Brieven

Brieven

Illustratie Cyprian Koscielniak

Terecht wijzen De Groot, Dupuis en Hoksbergen op het belang van het kind dat na eiceldonatie het levenslicht ziet (Eiceldonatie is meer dan een organisatieprobleem, 22/10). Zij schrijven: „Het staat (…) vast dat een deel van de kinderen last zal houden van het feit dat ze los van hun wortels leven.” De auteurs besluiten met een oproep tot voorlichting aan ouders over deze problematiek.

Eerder in hun beschouwing hebben zij enigszins beschroomd de vraag gesteld of zij wel vraagtekens mogen plaatsen bij de mogelijkheid om via eiceldonatie een kind te krijgen. Het blijft bij een verwijzing naar het medegevoel voor mensen die geen kinderen kunnen krijgen.

Die schroom is echter niet terecht. Er bestaat geen ‘recht op kinderen’. Dat staat los van geaardheid of samenlevingsvormen. Vanzelfsprekend schuilt in ieder mens het biologische aangelegde streven om voort te bestaan in een kind. Het recht beschermt mensen in dat streven tegen een overheid die daarin wil ingrijpen. Die bescherming door het recht betekent echter niet dat er ook een recht voor iedere burger bestaat op het krijgen van een kind en daarmee een aanspraak jegens staat en samenleving om faciliteiten te scheppen teneinde dat recht te realiseren.

Dat klemt temeer als enerzijds sperma of eicellen van derden worden gebruikt en anderzijds de biologische band tussen het kind en zijn biologische ouders wordt verhinderd of verbroken. Ook de staatscommissie ‘Meervoudig ouderschap’ realiseerde zich dit probleem in situaties waarin een kind uiteindelijk geen band meer wil met een juridisch ouder die niet zijn biologisch ouder is. Juridisch ouderschap moet dan eindigen. De commissie stelde ook voor om bestaande beperkingen voor geadopteerden om de band met een adoptieouder te verbreken, op te heffen. Het principiële punt is daarmee echter nog niet geadresseerd. Dat punt is dat ieder mens niet alleen recht heeft om te weten wie zijn biologische ouders zijn, maar ook het recht om met hen een familieband te hebben en te houden. Dat recht vloeit simpelweg voort uit de biologische realiteit en het belang van het kind. Dat kan niet gezegd worden van aanspraken op juridische vormgeving van ouderschap bij inzet van eiceldonatie of bevruchting in meerpersoonsrelaties.

    • R.H. van de Beeten