‘Tijd is een beetje een strijdpunt in onze relatie’

Spitsuur Rinske Bijl (41) is journalist, haar partner Tibor Kányádi (40) is kok. Ze leven in een woongroep bij Tiel. „Onze zoon kan overal spelen. Er is een hut, ze kunnen zwemmen in de Linge. En de ouders helpen elkaar met oppassen.”

Foto David Galjaard

Rinske: „We hebben elkaar ontmoet in Amsterdam, waar ik als vrijwilliger les gaf aan buitenlanders.”

Tibor: „Ik was een van die leerlingen.”

Rinske: „Dat is nu vijftien jaar geleden.”

Tibor: „Ik ben een Roemeen met Hongaarse wortels en heb beide nationaliteiten. Maar ik zie mezelf vooral als kosmopoliet. Na mijn studie filosofie in Hongarije ben ik met een vriend Europa ingetrokken. Ik was begin 20 en avontuurlijk, economische migratie was toen nog geen issue. We wilden de wereld ontdekken na het communisme, over de toekomst dacht ik nog helemaal niet na. En om in Nederland een netwerk op te bouwen, wilde ik de taal leren.”

Rinske: „In Amsterdam woonden we eerst allebei apart in een woongroep. Maar omdat we een gezin wilden, wilden we de stad uit. Maar wel weer in een woongroep. Want we houden van het buitenleven, wilden een moestuin enzo.”

Tibor: „Met de nodige scepsis zijn we toen in deze woongemeenschap gaan kijken. Tiel….”

Rinske: „Maar er lag sneeuw, er bloeiden sneeuwklokjes, het was heel idyllisch. En we kregen meteen goede uitleg hoe de woongemeenschap functioneert. Nu wonen we hier alweer tien jaar.”

Tibor: „Er zijn hier een tuingroep, een onderhoudsgroep et cetera. Elke bewoner is lid van een groep.”

Rinske: „Ik zit in de financiële commissie en ben een van de voorzitters van de Algemene Ledenvergadering. Verder werk ik veel in de tuin.”

Tibor: „Ik ben nergens lid van omdat ik veel werk. Dus ik kijk wanneer ik vrij ben en sluit me dan aan bij een klus. Maar ik neem wel sociale initiatieven, zoals een pan soep maken voor bij het kampvuur.”

Rinske: „De woongemeenschap vraagt best veel tijd en energie. Er wordt van je verwacht dat je twintig zaterdagen per jaar meeklust. Er is natuurlijk altijd veel te doen in een gemeenschap met 8 hectare grond en achttien huishoudens.”

Oppasdeals

Tibor: „Ik zou niet in een gewoon huis willen wonen. Het leven in een micro-maatschappij spreekt me aan: je moet overal met z’n allen uit zien te komen. Ik wil niet ergens anoniem wonen.”

Rinske: „En het is voor onze zoon Miran erg leuk dat hij overal kan spelen. Het is hier heel kindvriendelijk, er is een hut, ze kunnen zwemmen in de Linge… Je hoeft eigenlijk niet naar hem om te kijken. En de ouders helpen elkaar met oppassen. Dat maakt het ouderschap relaxter.”

Tibor: „Maar als Miran groter is, kijken we misschien weer verder.”

Rinske: „Want je zit hier wel op een eilandje. Even de stad in voor een biertje gaat hier niet. Maar dat is dan voor later.”

Tibor: „Na acht jaar in de IT heb ik van mijn hobby koken mijn werk gemaakt. Ik ben begonnen als vrijwilliger bij The Grand in Amsterdam en daar heb ik met een contract uiteindelijk anderhalf jaar gewerkt. Maar werken in Amsterdam was niet meer te combineren met deze woonplek en met een kind.”

Rinske: „Je moest om 7 uur op en kwam met de laatste trein naar huis.”

Tibor: „Toen ben ik in een sterrenrestaurant in Wageningen gaan werken en kon ik per auto naar mijn werk, dat scheelde iets. Sinds twee dagen werk ik als sous-chef in een restaurant bij Aalst, dat is een half uur reizen.”

Rinske: „Het idee is nu dat Tibor 40 uur per week gaat werken. In zijn vorige banen maakte hij rustig dagen van 12 uur zonder pauze.”

Tibor: „Tijd is een beetje een strijdpunt in onze relatie. Maar als je op hoog niveau wilt werken, kost dat heel veel tijd.”

Rinske: „Het voordeel van freelance werken is dat ik mijn tijd makkelijker kan indelen. Ik werk als Miran naar school is en als Tibor vrij is. Verder hebben we oppasdeals met de buren.”

Tibor: „Ons probleem is dat we álles willen.”

Rinske: „Alles uit het leven halen en ook nog een relaxed leven hebben. Maar in de praktijk betekent dat veel rennen. Als ik overdag een interviewafspraak heb in Amsterdam kan ik niet om half drie op het schoolplein staan. Bijkomend probleem is dat Tibor niet altijd van tevoren weet wanneer hij vrij is.”

Tibor: „En we willen niet dat Miran vaak naar de buitenschoolse opvang gaat.”

Rinske: „Dat maakt ons leven een beetje tot een puzzel.”

Roemenië

Tibor: „Geld geven we uit aan eten, aan bijzondere producten.”

Rinske: „We kopen altijd biologische zuivel en biologisch vlees, wat makkelijk is omdat er naast ons een biologisch-dynamische zorgboerderij is.”

Tibor: „Materiële wensen hebben we eigenlijk niet, we willen alleen meer tijd.”

Rinske: „We hebben veel tweedehands spullen en een oude auto. En een schoonmaakhulp, omdat dat tijd bespaart.”

Tibor: „We zorgen dat we altijd een financiële buffer hebben. Daarvan hebben we afgelopen zomer zes weken door Europa gereisd, onder andere naar Roemenië. Daar gaan we elk jaar heen. Ik wil graag dat Miran zijn wortels leert kennen en mijn taal en cultuur.”

Rinske: „Tibor zegt vaak: ‘Als ik 50 of 60 ben, wil ik naar Roemenië’.”

Tibor: „Niet permanent, maar wel langer dan nu. Ik heb daar ook vrienden, familie, peetkinderen en verantwoordelijkheden.”

Rinske: „Eigenlijk is het nu nog niet te zeggen wat we in de toekomst gaan doen.”

Tibor: „Tien jaar geleden konden we ook niet bedenken dat we nu in een woongemeenschap bij Tiel zouden zitten.”

    • Friederike de Raat