Verhuizen, doodschieten of zo laten

Oostvaardersplassen Mogen ruim 1.800 herten in de Oostvaardersplassen worden doodgeschoten? Maandag dient een rechtszaak.

Het aantal grote grazers in de Oostvaardersplassen moet omlaag. Ruim duizend herten worden afgeschoten, zo luidt het plan. Foto Olivier Middendorp

Geschokt is ze. Annemieke van Straaten, gestoken in laarzen en winterjack, wandelt op een pad aan de rand van de Oostvaardersplassen en wijst om zich heen. „Over een paar weken is hier niets meer te eten. Het is een maanlandschap.” Tot voor kort had Van Straaten, afkomstig uit de „internationale paardenwereld”, nog nooit gehoord van de Oostvaardersplassen, het natuurgebied tussen Almere en Lelystad. Ze schrok zich rot. „Ik zag de afgelopen winter dode paarden vastgevroren liggen in het moeras. Ik heb over botten gelopen. Ik dacht: wat is dit in godsnaam?”

Het is een gure ochtend. We lopen door het Oostvaardersveld op zoek naar een kudde in het wild levende paarden. Van Straaten wil laten zien hoe miserabel het leven hier is. „Een zwaar verwaarloosde dierentuin.” Met een vriendin heeft ze een stichting in het leven geroepen om een einde te maken aan de „misstanden”. Van Straaten heeft een veelbezochte Facebookpagina en heeft met geld van donaties advertenties in kranten gekocht, en spotjes op televisie met illusionist Hans Klok en ruiter Anky van Grunsven. „De ecologen duwen hun dromen de mensen door de strot, over de rug van duizenden dieren. Dat is kwalijk. Als een paardenhouder zo met z’n dieren zou omgaan, kan die z’n bedrijf wel sluiten.”

Na twee uur wandelen heeft ze de paarden gevonden, aan de grens van het gebied. „Kijk, ze steken hun kop over het hek omdat daar nog wel eten is.” Ze loopt in het gras tussen de dieren, schuldbewust. „Je mag eigenlijk niet van de paden af.” Ze zoent een van de paarden en schudt het hoofd. „Ze zijn mager. De manen zijn niet verzorgd. Kijk eens hoe die merrie erbij staat. Ik kan wel janken. Die gaat binnenkort kapot. Ze is kansloos.”

Annemieke van Straaten is een van de tegenstanders van het beheer van de Oostvaardersplassen, waar „natuurlijke processen” prevaleren boven het verzorgen van dieren zoals in de veeteelt of de paardensport. Duizenden edelherten, konikpaarden en heckrunderen leven er zonder inmenging van de mens. In harde winters raakt een deel van de dieren door de honger verzwakt – in dat geval schieten boswachters om „onnodig lijden” te voorkomen. De weerstand groeit naarmate er meer dieren omkomen. De afgelopen winter stierf 68 procent van de edelherten, 33 procent van de runderen en 44 procent van de paarden. In totaal lieten 3.226 dieren het leven. „De hele wereld spreekt hier schande van”, zegt voorzitter Yvonne Bierman van de Stichting Welzijn Grote Grazers. Zij bereidt net als Annemieke van Straaten een rechtszaak voor. „De dieren zitten ingeklemd tussen hekken op onbeweidbare grond. Alle dieren moeten het gebied uit, of ze moeten worden gehouden zoals boeren dat doen.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen, over de toestand in de Oostvaardersplassen, en de vraag: wat is natuur nog in dit land?
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

Lastig en stressvol

De provincie Flevoland besloot onlangs, op advies van een commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Pieter van Geel (CDA), het gebied te „resetten”. Het wordt opnieuw ingericht en het aantal grote grazers wordt drastisch beperkt. De runderen mogen blijven, een deel van de paarden wordt verplaatst en een groot deel van de overgebleven edelherten, waarvoor transport lastig en stressvol is, wordt afgeschoten. Dat zijn er meer dan duizend. De provincie heeft een vergunning voor het afschieten afgegeven, en deze maandag vragen zes organisaties aan de rechter dit te verhinderen. Veelal staan ze achter het concept van de Oostvaardersplassen, en beschouwen het afschot als een onwettige breuk met dat beleid. „De noodzaak ontbreekt”, stelt Harm Niessen van Faunabescherming. „Men wil grote grazers een beter leven geven. Maar daar moeten eerst ruim duizend herten voor worden doodgeschoten. Merkwaardig.”

Bestuurslid Marius Bouscholte van Stichting Dierbaar Flevoland: „Laat de natuur haar gang gaan. Grote sterfte komt vaker voor in de natuur. In Noorwegen sterft onder extreme omstandigheden 80 procent van een populatie rendieren. In de Oostvaardersplassen is het negen maanden een paradijs en drie maanden afzien.”

Ook de Dierenbescherming is tegen afschot. „Gezonde dieren moeten in onze visie nooit worden afgeschoten. Onacceptabel leed moet uiteraard worden voorkomen. Dat kan door dieren tijdig uit hun lijden te verlossen”, aldus een verklaring. Net als enkele andere groepen ziet de Dierenbescherming meer heil in het vergroten van het leefgebied van de dieren. Maar plannen daarvoor zijn de afgelopen tien jaar steeds gesneuveld. „Het is in de Oostvaardersplassen misgegaan, omdat het natuurgebied als onvoldoende doordacht concept is neergezet en uitgevoerd”, aldus Dierenbescherming.

Het felste verzet komt van de mensen die het oorspronkelijke idee in z’n geheel verwerpen. Actievoerders klommen de afgelopen maanden over de hekken, sloegen houten kruizen in de grond en legden doodskisten neer. Ze gooiden hooibalen neer en veranderden met stiften op de bordjes de naam Oostvaardersplassen in Doodsvaardersplassen. Woedend zijn ze dat beheerders dieren „aan hun lot overlaten” en vervolgens afschieten.

Waar vijf jaar geleden de bioscopen nog volliepen voor een veelgeprezen film over de „echte natuur” in de Oostvaardersplassen, De Nieuwe Wildernis, worden nu boswachters regelmatig bedreigd. De harde acties culmineerden twee weken geleden in de vondst van een verdacht pakketje bij het provinciehuis in Lelystad, met spandoeken op verschillende plaatsen, volgens de politie in relatie tot het natuurgebied.

Bekijk ook deze fotoserie over de cyclus van leven en dood in de Oostvaardersplassen: De zichtbare dood van de grote grazers

Verafschuwen

Veel tegenstanders haasten zich te zeggen dat ze de actie verafschuwen. „Daar distantieer ik me van”, zegt Annemieke van Straaten. „Ik ben geen actievoerder. Als je zoiets doet, zit er niet alleen een schroefje bij je los, maar mis je een complete gereedschapskist.” Ook woordvoerder Karin Schulting van een aantal samenwerkende actiegroepen onder de naam KALF (Klub Animal Life Flevoland) is er niet blij mee. „Dit is een ondoordachte actie. Wij hebben nog nooit zoiets gedaan. Wij halen ook weleens iets uit, zoals het bijvoeren, maar wij zijn tegen geweld.” Ook de actiegroep Bouncers Against Animal Abuse heeft er niets mee te maken. „Het zou me niet verbazen als voorstanders van de Oostvaardersplassen dit hebben gedaan, om de tegenstanders zwart te maken”, zegt Cornel Gorsselink van de organisatie, die dierenbeulen opspoort. Ook Marius Bouscholte van Dierbaar Flevoland noemt de actie „afkeurenswaardig”.

Of de edelherten worden afgeschoten, maakt veel actievoerders niet uit. Ze zijn hoe dan ook tegen het uitgangspunt om dieren in de Oostvaardersplassen met rust te laten en willen dat de rechter daar definitief een einde aan maakt. Karin Schulting: „Dit natuurgebied is de natte droom van een paar ecologen, liever gezegd idiotologen.” Zij maakt zich sterk voor anticonceptie bij de dieren. „Wij hebben daar onderzoek naar gedaan. De provincie zegt dat het niet kan. Maar het kan wel.” Ook het verplaatsen van dieren is lastig maar niet onmogelijk. „Wat je erin zet, kun je er ook weer uit halen.”

Lees ook: ‘Reset’ Oostvaardersplassen juridisch mogelijk

Laten verhongeren

Nieuwe rechtszaken staan op stapel, aangespannen door onder meer Stamina, voluit Stichting Aanpak Misstanden Natuurbeheer. Voorzitter Bas Eblé: „Dit zijn geen wilde dieren. Daarvoor zijn de Oostvaardersplassen te klein. Dieren laten verhongeren stuit ons tegen de borst. Om daar actie tegen te voeren hoef je geen gevaarlijke terrorist genoemd te worden, we zijn fatsoenlijke mensen.”

De paarden in het Oostervaardersveld zijn geaaid, de middag breekt aan. Een clubje zilverreigers is aan het vergaderen. Annemiek van Straaten wandelt weer over de paden, en zegt dat alle grazers het gebied uit moeten. Al was het maar om te voorkomen dat ze worden blootgesteld aan het „gebrek aan vakkennis” en de „leugens” van Staatsbosbeheer. Ze heeft zes „razende reporters” in het gebied rondlopen die „misstanden” melden. Wat haar stoort, is onder meer de aanwezigheid van mosterdzaad en jacobskruiskruid. „Dat zijn giftige planten. Staatsbosbeheer zegt dat paarden die niet eten. Maar dat doen ze wel. Ze gaan er kapot aan.” Ander voorbeeld: „Er wordt gezegd dat dieren ‘in de winterstand’ gaan en geen eten nodig hebben. Dat is onzin. Paarden hebben altijd voedsel nodig.” En nog iets: runderen moeten beschikken over lang gras dat ze om hun tong kunnen wikkelen. „Dat gras ontbreekt hier.”

Staatsbosbeheer ziet met lede ogen aan hoe de publieke opinie is omgeslagen. Gesprekken worden niet geschuwd, beschuldigingen weersproken. Ecoloog Perry Cornelissen van Staatsbosbeheer: „Mosterdzaad en jacobskruiskruid zijn inheemse planten waar herbivoren aan gewend zijn. Ze zijn giftig, maar ze smaken ook niet lekker. Het wordt daarom niet gegeten.” Dat runderen lang gras nodig hebben, klopt. „Ik ben daar vorig jaar op gepromoveerd”, zegt Cornelissen. „De runderen krijgen maximaal voedsel binnen als ze het lange gras in één keer om hun tong kunnen slaan. Dat kan hier nu niet. Het gras is korter, door de aanwezigheid van paarden, edelherten en ganzen. Daardoor is de populatie runderen in de Oostvaardersplassen ook afgenomen.” Het is de consequentie van het concept dat je de natuur haar gang laat gaan. „Dat gebeurt onder natuurlijke omstandigheden ook. In Afrika neemt de Afrikaanse buffel in sommige gebieden af door onder meer concurrentie met andere herbivoren die het gras eveneens korter afgrazen.” Op de vraag of je dierenleed kunt verantwoorden als je dieren zelf in een afgesloten gebied hebt neergezet, antwoordt hij: „Dat is een lastige vraag. Misschien kopen we ons geweten af door te zeggen dat dit nu eenmaal natuurlijke processen zijn. Maar dat is een ethische kwestie. Ik ben ecoloog.”

We spreken ten slotte met Frans Pels Rijcken, de man die vorig jaar rechtszaken voerde tegen de Staat en Staatsbosbeheer. Die zouden zich hebben onttrokken aan hun „zorgplicht”. Het hof in Arnhem oordeelde dat Staatsbosbeheer z’n zorgplicht niet schendt, doordat de dieren in de Oostvaardersplassen geen ‘landbouwhuisdieren’ of ‘gezelschapsdieren’ zijn, maar ‘gehouden wilde dieren’, waarbij het volstaat om de dieren door afschot niet onnodig te laten lijden en creperen. Pels Rijcken: „De uitspraak van de rechter heeft veel dierenleed in de afgelopen winter veroorzaakt. Dat leed had voorkomen kunnen worden. Je moet de populatie aanpassen aan de draagkracht van het gebied. Dus het is onontkoombaar dat dieren nu worden afgeschoten.” Hij schreef na de rechterlijke uitspraak een protestsonnet. De tweede strofe:

Hoe kan een land zich nog beroemen op zijn voldragen humaniteit, als het voortdurend wil verbloemen hoe zeer een dier daar lijdt

    • Arjen Schreuder