‘Hij kon zijn ogen niet van haar afhouden’

Welk boek zou absoluut verfilmd moeten worden? Drie schrijvers vertellen.

A.L. Snijders kiest Net als alle mannen van John McGahern.

Foto ANP, illustratie Anne van Wieren

Susan Spillane en Michael Duggan ontmoeten elkaar in een danszaal in Dublin. Hij is leraar, zij is verpleegster. De tweede zin van het verhaal luidt: ‘Ze was niet groot of beeldschoon, maar hij kon zijn ogen niet van haar afhouden.’ De vrouwen staan op de dansvloer te wachten op een man die hen kiest. Er zijn vrouwen die duidelijk lijden als ze geen aandacht krijgen, terwijl anderen zich uitdagend gedragen.

Susan Spillane reageert niet als ze wordt overgeslagen, maar toont ook geen opluchting of triomfgevoelens als ze wordt uitgekozen. In beide gevallen is ze zorgeloos. Michael Duggan danst met haar, ze danst heerlijk, met een krachtige, moeiteloze vrijheid. Als hij haar na het dansen een drankje aanbiedt, zegt ze dadelijk dat ze graag whiskey drinkt – ze is eigengereid. Na het dansen ontstaat de spanning van het vervolg, wat moeten ze doen? Eerst maken ze een wandeling en kussen ze elkaar in een portiek in een armoedige straat. Dan praten ze over een hotel. Hij vertelt dat hij altijd in een pension slaapt, daar kunnen ze niet terecht, vier mannen op een kamer. De afgelopen nacht is er door een misverstand met een doofstomme man gevochten.

Ze besluiten een hotelkamer te nemen. Er is bij haar voor het eerst wat spanning, zullen ze geaccepteerd worden? Er wordt niet moeilijk gedaan, ze krijgen een kamer met bad op de eerste verdieping. McGahern schrijft: ‘Wat ben je mooi. Hij wilde zeggen dat de schoonheid van haar naakte lichaam hem de adem benam, hem bijna pijn deed.’

Datgene waar hij zo naar had verlangd dat het beangstigend was geworden, maakte zij gemakkelijk, maar hij kon haast niet geloven dat hij zich nu in het stille hart bevond van wat lange tijd een droom was geweest. Voor wie er lang van verstoken is geweest, krijgen de eenvoudige geneugten van tafel en bed een treurige mystiek.

„Was je al eens met iemand naar bed geweest?„ vroeg hij.

„Ja, met één man.”

„Was je verliefd op hem?”

„Ja.”

„Hou je nog steeds van hem?”

„Nee. Helemaal niet.”

„Ik nog nooit.”

„Weet ik.”

Daarna, tijdens de maaltijd, ontvouwen zich hun levens. Hij vertelt dat hij nog maar een jaar leraar is. Voor die tijd heeft hij een priesteropleiding gevolgd. Enkele maanden voor zijn wijding heeft hij die verlaten. Niet vanwege het celibaat, hij was zijn geloof verloren.

Hij verliest haar ook. Als hij een afspraak wil maken, gaat dat niet. Ze gaat bij een kloosterorde, binnen enkele dagen treedt ze toe. Hij kan het niet geloven, hij probeert alle argumenten, maar ze moet haar belofte houden. Als ze opstaan ziet hij tranen in haar ogen. Hij brengt haar naar de bushalte.

De laatste zinnen van het verhaal: ‘Terwijl hij aan haar liep te denken, betrapte hij zichzelf erop dat zijn passen hem gretig in de richting van de busterminal voerden ..... maar bijna meteen hield hij ook weer in. Zijn tred kreeg iets aarzelends, alsof hij overwoog terug te keren. Hoe gretig hij ook ergens heenliep, hij wist dat het hem nergens anders heen kon voeren dan naar de volgende dag, en de dag daarna.’

Ik zou graag zien dat dit verhaal verfilmd wordt, ik ben verliefd geworden op Susan Spillane, ik wil zien hoe ze er in werkelijkheid uitzag.

    • A.L. Snijders