Opinie

    • Carolien Roelants

Amerika en Iran jakkeren voort op de weg naar nergens

Vandaag worden nieuwe Amerikaanse sancties tegen Iran van kracht. Ze zijn het product van de onderlinge „zinloze vijandigheid”, las Carolien Roelants.

Muurschildering in de Iraanse hoofdstad Teheran. Foto ABEDIN TAHERKENAREH/EPA

Ik las tien dagen geleden een heel goede analyse – vind ik – van de relatie tussen Iran en de Verenigde Staten. En die wil ik u niet onthouden op het moment waarop een nieuwe ronde van Amerikaanse sancties, „de hardste ooit” (Trump vrijdag in zijn aankondiging) tegen Iran van kracht is geworden. Ook omdat de auteur John Limbert is, een Amerikaanse diplomaat die in 1979-1981 veertien maanden vastzat in de bezette Amerikaanse ambassade in Teheran. Hij was later onder-onderminister van Buitenlandse Zaken voor Iraanse Zaken. De bezetting van de ambassade is een van de fundamenten van Amerikaanse haat jegens en angst voor Iran, maar Limbert heeft er geen enkele last van.

In zijn artikel op lobelog.com brengt hij de verhouding tussen beide regeringen terug tot twee woorden: zinloze vijandigheid. Aan de Iraanse kant klampt een groep oude mannen zich vast aan de macht, voor wie anti-Amerikanisme de bestaansreden is van de Islamitische Republiek. In 1979 zat daar wel wat in. Maar veertig jaar na de revolutie hadden ze wel eens een andere gedachte kunnen ontwikkelen die Iran meer vrienden en een betere toekomst had kunnen opleveren.

Aan Amerikaanse kant is het niet veel beter, zegt Limbert. Voor Trump en de zijnen is Iran de belichaming van alle kwaad en een gevaar voor de VS. Dat slaat natuurlijk nergens op als je de Iraanse economie en bewapening vergelijkt met die van de VS. Maar zoals bekend doen feiten er niet meer toe; lees maar een dag de tweets van @realDonaldTrump. Washingtons anti-iranisme is met name gebaseerd op bovengenoemde, vernederende ambassadebezetting – oplossing: vernietig Iran en Make America Great Again. Maar het is ook het noeste werk van een anti-Iraanse coalitie: Israël, Saoedi-Arabië, radicale (en in Iran impopulaire) Iraanse ballingen en Amerikaanse anti-Iran-ideologen zoals Pompeo en Bolton.

Limbert heeft tot hier volstrekt gelijk. Maar hij raakt me kwijt wanneer hij hoopt op een afslag van „deze weg naar nergens” waarop beide kanten al zo lang voortjakkeren. Het erkennen van fouten zou „een eerste stap kunnen zijn op een pad uit het moeras van futiliteit en zinloze vijandigheid”.

Was het maar waar. Ik bedoel, natuurlijk zou zo’n stap nuttig zijn, maar die gaat er niet komen. In plaats daarvan – en nu leest u mijn pessimistische persoon en niet meer Limbert – willen de Amerikaanse leiders Iran wurgen met hun sancties, die onder andere uiteindelijk de Iraanse olie-export naar nul moeten terugbrengen. Het officiële doel is niet „het zwaar geplaagde Iraanse volk” (Trump) te treffen, maar het Iraanse leiderschap tot overgave te dwingen – check wat dit betreft in dit vragenstuk de voorwaarden voor eventuele onderhandelingen. Maar het nauwelijks verhulde oogmerk is de Iraanse economie te verwoesten om de bevolking ertoe aan te zetten haar bewind ten val te brengen en naar Amerikaanse smaak te vervangen.

Lees ook: Nieuwe oliesancties VS zijn risico voor Iran én voor de wereldeconomie

Van het Iraanse leiderschap is zo’n stap evenmin te verwachten. De opperste leider en de zijnen denken Trump te kunnen uitzitten. Nog twee jaar is wel te doen, denken ze, en als hij onverhoopt zou worden herkozen, is er ook geen man overboord. Want het is niet zo dat de nieuwe sancties per definitie het regime zullen verzwakken. Ten eerste hoeft de bevolking zich onder Amerikaanse druk niet tegen haar bewind te keren; het kan zich juist achter haar leiders scharen. Ten tweede kan het leiderschap zo nodig rekenen op een loyaal en goed betaald repressieapparaat. Ik word er heel somber van.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.
    • Carolien Roelants