Opinie

    • Mirjam de Winter

Zigeunerbloed

Ik kom niet uit een zigeunerfamilie, maar ben wel in een caravan geboren en heb er de eerste vijf jaar van mijn leven in gewoond. In de perenboomgaard naast de boerderij van mijn grootouders, omdat er geen geld was voor een echt huis. Ik kan me er weinig van herinneren, maar heb door de verhalen van mijn ouders een nogal romantisch beeld gekregen van ons zogenaamde ‘zigeunerbestaan’.

Deze week was ik op bezoek bij een echte, rondreizende Roma-familie. Drie weken geleden zijn ze met hun caravans uit protest neergestreken op een grasveldje bij een woonwagenkamp in Hoogvliet. Ze willen een vaste standplaats, want ze hebben genoeg van hun harde, zwervende bestaan. De Roma hopen dat het nieuwe beleid van minister Ollongren hun leefsituatie kan verbeteren, nu zij onlangs heeft besloten dat gemeenten moeten stoppen met het ‘uitsterfbeleid’ op woonwagenkampen.

Als Grofo Fidi (telg uit de beroemde zigeunerfamilie van Koko Petalo ) me binnenlaat in zijn krappe, bedompte tourcaravan, zitten zijn vrouw en drie kinderen opgepropt in de ‘zithoek’ (uitklapbed) tv te kijken. Wanneer ik vraag of ze rond dit tijdstip niet op school horen te zitten, schudt Grofo zijn hoofd. Ze hebben geen van allen ooit een school van binnen gezien. Niemand van de aanwezigen kan lezen of schrijven, vertelt zijn oom, en door leerplichtambtenaren worden ze met rust gelaten.

De Roma spreken onderling hun eigen taal (Romani) en omdat Grofo wat moeilijk uit zijn woorden komt, neemt oom José als pater familias het gesprek over. José is geboren in het Dijkzigtziekenhuis en groeide op in woonwagenkampen rond Rotterdam. Toen zijn zoon en neef – eenmaal volwassen – geen eigen standplaats kregen vanwege het uitsterfbeleid, zagen ze zich gedwongen weer te gaan rondtrekken, net als hun voorouders. In tourcaravans reizen ze sindsdien van parkeerplaats naar parkeerplaats (op campings mogen ze niet staan), tot ze worden weggestuurd door de politie. Hun gezinnen onderhouden ze met hun ‘kofferbakhandel’.

„We hadden ons al neergelegd bij de situatie”, vertelt José, „maar de minister heeft ons wakker geschud”. Nu hoopt José dat zijn familie na 10 jaar rondtrekken weer een vaste plek krijgt, het liefst in zijn geboortestad Rotterdam. Hij wil dat zijn kleinkinderen alsnog naar school gaan en niet hoeven op te groeien met het gevoel alsmaar te worden verjaagd. Maar hoe erbarmelijk de leefomstandigheden in hun caravans op dit moment ook zijn, in een stenen huis willen ze nooit terecht komen. „Dat is alsof je een mus in een kooitje stopt.”

Ook andere rondreizende Roma, Sinti én vaste woonwagenbewoners zijn afgelopen weken in actie gekomen voor standplaatsen („vakken”) voor hun kinderen. Maar de burgemeesters zijn bang, denkt José, voor overlast en criminaliteit. Onterecht, zegt hij, want stelen gebeurt volgens hem alleen uit pure armoede: „Burgers stelen om rijk te worden, maar wij pikken als kippen, naar voedsel.” De familie verlangt nu vooral naar rust, legt hij uit.

En ze hebben er een goed gevoel over, want ze vertrouwen op de „goedheid” van burgemeester Aboutaleb en de tolerante houding van de Rotterdammers: „Rotterdam is een wereldstad, hier zijn ze wel wat gewend.”

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.

    • Mirjam de Winter