Media-aandacht van BN’ers, werkt dat?

Invloed van beroemdheden

Filmmaker Tim Hofman zet zijn bekendheid in voor een maatschappelijk doel. Heeft celebrity politics invloed op beleid?

Als de actievoerende beroemdheid zijn zin krijgt, komt dat dan door hem, of was het zonder de actie ook wel gebeurd?' Foto Hollandse Hoogte/Laurens van Putten

BNN-programmamaker Tim Hofman zweepte de twittergemeenschap dit weekend nog wat op: ‘150K. KOM OP.’ Inmiddels heeft hij met zijn petitie voor een nieuw kinderpardon al meer dan 200.000 handtekeningen verzameld.

Hofman doet, zoals dat in de wetenschap heet, aan celebrity politics: hij gebruikt zijn bekendheid om de politiek te beïnvloeden. Daar kijken we tegenwoordig niet meer van op: vorig jaar december nog hadden we de vorige actie voor een kinderpardon, gevoerd door onder anderen Jan Terlouw, Katja Schuurman en Arie Boomsma. Arjen Lubach gebruikte zijn programma om te ageren tegen de nieuwe inlichtingenwet. En twee jaar geleden was er de brief van Hugo Borst, die 2 miljard extra wilde voor de ouderenzorg.

Is het goed dat BN’ers hun bekendheid op deze manier gebruiken? Onder wetenschappers bestaat hier onenigheid over. Invloed van beroemdheden is ondemocratisch, zegt het ene kamp: één zo’n persoon krijgt op deze manier veel meer zeggenschap dan de gewone man. Het andere kamp juicht het juist toe, omdat beroemdheden betrokkenheid onder de bevolking kunnen stimuleren.

Invloed hebben

Belangrijker nog is de vraag of die acties van beroemdheden überhaupt invloed hebben op het beleid. Helaas is daar nog weinig empirisch onderzoek naar gedaan. Dat geldt zeker voor de Nederlandse situatie, zegt hoogleraar bestuurskunde Paul ’t Hart. „Hier is celebrity politics echt een beginnend fenomeen.”

Daarbij komt dat het überhaupt lastig is om de invloed van een actie aan te wijzen. Als de actievoerende beroemdheid zijn zin krijgt, komt dat dan door hem, of was het zonder de actie ook wel gebeurd? „Invloedsmeting is een van de kernproblemen in de politicologie”, vertelt ’t Hart. „Een rechtstreekse relatie tussen de inzet van celebrity X en een wet die er vijf jaar later komt, is moeilijk te leggen. Wat je wel kunt meten is de invloed van die inzet op het publieke debat. In het geval van Tim Hofman is dat effect heel duidelijk.”

Lees ook hoe Hofman in korte tijd de gewenste handtekeningen wist te krijgen: 'meer steun is altijd beter'

De invloed van beroemdheden is dus een tweetrapsraket: zij agenderen iets in de media, en de opwinding die dit teweegbrengt kan weer van invloed zijn op de politiek. Naar die invloed deed bestuurskundige Rianne Dekker onderzoek. Zij keek naar zestien specifieke casussen, alle op het terrein van immigratie, die veel aandacht kregen in de media: denk bijvoorbeeld aan de jonge uitgeprocedeerde asielzoeker Mauro Manuel, die in 2011 na veel ophef alsnog een verblijfsvergunning kreeg.

De invloed op de politiek bleek het grootst wanneer de media een human interest-verhaal brachten dat contrasteerde met het beleid, zoals in het geval van Mauro. Zo’n persoonlijk verhaal laat de gevolgen van beleid zien op een manier die mensen raakt, vertelt Dekker. Dan zijn ze bereid in actie te komen, en dat kan weer invloed hebben op politici. „Als beleidsmakers denken dat het protest breder gedragen wordt, zullen ze het serieus nemen”, zegt Dekker. Ze noemt oud-staatssecretaris Gerd Leers als voorbeeld: die zei achteraf dat de mediaberichtgeving zijn besluit over Mauro had beïnvloed.

In een aantal van de casussen die ze onderzocht zag Dekker dat bekende Nederlanders hun stempel drukten op de beeldvorming. Dat was bijvoorbeeld het geval bij Mauro, die steun kreeg van onder anderen Frans Bauer, Dinand Woesthoff en Freek de Jonge; en ook bij de Afghaanse tolk Abdul Ghafoor Ahmadzai, die werd gesteund door Peter R. de Vries en Sanne Wallis de Vries.

Maar deze media-aandacht verliest ook snel aan kracht: wanneer er te veel van dit soort gevallen opduiken, treedt ‘compassiemoeheid’ op. Zo zochten na Mauro nóg twee jonge asielzoekers de publiciteit, maar zij kregen veel kritische reacties. Dat er nu, twee maanden na Lili en Howick, opnieuw aandacht is voor jonge asielkinderen laat zien dat die compassiemoeheid nog niet heeft toegeslagen.

    • Floor Rusman