Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Narrenkap

Ik ben nooit erg vleiend over Velp. Ik haat carnaval. De combinatie Velp en carnaval kende ik van vroeger, dat was eens maar nooit meer. Juist vanwege die invalshoek was ik gevraagd om de inauguratie van prins Ronald 3 van carnavalsvereniging De Narrenkap in Velp op te leuken.

Ik antwoordde prins Ronald 3, hij bleek directeur van een zwembad in Ede en vatte zijn leven samen als „het gezin altijd op 1”, dat het voor iedereen beter was om iemand anders te vragen, reden voor hem om „extra gas te geven”.

Zijn adjudant kon lekker koken.

Als ik toch zou komen, mocht ik bij hem eten.

Waarom zou ik dat willen?

Ik woon tweehonderd kilometer verderop, ik kom alleen in Velp vanwege mijn moeder, ik heb twee kleine kinderen, hoezo zou ik zin hebben in een etentje met prins Ronald 3 en zijn adjudant in Velp? Op een zaterdagavond?

Twee telefoongesprekken en tien mails van prins Ronald 3 later was ik om.

De zelfhaat was groot toen ik bij het huis van mijn moeder (87) werd opgehaald door de prins en zijn adjudant, beiden in vol ornaat. Mijn moeder, die geen idee had waar ik naartoe ging en ons nakeek vanachter de vitrage, belde mijn broer om te zeggen dat ik was meegenomen door ‘boswachters’.

We reden naar de rafelrand van het dorp. Na de sloop van zaal De Gildebroeders beschikt Velp niet meer over een zalencomplex, reden waarom de carnavalsvereniging al een paar jaar in een pand op industrieterrein De Beemd aan de IJssel bivakkeert. Ik vond het heel erg Velp om te feesten op een industrieterrein, maar misschien zei dat ook wat over carnaval boven de grote rivieren.

In de auto vertelde de prins dat hij in 2015 had meegedaan aan het programma Spoorloos om zijn vader op te sporen, het bleek een Duitser te zijn. De vrouw van adjudant Frank, die naast me op de achterbank zat, miste op de Olympische Spelen van 2000 in Sydney als waterpolospeelster in de halve finale een strafworp, waardoor de finale werd gemist. Ze was daar nog steeds niet overheen.

Mij was gevraagd om het dorp van mijn jeugd tot op het bot af te kraken, maar na afloop sloegen ze armen om me heen en klaagden allemaal over het dorp. De zoon van de schoenmaker zat op de Fredericusschool bij mijn zus in de klas maar reisde inmiddels als zakenman de hele wereld over. Hij was niet trots of zo, maar concludeerde wel dat er op de hele wereld nergens zoiets was als ‘Velp’. Ik keek naar de muts met vijf pluimen op zijn hoofd en merkte dat mijn bezwaren even op waren.

Ik had het een beetje warm van Velp, tijd om te gaan.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen