Opinie

    • Wilfried de Jong

Een moord voor een halfuurtje schemervoetbal

En toen floepte het licht uit in de Kuip. In eigen huis denk je meteen aan de kapotte stekker in de douche, het espressoapparaat, de losse draadjes in het strijkijzer. Maar waar zit de kortsluiting als de lichtmasten van de Kuip doven? Zou in het Feyenoordmuseum vlak boven ‘De Cup met de Grote Oren’ nog een gloeilamp uit 1970 hangen om de Europese trofee glans te geven? En, vals gedacht, zou dat in Eindhoven gefabriceerde peertje voor de ellende hebben gezorgd waardoor Feyenoord - VVV moest worden gestaakt?

Het duiveltje zat verscholen in een schakelkast.

Bij mijn eerste bezoek aan een ‘lichtwedstrijd’ in de Kuip was ik als jongen sprakeloos van het beschenen veld. Dat onwerkelijke groen. Mijn oma woonde destijds in een bejaardentehuis met een biljartzaaltje. Het laken werd verlicht door twee tl-balken. Zo zag het veld van de Kuip er ook uit: glinsterend groen.

Toen het licht in het stadion uitviel, werd het gras anders van kleur; donkerder, fletser. Het deed denken aan het gras van een trapveldje op een zomeravond. Doorspelen tot je de bal niet meer zag. Niet de wijzers van het horloge maar het zicht bepaalde het einde van zo’n potje.

In het professionele voetbal maakt een scheidsrechter de dienst uit. In de Kuip floot Bas Nijhuis na één minuut af. Niet omdat de doelen vanaf de middenstip niet zichtbaar meer waren, nee, omdat de lampen uitvielen. Misschien speelden televisiebelangen een rol. Met mogelijke onveiligheid door het duister had zijn laatste fluitsignaal niets te maken; de zon was nog maar net onder.

Ik had een moord begaan voor een halfuurtje schemervoetbal voor 47.000 toeschouwers. Een partijtje tussen licht en duisternis. Natuurlijk wint de duisternis. Altijd. Maar onderschat de kracht van licht niet, het is langer licht dan je vermoedt.

Als ik in de avond boven Nederland vlieg, verbaas ik me over de hoeveelheid verlichte wegen en gebouwen, om van de oranje gloed vanuit de kassen nog maar niet te spreken.

Donker is niet populair in ons land.

De supporters haalden tijdens het wachten hun mobieltje tevoorschijn en gaven de tribunes een sprookjesachtig uiterlijk. Het spandoek ‘De Kuip is ons huis’ bleef lang goed leesbaar.

Je kunt het uitvallen van de lampen uitleggen als een pijnlijk bewijs dat het oude stadion snel moet sluiten maar de Kuip heeft ook weer bewezen dat het mythische verhalen oplevert. Dit moment vergeet niemand meer.

De lampen in de skyboxen deden het overigens prima.

„Je ziet hoe snel het donker wordt”, zei scheidsrechter Nijhuis na het staken van het duel.

„Het werd al wat schemerig”, aldus trainer Van Bronckhorst.

Terwijl een elektricien met zijn hoofd in een kast nog altijd zocht naar de precieze oorzaak, liepen de toeschouwers het stadion uit. Met de lampjes van hun mobiele telefoons in de aanslag.

De club van de Kuip is bang voor het donker.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.

    • Wilfried de Jong