Opinie

    • Folkert Jensma

Strijd tegen de misdaad kent een dode hoek (2)

Toen Klaas Dijkhoff (VVD) onlangs begon over het „dubbel bestraffen” van misdrijven in probleemwijken, schoot me het CBS-rapport ‘Het mysterie van de verdwenen criminaliteit’ te binnen. Criminaliteit wordt in Nederland al jaren schaarser. Ook de gemiddelde ernst ervan neemt af. In 2005 deelden strafrechters 12.000 celjaren uit, in 2015 waren dat er nog 7.000. De gemiddelde straflengte in 2007 was 162 dagen, in 2016 was dat gedaald naar 108 dagen. Nederlandse rechters zijn overigens even streng als die in andere Europese landen, blijkt uit onderzoek. Kennelijk neemt de ernst van het gemiddelde delict hier af. Meer dan de helft van alle celstraffen is hier inmiddels minder dan een maand, twintig procent varieert van één tot drie maanden. In een doorsnee Nederlandse gevangenis zit ruim twee derde van de gedetineerden dus korter dan drie maanden. Dan heeft zo’n VVD-oproep om ‘dubbel’ te gaan straffen iets van een komisch misverstand. Voor de helft van de gedetineerden betekent dat dan twee maanden in plaats van één. Tel uit je winst.

Toevallig was ik onlangs bij een debat tussen criminologen over ‘aard en omvang’ van de criminaliteit. Daar werd een akelig vermoeden zichtbaar. Het zou zomaar kunnen dat de statistisch dalende criminaliteit wel het verleden verklaart, maar niet de toekomst. Dat we hier tegelijk het falen én het succes van het strafrechtelijk systeem zien. Wat we missen, is de verdringing van de ene door de andere soort misdaad: de nieuwe criminaliteit waar te weinig kennis over is. We hebben evenmin grip op de nieuwe vormen van ‘socialisering’ in de misdaad. De handhaving heeft een stevige blinde hoek.

Iedereen ziet dat in het hele Westen, met de VS voorop, de criminaliteit trendmatig daalt, zowel in politiestatistieken als in slachtofferenquêtes. De stijging begon in de jaren ’80, zette door in de jaren ’90, stabiliseerde begin deze eeuw en nam daarna snel af. Inmiddels zijn we terug in de jaren ’70 qua misdaad. Het aantal misdrijven daalde van 91 per 1000 inwoners in 1991 naar 49 per 1000 in 2017. Criminologen hebben het over een ‘diepe recessie op de misdaadmarkt’. Als verklaring gooit de beveiligingshypothese de hoogste ogen. Die gaat zo: de stijgende welvaart zorgde voor meer criminele kansen, onmiddellijk gevolgd door maatschappelijke onrust die veel meer beveiliging, betere techniek en dus preventie opleverde. De ‘zelfbeperkende misdaadgolf’.

Maar nu de alarmbellen. Nergens in Europa zitten er in de gevangenis zo weinig gedetineerden met gemiddeld zulke lage straffen als in Nederland, terwijl de rechters even streng zijn. Hoe kan dat? Hoe kan het ophelderingspercentage van de politie al jaren blijven steken op 25 procent, terwijl het misdaadaanbod en de ernst ervan afneemt? Hoe kan het aantal opiumzaken sterk dalen, terwijl de handel juist groeide en de corruptie door ondermijning zou toenemen? Kan het zo zijn dat in Nederland een bepaalde categorie zwaardere zaken de rechter niet bereikt? Worden die wel opgespoord? Nam de effectiviteit van de opsporing juist af, gelijk op met de dalende criminaliteit?

Sommige criminologen denken dat ‘onze’ detentieratio en strafvolumes sneller dalen dan verklaard kan worden door de dalende criminaliteit. Anderen menen dat Nederland voorop loopt en dat ook elders gevangenissen leeg zullen komen.

Bij het debat zaten ook werknemers uit de strafrechtketen die de rozige statistieken relativeerden. De ‘oorlog tegen drugs’ is verloren – hoeveel kilo de politie ook in beslag neemt, aanvoer en prijs blijven stabiel. Drugsopsporing leidt tot niks: „Niemand loopt daar nog hard voor”. Het OM zou zijn overgestapt van ‘kilo’s naar euro’s’; het opsporen van opbrengsten, wat ingewikkeld is en nog niet succesvol.

Moderne criminele carrières verlopen ook niet meer lineair, via instapdelicten als auto-inbraak of winkeldiefstal. Wie durft kan meteen met de grote jongens meedoen. Drugskoerier, incasseren, liquideren: de misdaad zwemt in het geld. Gewone oplichting, fraude en afpersing verplaatsten zich naar de online wereld – de aangiftebereidheid is laag, de politie is daar niet scherp. Zo bezien hebben die mooie statistieken inderdaad een stevige dode hoek. En houdt de misdaadrecessie een misdaadbloei elders uit het zicht. Die zich aan de statistieken onttrekt.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Twitter: @folkertjensma
    • Folkert Jensma