Buma haalt uit naar coalitiegenoot

CDA-congres Dat het kabinet na de Provinciale Statenverkiezingen de oppositie misschien hard nodig heeft, telt voor CDA-leider Sybrand Buma even niet. Hij haalt uit naar Jesse Klaver (GroenLinks). Maar ook naar VVD-minister Bruno Bruins, om de failliete ziekenhuizen.

Partijleider Sybrand Buma en scheidend voorzitter Ruth Peetoom in de Groningse Suikerfabriek, waar het CDA zaterdag een partijcongres hield. Foto Koen van Weel/ANP

CDA-leider Sybrand Buma kiest op het partijcongres in Groningen, op zaterdag, één bekende tegenstander. En een onverwachte. Jesse Klaver van GroenLinks, de bekende, vindt hij „arrogant”. Die heeft, zegt Buma in zijn speech, „een gebrek aan respect voor de kiezer en de democratie”, omdat Klaver de Provinciale Statenverkiezingen van maart volgend jaar „een referendum voor het kabinet” had genoemd. Voor het CDA gaan die verkiezingen over alles wat mensen „direct raakt”: het tekort aan woningen, nieuwe wegen, openbaar vervoer. „Maar ook over klimaatbeleid en over cultuur en tradities dicht bij huis.”

Jesse Klaver is van de oppositie. Dat het kabinet-Rutte III die ná de Provinciale Statenverkiezingen misschien wel heel hard nodig heeft voor een meerderheid in de Eerste Kamer, lijkt Buma nog niet zo interessant te vinden.

Opvallend – ongebruikelijk hard – is wat Buma zegt over VVD-minister Bruno Bruins die over de ziekenhuizen gaat. Buma begint in zijn speech eerst over de opdracht die het kabinet zich heeft gesteld: het vertrouwen van burgers terugwinnen. „Dat krijgt een knauw als van de ene op de andere dag een ziekenhuis omvalt.” Ruim een week geleden gingen het MC Slotervaart en de IJsselmeerziekenhuizen failliet. Buma zegt in Groningen: „Dat had nooit mogen gebeuren. Dat had voorkomen moeten worden.”

Door wie? Buma noemt de minister voor Medische Zorg niet bij zijn naam. Hij reageert wel op de omstreden uitspraak die Bruins meteen deed toen de ziekenhuizen in de problemen raakten – dat de overheid er niet is om „een stapel stenen te bewaken”. Buma zegt: „Ziekenhuizen zijn meer dan een stapel stenen. En faillissementen zijn geen stresstest voor de zorg, zoals de minister zei.”

‘Ziekenhuis is geen bedrijf’

De oorzaak van de problemen is volgens Buma „het liberale rendementsdenken”. „Dat is te ver doorgedrongen in onze samenleving en dat klonk ook door in de woorden van de minister.” Een ziekenhuis is, vindt Buma, géén bedrijf met klanten en contracten. „Zorg gaat over de behandeling van en aandacht voor kwetsbare mensen. Over de toewijding van personeel.”

Bij de uithaal naar Klaver schudt Tweede Kamerlid Kathalijne Buitenweg (GroenLinks) haar hoofd en maakt aantekeningen. Ze is als bezoeker op het CDA-congres, zoals Kamerleden vaker doen bij andere partijen. De CDA’ers om haar heen klappen hard. Dat doen ze ook bij de felle kritiek op Bruno Bruins, al is híj van een collega-regeringspartij.

Het CDA staat in de peilingen al maanden op verlies, en nu komen er verkiezingen aan. Het is niet voor niks dat het congres in Groningen is – dat is een van de 37 gemeenten waar op 21 november herindelingsverkiezingen zijn. Veel belangrijker worden de Provinciale Statenverkiezingen van begin volgend jaar.

In de lunchpauze gaan CDA-bewindslieden en lokale CDA’ers in een dubbeldekker naar de binnenstad van Groningen. Er liggen felgroene sjaals voor hen klaar, en ook groene brillen, jassen, folders. Hugo de Jonge, vicepremier en minister van Volksgezondheid, gaat als enige zonder sjaal de straat op.

Als een groep oudere vrouwen hun tegemoet loopt, roept minister van Defensie Ank Bijleveld: „Hugo, dit is echt wat voor jou.” Hij lacht en gaat naar hen toe, deelt folders uit. „Gaat u stemmen? Mag ik u dit geven? Van het CDA?”

Op de dansvloer

Minister Wopke Hoekstra van Financiën wordt een paar keer herkend op straat. Al is er een enkeling die twijfelt. „Bent u een stand-in voor de minister?” Het is voor de CDA’ers moeilijk om op deze zaterdagmiddag kiezers te vinden. Veel mensen die komen winkelen wonen niet in Groningen en hebben dus geen verkiezingen. Er zijn ook veel toeristen.

De Haagse CDA’ers zijn er al sinds vrijdagavond. De jongerenafdeling organiseert dan een feest, Bijleveld staat tot diep in de nacht op de dansvloer. Op zaterdagochtend bezoekt Wopke Hoekstra samen met staatssecretaris Mona Keijzer het constructiebedrijf De Verbinding, waar doven werken. Ze krijgen een rondleiding, ze praten met werknemers via een doventolk. Hoekstra kent zelf ook wat gebaren en gebruikt die. Hij heeft een informatiemap bij zich over het bedrijf. „Wat kunnen wij voor u doen?” vraagt hij aan het eind – en maakt aantekeningen.

Hugo de Jonge is op zaterdag al vroeg bij een koffieochtend in een verzorgingstehuis. Met een roestvrijstalen koffiekan loopt hij rond in een zaal met vooral vrouwen. Er is livemuziek, net iets te hard. Soms gaat hij zitten en vraagt: „Wat vindt u van mijn baard?” De meesten vinden het mooi. Hij praat met de ouderen over de zorg die ze krijgen, waarom ze hier wonen en hoe lang al.

Een man die er net een week zit en de minister „nogal jong” vindt, zegt: „Waarom bent u hier eigenlijk? Moet u niet juist naar de plekken waar het níét goed gaat?”

Niet alleen maar, vindt De Jonge. Hij staat op, anderen willen ook koffie.

    • Lamyae Aharouay
    • Petra de Koning