Recensie

Absolute grootmeesters van de Renaissance in Italië

Recensie Mantegna en Bellini De National Gallery in Londen toont in een schitterende vergelijkende expositie (●●●●●) hoe de twee Italiaanse schilders Andrea Mantegna en Giovanni Bellini – ze waren zwagers – aan elkaar gewaagd waren.

Andrea Mantegna, De Kruisiging (1456-’59) Foto Musée du Louvre, Parijs/ Thierry Le Mage

Jaarlijks op 2 februari viert de katholieke kerk het feest van Maria Lichtmis. Herdacht wordt dan dat het precies veertig dagen eerder geboren kindje Jezus, volgens het joodse gebruik, door zijn ouders in de tempel aan God werd opgedragen. Een schilderij van de vijftiende-eeuwse kunstenaar Andrea Mantegna, dat tegenwoordig wordt bewaard in Berlijn, toont de gebeurtenis in een liggende compositie van circa 75 cm hoog door middel van een rijtje van voornamelijk bustefiguren. Links tilt Maria haar zoontje omhoog: hij is de enige die ten voeten uit is uitgebeeld, strak ingebakerd in windselen die met verspringende verticale strepen een uit baksteen gemetseld harnas lijken. Midden op de achtergrond is Maria’s echtgenoot Jozef getuige van het aanbieden van het kind aan een strenge priester.

Andrea Mantegna, De presentatie van Christus in de tempel (ca. 1454)

Foto Gemäldegalerie, Berlin / Christoph Schmidt

Opvallend in de compositie zijn twee figuren aan de uiterste randen. Rechts is achter de schouder van de priester nog juist het gezicht te zien van een jonge man. Van hem wordt, gezien zijn uiterlijk en leeftijd, vrij algemeen aangenomen dat het een zelfportret is van de schilder. Het ligt dan voor de hand dat de gesluierde gestalte van de vrouw links naast Maria zijn echtgenote Nicolosia zal zijn. In dat geval zal het schilderij zijn gemaakt in of vlak na 1453, het jaar waarin de twee trouwden. Mantegna zal het werk dan misschien hebben gemaakt ter ere van het huwelijk en in de hoop op nageslacht.

In nog een ander opzicht documenteert dit schilderij een cruciale familieverbintenis: Nicolosia was de oudste dochter van de befaamde Venetiaanse schilder Jacopo Bellini en door haar huwelijk werd haar jongste broer Giovanni (volgens sommigen haar halfbroer) de zwager van Mantegna.

Toen ze familie werden waren Andrea Mantegna (ca. 1430-1506) en Giovanni Bellini (ca. 1435-1516) jonge twintigers. Ze stonden allebei aan het begin van een grootse en uitzonderlijk lange carrière. Met een prachtige selectie van 75 schilderijen, tekeningen en prenten, voornamelijk van de hand van de zwagers zelf, illustreert de National Gallery in Londen – de expositie gaat volgend jaar maart naar Berlijn – hun onderlinge vriendschap en samenwerking, navolging en broederlijke rivaliteit.

Illustratief is de versie die Bellini twintig jaar later schilderde van de Presentatie in de tempel, en die in de expositie is opgehangen naast die van Mantegna. Niet alleen zijn de twee werken van bijna identieke afmetingen, maar ook is uit recent onderzoek gebleken dat de compositie daadwerkelijk door Bellini is overgetrokken van die van Mantegna. Typisch voor het werk van de Venetiaanse schilder is dat zijn kleuren zachter zijn en meer in elkaar overlopen, de gezichtsuitdrukkingen welwillender overkomen en de figuren een minder sculpturale modellering kennen dan die van Mantegna, die veelzeggend genoeg ook als beeldhouwer heeft gewerkt.

Giovanni Bellini, De presentatie van Christus in de tempel (ca. 1470–75)

Foto Fondazione Querini Stampalia Onlus, Venezia

De twee kunstenaars, die tegenwoordig worden beschouwd als absolute grootmeesters van de Renaissance in Noord-Italië, hadden elk een andere weg afgelegd. Mantegna was de zoon van een timmerman uit Padua in de republiek Venetië. Hij leerde er het schildersvak en moet er in aanraking zijn gekomen met sculpturen van Donatello. Daarnaast onderhield hij contact met geleerden van de beroemde universiteit. Van hen moet hij zijn levenslange interesse in de klassieke oudheid hebben overgenomen en een belangstelling voor zaken als de wetenschappelijke beredenering van het perspectief om de drie dimensies van de werkelijkheid om te zetten in een voorstelling op het platte vlak.

Andrea Mantegna, St. Sebastiaan (1456-’59)

Foto Kunsthistorisches Museum, Wenen

Mantegna’s schilderij van de met pijlen doorschoten heilige Sebastiaan (1459/1460) toont een goeddeels naakte figuur in een klassieke pose, tegen de achtergrond van met archeologische precisie uitgebeelde resten van antieke architectuur en beeldhouwwerk. De beroemde Gestorven Christus in het Brera-museum van Milaan ontbreekt in deze expositie, maar de ontwikkeling van het perspectief in dit schilderij van een liggende figuur gezien vanaf de voetzolen, is hier mooi te volgen. Een reeks pentekeningen toont de liggende man steeds een stukje verder gedraaid, zodanig dat hij nog maar één tikje nodig heeft om de ongehoorde positie in het schilderij te bereiken.

Konijntjes

Giovanni Bellini kwam uit een heel ander nest. Zijn vader Jacopo was midden vijftiende eeuw een toonaangevende kunstenaar in de handelsmetropool Venetië. In zijn succesvolle atelier werkten twee zoons, Gentile en Giovanni. Laatstgenoemde onderscheidde zich door zijn briljante kleurgebruik, een op het gemoed werkende uitdrukkingskracht van zacht gemodelleerde Madonna’s en heiligen en een buitengewone vaardigheid in het schilderen van het nieuwe genre van het landschap. In devotionele voorstellingen op klein formaat van bijvoorbeeld Maria met kind speelt de landschapsachtergrond vaak nog een ondergeschikte rol, maar in grotere, mythologische en religieuze scènes in de buitenlucht leefde Bellini zich uit. In bergachtige landschappen met bomen en andere vegetatie plaatste hij talloze vogels en konijntjes, en boeren en herders aan hun dagelijks werk.

Giovanni Bellini, Het Lijden in de tuin van Gethsemane (ca. 1460-’65)

Foto The National Gallery London

Mantegna’s huwelijk met Bellini’s zus was zeker voor een belangrijke Venetiaanse schildersfamilie als de Bellini’s geen ongebruikelijke transactie. Het zorgde voor continuïteit in het atelier en voorkwam kopzorgen over financiën. Toch verliet Mantegna het Bellini-atelier al vrij snel toen hij in 1560 hofschilder kon worden van de familie Gonzaga in Mantua, een stad op minder dan een dagreis van Venetië. Duidelijk is dat de zwagers contact zijn blijven houden. Blijkens de compositie van de Presentatie in de tempel die Bellini overtrok van het schilderij van Mantegna, hadden de kunstenaars van dichtbij toegang tot elkaars werk. Maar ook andere composities, zoals die van de heilige Hiëronymus in de woestijn, of Christus die voorafgaand aan zijn lijdensweg bidt tot God in de Hof van Gethsemane, zijn door beide kunstenaars geschilderd, zo te zien met gebruikmaking van identieke ontwerpen of door observatie door de een van het werk van de ander.

Andrea Mantegna, Het Lijden in de tuin van Gethsemane (ca. 1458-’60)

Foto The National Gallery London

Eerbetoon

Pas tien jaar geleden waren er grote tentoonstellingen van het werk van Mantegna in Parijs en Bellini in Rome. De grote verdienste van de expositie in Londen is de tot dusverre ongekende nevenschikking van vele werken in verschillende media van beide kunstenaars. Daaruit wordt prachtig duidelijk hoe bijvoorbeeld Mantegna een Bellini-achtig landschap schilderde in de achtergrond van een klein schilderij van de Graflegging van de Maagd Maria.

Andrea Mantegna, De dood van de Maagd (ca. 1460-’64)

Foto Museo Nacional del Prado, Madrid

Door het uiterst gedetailleerd weergegeven gezicht op de stad door het open raam, is het alsof de scène zich afspeelt in het kasteel van de Gonzaga’s in Mantua. En Bellini bracht op zijn beurt een hommage aan zijn vakbroeder in een busteportret van een man in driekwart aanzicht, die met zijn antieke mantel om de schouders en een lauwerkrans op het hoofd een oudheidkundig geleerde moet zijn van het slag waar Mantegna zich zo graag mee verstond. Mogelijk is het zelfs een portret van Mantegna zelf. Andrea Mantegna bereikte de leeftijd van zo’n 75 jaar en Giovanni Bellini, die in 1516 overleed, werd nog ouder. Beiden bleven tot het laatst toe aan het werk. Toen Mantegna overleed in 1506 liet hij een onvoltooide grisailleschildering achter met scènes uit het leven van de antieke Romeinse veldheer Scipio Africanus.

Ongetwijfeld uit vriendschap en respect voltooide de oude Bellini het project, ondanks het feit dat hij enkele jaren eerder, uit eenzelfde respect, de vrees had uitgesproken met een schildering van een antieke geschiedenis te worden „beoordeeld in vergelijking met het werk van Meester Andrea”.

Giovanni Bellini enTitiaan, “Het feest van de goden” (1514/1529). Foto National Gallery of Art, Washington

    • Bram de Klerck