Voorwoord

Op maandag bijna twee weken voordat Het Blad bij u op de mat ligt, ronden wij als redactie het nummer al af. In het voorafgaande weekend lees ik alles nog eens van voor tot achter door. Na de laatste pagina van dit literatuurnummer had ik een tamelijk euforisch gevoel. Omdat het altijd heerlijk is om de plannen die we ooit maakten in hun affe vorm te zien, maar dit keer jubelde ik ook over de talloze verhalen waarop schrijvers en filmmakers ons in romans en op het scherm trakteren. Zo creatief en inventief, met lagen en intenties. Er staat zoveel meer dan er staat. Duh, denkt u wellicht. Maar in dit nummer hoor ik de – ontzettend geestige – Margaret Atwood vertellen hoe kritisch zij naar de wereld kijkt en hoe ze dat slim vervat in de nieuwe, fictieve werelden van haar verhalen. Ik lees welke ontwikkeling JK Rowling doormaakt en hoe haar Potter-boeken en nu Fantastic Beasts-films ook een ontwikkeling doormaken. Ik lees hoe het de succesvolle kinderboekenschrijver Anna Woltz lukt om niet als moralistische volwassene maar als 12-jarige de wereld te blijven bezien. En ik zie hoe enthousiast drie dichters zijn over hun vrolijke project om elke Game of Thrones-aflevering in dichtvorm te vatten. Dat allemaal achter elkaar lezend, kan ik niets anders dan vol hernieuwde bewondering en enthousiasme – oké, en jaloezie – kijken naar schrijvers en hun verhalen. Een heerlijk gevoel.

    • Laura Wismans