Chipsector lijdt ook onder zeer nerveuze beleggers

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de aandelenmarkten. Deze keer: de chipindustrie.

Foto Hayati Kayhan

De chipsector verkeert wel/niet/wel/niet/wel in crisis. Na jaren waarin de koersstijgingen van ASMI en Besi dubbelcijferig waren, zijn de aandelen van de twee Nederlandse chipmachinefabrikanten in 2018 vooral aan het dalen. Het gemor over chips klinkt industriebreed. Morgan Stanley publiceerde in oktober een rapport waarin de zakenbank zei dat de sector er slechter voorstaat dan de bank dacht. En vorige week kondigde ’s werelds grootste chipmaker, Samsung, aan fors minder te gaan investeren in chips.

Tegelijkertijd verwacht het Veldhovense ASML dit jaar een recordomzet te draaien van 11 miljard euro. De winst bij Intel liep het afgelopen kwartaal op met 39 procent, mede door de sterke vraag naar pc-chips. En om het allemaal nog verwarrender te maken: ASMI, waarvan de koers dit jaar dus flink daalde, meldde vorige week een omzetstijging van 10 procent.

Goed. Probeer daar als belegger maar eens wijs uit te worden. Wat is er in chipindustrie aan de hand?

In de eerste plaats lijdt de sector onder bijzonder nerveuze beleggers, zegt Wim Zwanenburg van Stroeve Lemberger. Met de aandelen gaat het slecht, met de bedrijven niet per se. De afgelopen jaren konden handelaren niet genoeg krijgen van chipfondsen. De Amerikaanse SOX-index, met daarin de koersen verwerkt van de grootste bedrijven in de halfgeleiderindustrie, steeg in twee jaar tijd met bijna 140 procent. Zó’n explosieve groei, dat beleggers zich af begonnen vragen: wanneer gaat dit mis? Bij het minste slechte nieuws reageerden aandelen al gevoelig.

Zo schrokken beleggers begin dit jaar van de tegenvallende smartphoneverkoop. Het grootste deel van alle chips die worden geproduceerd, is bestemd voor telefoons. Dus daar ging vanaf maart de koers van ASMI. Onterecht, zegt Hilco Wiersma van Add Value Fund. „ASMI boekte recordresultaten in het derde kwartaal. Het gaat wellicht mínder goed dan zou kunnen, maar dat is nog steeds erg goed.”

Hetzelfde geldt voor ASML. Dit jaar maakte het een koersdaling mee van 1 procent. In dezelfde periode vorig jaar steeg het aandeel 40 procent. En dat terwijl ook ASML in het derde kwartaal omzet- en winststijging liet zien. Weer die hoogtevrees van beleggers: het gaat al zo lang goed in de chipindustrie dat het toch eens moet gaan haperen, denken ze. Dus hapert het aandeel mee.

Toch bestaan op de korte termijn reële zorgen over chipmarkt. Zakenbanken Goldman Sachs, Morgan Stanley en effectenhuis Raymond James publiceerden de laatste maanden los van elkaar rapporten waarin ze zorgen uiten over de industrie. De kern van hun betoog: overproductie. De afgelopen jaren waren zo goed dat fabrikanten op nog grotere schaal chips zijn gaan produceren. Nu de smartphoneverkoop wereldwijd stokt, dreigen ze met een overschot te blijven zitten. Dat betekent: prijsdalingen voor chips, en dus lagere inkomsten voor de fabrikanten.

Toch denkt Wiersma van Add Value Fund dat de klappen mee gaan vallen. „In tegenstelling tot vijf of tien jaar geleden zijn er nu veel minder bedrijven die chips maken. De markt wordt verdeeld door Samsung, Intel en TSMC. Die willen de prijzen beschermen en houden elkaar zo in bedwang. Vroeger was de industrie versnipperd, waardoor er veel meer kans was op wilde prijsdalingen.”

Of er nou een dip aan komt of niet, chipaandelen blijven als belegging een goede investering, zegt Zwanenburg van Stroeve Lemberger. De vraag is eerder wat in de toekomst níét gechipt zal zijn dan wat wel. „5G komt eraan. Het internet der dingen. Zelfrijdende auto’s. De grote doorbraak in augmented reality moet nog komen. Allemaal zaken waar chips voor nodig zijn.”

    • Guus Ritzen