Opinie

    • Marike Stellinga

De vervuiler kan betalen

Eigenlijk is iedereen het erover eens, ook minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD): de allerbeste manier om de economie te vergroenen, is om de uitstoot van CO2 duurder te maken. Wiebes noemde zichzelf deze week in de Tweede Kamer zelfs een groot fan. Want „het is naar mijn volle overtuiging de meest effectieve, de meest voor de hand liggende, de meest efficiënte manier om verduurzaming gedaan te krijgen.” Ook experts en economen van een trits instituten adviseren een extra heffing op de uitstoot van broeikasgas CO2: het Planbureau voor de Leefomgeving, het Centraal Planbureau en deze week nog De Nederlandsche Bank.

Toch betwijfel ik of die extra heffing snel ingevoerd gaat worden. Want ook al zegt Wiebes een fan te zijn, er volgt uit zijn mond snel een ‘maar’. Wiebes is bang grote bedrijven weg te jagen. De theorie van een extra CO2-heffing is weliswaar wonderschoon: maak vervuilend produceren duurder en stimuleer zo investeringen in schonere productie, zónder dat je als overheid hoeft te kiezen voor een bepaalde groene technologie. Die investeringen worden namelijk pas rendabel als CO2 uitstoten duurder wordt. De overheid zet een hogere prijs op de CO2-uitstoot en de markt lost het verder op.

Maar de praktijk van een extra CO2-taks doet pijn. Zeker als Nederland die eenzijdig invoert. DNB is daar heel helder over: Nederland heeft relatief veel bedrijven die veel CO2 uitstoten. Die industrie ziet de concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland fors verslechteren door de hoge heffing die DNB zelf bepleit: 50 euro per ton CO2. Dat bracht VVD-Kamerlid Dilan Yesşilgöz-Zegerius ertoe het DNB-advies heel erg eenzijdig te noemen. En Wiebes zei niet te geloven dat het zo soepel zou gaan als DNB beschrijft.

Maar DNB zegt helemaal niet dat het soepel zal gaan. DNB zegt iets heel anders: zonder pijn kom je er niet. „Maatregelen mogen bijten, anders werken ze niet,” zei DNB-directeur Job Swank deze week in de Tweede Kamer. En dat is de essentie van mijn probleem met de contouren van het klimaatbeleid (het is namelijk nog steeds nogal vaag). Als het kabinet echt zo groen wil zijn als het zegt, dan moet het de richtingaanwijzers in de kern van de economie op schoon zetten. Anders is het kabinet bezig met krabbelen in de marge.

Lees ook dit interview met Job Swank van DNB: ‘De vervuiler moet echt gaan betalen’

Het DNB-onderzoek maakt juist duidelijk dat er best ruimte is om eenzijdig te opereren zonder dat bedrijven direct gillend wegrennen. Voor de industrie zijn de elektriciteitsprijzen lager dan in Duitsland en Frankrijk, ze liggen onder het Europese gemiddelde, schrijft DNB. CO2 uitstoten is hier relatief goedkoop. „Grote bedrijven betalen minder dan huishoudens, minder dan kleine bedrijven en minder dan hun concurrenten in Europa,” hield Swank de Kamerleden voor. Er is nu al een ongelijk speelveld: wij zitten lager!

Er is dus ruimte én het kabinet kan de pijn verzachten met subsidies voor groene innovaties in de industrie. Wiebes zoekt nu steun bij andere Europese landen om een kopgroep te vormen van landen met een extra CO2-taks. Een Europese taks heeft ook de voorkeur van DNB. Maar erop wachten kan het kabinet niet, zegt DNB „gezien de ambities in het regeerakkoord”. Als het kabinet zijn groene ambities echt meent dan moet het beleid voeren dat echt menens is.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga