Huilen om wat we nooit kunnen vinden

Welk boek zou absoluut verfilmd moeten worden? Drie schrijvers vertellen.

Maartje Wortel kiest Weekendpelgrimage van Tip Marugg.

Foto Andreas ter Laak, illustratie Anne van Wieren

‘Mijn hoofd ligt op het stuur. Het is er met een harde slag tegenaan gekomen, maar ik voel geen pijn. Ik hoor alleen maar dat ene alles overheersende geluid, dat zoemen en gonzen, alsof zich een reusachtig insect in de wagen bevindt.’ Zo begint het boek Weekendpelgrimage (1957) van de Curaçaose schrijver Tip Marugg.

Als u dat boek nog niet heeft gelezen: lees het. Op de cover van de eerste uitgave staat onder de titel: De roman over een in dronkenschap doorgebrachte zaterdagavond en zondagmorgen.

Een dronken man is met zijn auto in een greppel terechtgekomen op Curaçao. Terwijl hij in de auto zit – het regent, het is nacht – overdenkt hij zijn leven. Nu ik het zo opschrijf, begrijp ik niet dat het boek niet al verfilmd is. Het is zowel beeldend als verhalend, en leent zich dus perfect voor film. De locatie, dat prachtige, tropische eiland met haar donkerrode aarde en helblauwe zeeën; angstaanjagend paradijselijk. De zon die onheilspellend hard schijnt. De nachten waarin vogels zich te pletter vliegen tegen rotswanden. En mannen en vrouwen die zich dronken en eenzaam (wat is het verschil tussen die twee?) aan elkaar vastklampen. De camera kan dicht bij het personage blijven. Samen in de nacht in de regen in een auto – wie wil dat niet? De koplampen verlichten de greppel; een metafoor voor de toestand waar de man in terecht is gekomen. We zitten daar samen en de man neemt je mee naar zijn jeugd op het eiland. Hij vertelt over de nacht en hij vertelt over zijn leven.

Het zou een speelfilm kunnen worden, met flashbacks, momenten van die dronken nacht in verschillende bars, het levensverhaal van de man en het eiland, maar evenzogoed zou het een korte film kunnen zijn – wat mij betreft is dat evenals het korte verhaal een onderbelicht maar veelbelovend genre – waarin de auto gefilmd wordt en we een voice-over horen. Als de taal interessant is, en dat is het in het geval van Tip Marugg zeker, is een voice-over soms genoeg.

Het beeld: een motor die ronkt, hagedissen die wegschieten, silhouetten van cactussen die zich aftekenen tegen de nacht. De regen op de voorruit. En dat een donkere stem zegt: „Wat als je iets dringend nodig hebt en je kunt het niet vinden omdat je niet weet wat je zoekt? Pleeg je dan zelfmoord? Of emigreer je naar Canada? Emigreer je dan naar een andere plaats om een nieuw leven te beginnen, onder andere, nieuwe omstandigheden? Of blijf je eeuwig zoeken, tot je erbij neervalt?”

Soms duurt het eeuwige zoeken slechts één nacht. En die nacht zou ik graag in een klam, donker bioscoopzaaltje willen zien. Naast iemand die mijn hand vasthoudt. En dat we dan zachtjes kunnen huilen, om alles wat we nooit zullen vinden.

    • Maartje Wortel