van de Japanse samenleving, zegt politicoloog Koichi Nakano (Sophia Universiteit Tokio). „Legitimiteit wordt toegeschreven aan gevestigde organisaties als de overheid en grote bedrijven. De reguliere media versterken die opvattingen.” Wie zijn leven en werk wijdt aan wat de overheid of een werkgever opdraagt wordt vrijgesteld van allerlei soorten verantwoordelijk en kritiek, aldus Nakano. „Maar zij die niet gelieerd zijn aan een organisatie, en advies van de overheid negeren, worden aangevallen door hen die een deugd maken van hun blinde toewijding.” Zo krijgt eigen verantwoordelijkheid een hele andere betekenis en wordt het code voor gehoorzaam zijn aan officiële instanties.

Maar er is ook kritiek op de visie dat Yasuda de Japanse overheid last heeft bezorgd. Zo stelt tv-commentator Toru Tamakawa dat journalisten een belangrijke rol spelen in het scheppen van een transparante maatschappij, en dat er vreugde getoond moet worden dat Yasuda veilig kon terugkeren.

Premier Abe hield zich daarentegen opvallend stil. Hij heeft Yasuda of zijn familie niet gefeliciteerd met zijn veilige terugkeer. Hij heeft hem evenmin ontmoet, of gezegd dat hij dat wil doen. Zo bevestigt Abe, bewust of onbewust, de kritiek.

In 2010 verwoordde de Amerikaanse oorlogsjournalist Marie Colvin de noodzaak voor het werk van reporters als Yasuda: „Iemand moet naar oorlogsgebieden gaan om te zien wat er gebeurt. Je kunt die informatie niet krijgen zonder plekken te bezoeken waar mensen worden neergeschoten en anderen naar jou schieten.” Ook Colvin was zich bewust van de kritiek. „De echte moeilijkheid is voldoende vertrouwen in de mensheid te hebben om te geloven dat genoeg mensen – de regering, het leger of de man op straat – zich erom zullen bekommeren wanneer jouw verslag de pagina, de site of het tv-scherm bereikt.” Twee jaar later kwam Colvin om het leven toen ze de slag om de Syrische stad Homs versloeg.

De Japanse overheid zegt dat het niets heeft betaald voor de vrijlating van Yasuda. Volgens mensenrechtengroep Syrian Observatory for Human Rights hebben Turkije en Qatar onderhandeld en heeft Qatar wel degelijk losgeld betaald, 3 miljoen dollar volgens de organisatie.

    • Kjeld Duits