Recensie

Zacht pruttelt de Cadillacmotor in muziek van Vile en virtuoze band

De Amerikaanse indierocker Kurt Vile heeft het neuzelen tot kunst verheven. Met zijn virtuoos volgende band straalde hij niets anders dan liefde voor muziek uit.

Kurt Vile in Paradiso op 1 november 2018: de : muzikale liefdesbaby van Lou Reed en Mark Knopfler Bibian Bingen

Niemand kan zo opwindend neuzelen en meanderen als Kurt Vile. Zijn muziek is zo sloom en uitwaaierend dat hij je meesleept in zijn coole, nooit overhaaste wereld. Het neuzelen heeft hij tot kunst verheven, als de muzikale liefdesbaby van Lou Reed en Mark Knopfler. Op zijn nieuwe album Bottle It In staan verschillende nummers van tien minuten of langer. Vile laat ze schijnbaar moeiteloos glijden door een Amerikaans indielandschap, als een klassieke Cadillac met roestende sierstrips en een zacht pruttelende motor.

Als popster heeft hij een slag gemist, nu zijn oude bandkameraad Adam Granduciel met The War On Drugs in de Ziggo Dome staat en Vile het nog steeds moet stellen met een vol Paradiso. De langharige Philadelphiaan zou het niet anders willen. Het eerst dat hij en zijn virtuoos volgende Violators uitstralen in een onmiskenbare liefde voor muziek. Ze luisteren goed naar elkaar en voeren de nummers naar een plek voorbij de horizon. Alle drie de gitaristen hebben (gewoon omdat het kan) ook een Mellotron op het podium; het gekke instrument dat orkestpartijen van jengelende tapes afspeelt voor een buitenaards effect.

Vile’s teksten zijn al net zo cool als zijn stoïcijns-laconieke podiummanieren. “Balls to the balls to the balls to the walls” gaat het in ‘Check Baby’. Met een banjo op zijn buik is Kurt Vile de stadse nazaat van Johnny Cash, zingend over het meisje Alex dat hij zo graag een gelukkig huwelijk had gegund. ‘Bassackwards’, de titel alleen al, is de nieuwste tien minuten lange aanwinst op zijn repertoire. Het Paradisoconcert kreeg een waardevolle extra dimensie door een gastoptreden van Pavement-zanger Stephen Malkmus, nog zo’n grote invloed op Kurt Vile’s eigenzinnige rockuniversum. „I got a wild imagination,” zong hij met recht. Met nummers over laadperrons en bochelruggen werd het nooit minder dan boeiende kabbelmuziek.

    • Jan Vollaard