Opinie

Agressie

West-Vlaanderen, 750 kilometer nog tot Quiberon; de temperatuur in de auto is aangenaam en constant, er zijn weinig anderen op de weg. Op de radio vertelt een man dat hij naar een robotmuseum in Tokio is geweest. Bij de ingang stond een volmaakte robot, een vrouw, ze heette de bezoekers welkom. Sinds kort werd de robotvrouw beveiligd, bezoekers hadden de neiging haar kwaad te doen. Kleine, gemene martelingen, zoals knijpen, vingers in de ogen drukken en stukjes uit haar vel proberen te scheuren. De man op de radio meende dat die agressie te maken had met de confrontatie met onze eigen onvolkomenheid.

Had een robothond de museumbezoeker kwispelend welkom geheten, dan zou de hond geaaid zijn en vriendelijk toegesproken. Nu werden de mensen wrokkig en wreed; hun onvolmaakte natuur keerde zich tegen iets dat eruitzag als een volmaakte soortgenoot.

Veel mensen zijn bang voor robots; robots hebben evenveel reden om bang te zijn voor mensen.

Producenten van zorgrobots leveren geen robots die naar ons evenbeeld zijn geschapen. Zora de Zorgrobot bijvoorbeeld heeft weliswaar ‘een menselijke vorm en 25 graden bewegingsvrijheid’, maar ziet eruit als een transformer. Speelgoed, maar speelgoed dat ‘kan meeluisteren en meekijken en zo ook gesprekken met je voeren’. Zora wordt geleverd in een rolkoffer met accessoires.

Zorgrobots zijn er ook in de uitvoering van honden, katten en zeehondjes. Ook is er een zogenoemde snoezelrobot op de markt die goede diensten bewijst bij demente ouderen. ‘Sociale robots’, staat te lezen op de website van een robotfabrikant, ‘zijn sterk in opkomst enerzijds omdat er vaak te weinig tijd is voor sociale interactie door zorgverleners en mantelzorgers en anderzijds omdat ze kunnen zorgen voor voorspelbare reacties en aanwezigheid zonder onderhoud zoals bij een huisdier.’

De sociale robot als reparatie van de menselijke onvolkomenheid – waar de zorg tekortschiet, biedt een robot troost door de illusie van sociale interactie. Over gewelddaden tegen niet-humanoïde zorgrobots heb ik nog niks gelezen.

Ik verbaasde me over het geweld tegen de robotvrouw bij de ingang van het museum in Tokio. Ze was een perfecte, menselijk uitziende robot, had de man op de radio gezegd. Als het goed is, is een mooie robot een streling voor onze zintuigen – we kijken naar een klassieke, geïdealiseerde versie van onszelf. Toch riep die afbeelding afkeer op. Dat leek me niet in overeenstemming met de scherpe scheiding die Edmund Burke aanbracht tussen schoonheid en het sublieme, begrippen die voordien onlosmakelijk verbonden waren. Schoonheid, betoogde Burke, brengt aangename gevoelens in ons teweeg, terwijl het sublieme angst en afgrijzen oproept, zij het van het soort dat we graag ervaren, zoals de genotzuchtige huivering bij het kijken naar een ongeluk aan de overkant van de weg.

In Tokio echter riep de confrontatie met volmaakte, symmetrische schoonheid geen prettige sensaties op maar juist schrik en agressie – in de schoonheid gaapte de afgrond van het sublieme. Het is jammer dat Burke de interactie tussen mens en robot niet in zijn onderzoek naar het schone en het sublieme heeft kunnen verwerken.

Later die dag, op de ferry naar Belle-Île-en-Mer, zag ik op het bovendek een meisje dat zo mooi was, dat ik er beroerd van werd. Ze was weliswaar nog maar een jaar of vijftien maar had een schitterend prerafaëlitisch gezicht en golvend haar tot op haar billen; een meisje kortom dat best een tweede Troje zou verdienen, zoals een dichter dat noemde.

De confrontatie met volmaakte schoonheid heb ik altijd als een schok ervaren, gevolgd door een hevig verlangen en, als het object van de begeerte buiten mijn bereik lag, onmachtige woede. Bij vrouwen van uitzonderlijke schoonheid ga ik nog altijd onmiddellijk op zoek naar iets dat het evenwicht herstelt, een genadige imperfectie: slechte adem, een lelijk dialect of een karakterfout desnoods, iets wat me met de gruwelijke schoonheid verzoent. De Arabische weeffout – de fout die wevers met opzet aanbrengen in het tapijt, want alleen god maakt volmaakte dingen.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.