Profiel

Menno Snel , staatssecretaris van Financiën

Overtuigd ambtenaar ontbeert politiek elan

Deze week verdedigt staatssecretaris van Financiën Menno Snel zijn Belastingplan. De D66’er verkoos de publieke zaak boven de bancaire sector. „Het zit in zijn genen.”

Ergens in 1994 – hij was 23 jaar oud – maakte Menno Snel een fundamentele keuze voor de rest van zijn leven. Werkzaam als stagiair op de afdeling capital markets van zakenbank MeesPierson besloot de jonge econoom te solliciteren bij het ministerie van Financiën. Hij werd aangenomen en belandde allereerst op de ‘OESO-kamer’ van de afdeling Internationaal monetair beleid.

Snel – vorige week 48 jaar geworden – koos na zijn studie algemene economie voor een bestaan als ambtenaar in rijksdienst in plaats van een leven in het hart van het kapitalisme. Van dealing room naar departement. De publieke zaak boven het grote geld.

Nu is hij staatssecretaris.

De carrièreambtenaar Menno Snel heeft een roerig jaar achter de rug in zijn nieuwe rol, die van politicus (D66). Hij moest lange tijd de afschaffing van de dividendbelasting verdedigen en kampt met de hardnekkige problemen bij de Belastingdienst. Deze week verdedigt hij in de Tweede Kamer zijn Belastingplan.

Snels keuze voor de publieke sector was er een „uit volle overtuiging”, zegt Carolien Gehrels, voormalig PvdA-wethouder in Amsterdam en een goede vriendin uit Snels Groningse studententijd. „Hij heeft altijd willen meedoen om het land beter te maken.”

Lees ook: Wie profiteren er van het overeind houden van de dividendbelasting?

In zijn eerste jaren bij Financiën richtte Snel een voetbalclubje op dat nog altijd elke dinsdagavond in de gymzaal van het departement een potje speelt. Er deden vooral collega-ambtenaren mee, maar ook vriendjes die wél in het bedrijfsleven waren gaan werken. Die speelden dan tegen elkaar; ‘de goeien tegen de graaiers’, noemden ze dat.

Binnen Snels vriendenkring bij studentenvereniging Albertus Magnus werd er veel en vurig gesproken over de toestand in de wereld. Gehrels: „Het was de tijd van de val van de Muur, de Europese eenwording en de komst van de euro.”

Zo ging het vroeger, thuis in Amersfoort, ook al, vertelt Menno’s twee jaar oudere broer Rens Snel. „We hadden aan tafel vaak levendige gesprekken over maatschappelijke thema’s uit de jaren tachtig: de Koude Oorlog, de kruisraketten, natuurbescherming, abortus.”

Vader Jan Snel, een biologieleraar met baard, wilde zijn zonen niet politiek indoctrineren, maar vond wel dat zij moesten leren discussiëren. Rens Snel: „Het ging niet om de politieke kleur, maar of je goed nadacht over je argumentatie en of je je wilde verdiepen in de standpunten van anderen. Als ik nu Menno bij een debat beluister, dan hoor ik daar weleens mijn vader in terug.”

Menno Snel (r) in 1976 met zijn broer Rens en hond Orba. Foto Familiearchief

Gouden generatie

Op het ministerie kwam Snel in 1995 terecht in wat een gouden generatie bleek te zijn. Deze bestond uit een groep economisch geschoolde academici die in de eerste helft van de jaren negentig aan de slag ging op afdelingen dicht op de politiek: Begrotingsbeleid, Algemene financiële en economische politiek en Buitenlandse financiële betrekkingen.

De jonge ambtenaren vielen op door hun werklust, hun intelligentie en hun enthousiasme. Bijna allemaal maakten ze een indrukwekkende carrière in het openbaar bestuur. Ze werden directeur-generaal, op Financiën of op een ander departement. Of thesaurier-generaal. Of topambtenaar in Brussel.

„Financiën had een enorme aantrekkingskracht op jonge, getalenteerde mensen met een bovengemiddelde maatschappelijke belangstelling”, zegt Gita Salden (lichting 1992), nu bestuursvoorzitter van publiekesectorbank BNG Bank.

Voor het grote publiek was Menno Snel een jaar geleden de grote onbekende uit het nieuwe kabinet-Rutte III. De enige bewindspersoon zonder politieke achtergrond. Nadat hij ‘ja’ had gezegd tegen het verzoek van D66-onderhandelaar Wouter Koolmees om staatssecretaris te worden, moest hij nog lid worden van de partij.

In de Haagse binnenwereld was Snel zeker geen vreemde. Hij werkte uiteindelijk veertien jaar op Financiën. Van zijn generatie jonge ambtenaren verliep Snels loopbaan misschien wel het steilst; al op zijn 33ste was hij plaatsvervangend directeur-generaal.

Geen bonus

Tussendoor maakte Snel toch twee kortstondige uitstapjes naar het bedrijfsleven. Hij werd in 2009 directeur strategie van pensioenuitvoerder APG. Twee jaar later wees hij een aantrekkelijke promotie af, omdat hij gevraagd was om bewindvoerder bij het Internationaal Monetair Fonds in Washington te worden, een diplomatieke functie waarin hij niet alleen Nederland maar ook veertien andere landen vertegenwoordigde.

Na twee termijnen keerde Snel terug naar Nederland om in september 2016 bestuursvoorzitter van de Nederlandse Waterschapsbank te worden. Hij was hiervoor gevraagd door Age Bakker, zijn voorganger bij het IMF en inmiddels president-commissaris bij die bank. Ruim een jaar later moest Snel Bakker bellen met de mededeling dat hij nu al zou stoppen om staatssecretaris te worden.

Opnieuw koos Snel voor zijn hart en niet voor het geld. Zijn salaris bij de Waterschapsbank lag zo’n 80.000 euro hoger dan de anderhalve ton die hij nu als staatssecretaris verdient. Bovendien ontving Snel vorig jaar geen bonus „in verband met zijn tussentijds vertrek in oktober 2017”, vermeldt het jaarverslag.

Age Bakker wees zijn afhakende topman nog wel op de evidente nadelen die aan zijn nieuwe baan zouden kunnen kleven: niet alleen het lagere inkomen, ook de slopende werkdagen, het hoge afbreukrisico en de helse klus bij de Belastingdienst. Maar Snel was niet op andere gedachten te brengen – hij vertrok. En Bakker begrijpt dat wel. „Bij Menno zit de publieke zaak in zijn genen. Hij wil daar echt iets voor kunnen betekenen, en wel zo dicht mogelijk op het vuur.”

Dat Menno Snel het ver zou schoppen, verbaast zijn collega’s van destijds niet. Ook hij was slim en energiek en ambitieus – al sprak hij dat laatste nooit hardop uit. Daarnaast had Snel nog een aantal eigenschappen voor de ideale ambtenaar. In het kort: hij wist het politieke proces te doorgronden, was communicatief sterk en oplossingsgericht. En hij maakte er wat leuks van.

Maarten Verwey (lichting 1993, nu directeur-generaal bij de Europese Commissie) was niet alleen naaste collega van Snel, maar ook diens jaarclubgenoot uit Groningen die hem in 1995 op een vacature bij Financiën wees. Hij zegt over zijn vriend: „Een goede beleidsambtenaar moet niet alleen een goed advies kunnen schrijven, maar ook weten hoe dat advies op de juiste plek terechtkomt om het betekenis te laten krijgen. Menno doorzag het politieke besluitvormingsproces heel snel.”

Volgens Laura van Geest (lichting 1990, werd in 2006 thesaurier-generaal en is sinds 2013 directeur van het Centraal Planbureau) is Snel opvallend goed georganiseerd. „Het was nog vóór het tijdperk van het paperless office, maar waar bij de meesten de stapels papier chaotisch hoog opgetast lagen, wist Menno zijn spullen al goed te organiseren. We keken jaloers naar Menno’s prachtig opgeruimde bureau.”

Volgens Pieter Hasekamp (lichting 1993, nu directeur-generaal Fiscale zaken) bleek Snels stille ambitie toen hij in 1999 op eigen verzoek naar een andere etage van ministerie verhuisde: van Buitenlandse financiële betrekkingen op de derde etage naar Fiscale zaken op de begane grond. Hasekamp: „Er was in die jaren een informele maar best strikte scheiding tussen de verschillende afdelingen. Menno was een van de eersten die vrijwillig afdaalden naar wat wij noemden ‘de krochten van Financiën’. Hij wilde graag iets meer van het fiscale beleidsterrein weten.”

De Tweede Kamer kijkt in het algemeen met bewondering naar de manier waarop Snel zich het politieke vak eigen heeft gemaakt. „Hij heeft een hele hoge gunfactor”, zegt SP’er Renske Leijten. Bart Snels van GroenLinks: „Menno heeft een prettige, open houding naar de oppositie.”

Toch klinkt er ook kritiek. De oppositie mist bij hem „politieke bevlogenheid”. Snels: „Hij is toch meer ambtenaar dan politicus, een technocratisch uitvoerder van het regeerakkoord.”

PvdA-Kamerlid Henk Nijboer: „Een goed inhoudelijk politiek debat met de oppositie voert deze staatssecretaris liever niet. Dat is jammer, want daar wordt wetgeving in het algemeen beter van.” Renske Leijten: „Zijn open houding is eerder een pose, en levert ons vrij weinig op.”

Volgens vriendin Carolien Gehrels moet de oppositie nog even geduld met Snel hebben. „Die politieke visie komt nog wel. Let maar op. Menno zal in de loop van de kabinetsperiode echt z’n stempel gaan drukken.”

    • Philip de Witt Wijnen