Wat als we de democratie afschaffen?

Na het rampjaar 2059 was het wereldwijd duidelijk dat de democratie haar tijd gehad had.

Voor het eerst is Winston Smits uitverkoren. Op een doodgewone dag in maart sluit hij op het Binnenhof aan in de rij voor de gezichtsscanner. Smits (32) draagt voor de gelegenheid het maatpak dat hij van zijn grootvader geërfd heeft, al is het daar met 25 graden eigenlijk te warm voor. Met zijn hand streelt hij de zachte wol, een kleine tic.

De scanner bliept. „Welkom op het Binnenhof”, zegt een stem monter. „U kunt zich om twee uur naar de Malala Yousafzai-zaal begeven, waar u de eed of belofte kunt afleggen. Dank u. Meneer Smits, dit is een vriendelijke herinnering, vergeet u niet uw parkeerboete te betalen en wilt u deze week minimaal driemaal een uur lang hardlopen? U weet: een slechte conditie betekent een slechtere gezondheid. Dat kan gevolgen hebben voor uw sociale kredietscore en uw belastingbijdrage.”

Twee uur. Dat betekent dat hij nog drie kwartier heeft om in de plenaire zaal de tentoonstelling te bekijken over het rampjaar 2059. De ramp zelf is niet het onderwerp, die behoeft geen uitleg meer. De expositie, ingericht in wat ooit het hart was van de Nederlandse democratie, gaat over de afschaffing van de democratie als gevolg van de ramp.

„Als wij als collectief eerder en beter hadden gehandeld, had het annus horribilis nooit plaats hoeven vinden”, zegt een aangeslagen stem. Onmiddellijk herkent Smits de beroemde toespraak van koningin Catharina-Amalia terwijl ze de taferelen aanschouwde: de totale ontreddering, de honderden miljoenen doden. „Nooit meer 2059. Dat is de gedachte waar wij ons, als natie, als wereld, sindsdien van bewust zijn.” Catharina-Amalia was toen nog maar 56, maar na de gebeurtenissen zag ze er minstens tien jaar ouder uit, met een gegroefd gezicht, holle ogen. Deze beproevingen raakten ook de rijksten.

De ramp was vermijdbaar maar de politiek had gefaald. Bestuur en volksvertegenwoordiging waren vooral bezig geweest kiezers naar de mond te praten. Emotionele thema’s kregen meer aandacht dan ze verdienden, politici deden bijvoorbeeld alsof ‘geloof’ een groter probleem was dan klimaatverandering. De kiezer droeg zelf ook schuld. Die was weinig geïnteresseerd, liet zich leiden door slogans, ontbeerde ook de kennis om weloverwogen keuzes te maken die leiden tot het kiezen van de juiste leiders.

Het waren geen militairen die een einde maakten aan de democratie, zoals langer geleden een soort traditie was geweest. „De tanks stonden nimmer op het Binnenhof”, zegt de verteller in de expositie. „Wat denkt u wel? Dat wij zo bot zijn als in het verleden?” Smits schiet in de lach bij een anekdote uit de tijd dat in deze ruimte nog 150 volksvertegenwoordigers vergaderden, ruzieden, belangrijk deden. Het verhaal gaat over die ene keer in de Nederlandse geschiedenis dat een militair wel overwoog de democratie omver te werpen. Een rechtse generaal was zo bang voor de linkse regering van Joop den Uyl, dat hij naar de bevriende secretaris-generaal van de NAVO stapte om het animo voor een staatsgreep te peilen.

Nog steeds leren scholieren hoe Donald Trump, een van de laatste presidenten van de Verenigde Staten,geen belang hechtte aan de miljardeninvesteringen van het ministerie van Energiezaken in groene projecten, in schone technologie, in baanbrekende innovaties. Hoe hij de meest prangende en ingewikkelde thema’s negeerde. Het is nu onvoorstelbaar te bedenken dat men de kans had het tij te keren, maar steggelde over bijzaken. Verkiezingscampagnes gingen niet over de grote thema’s, soms bewust, soms omdat de politiek domweg niet in staat bleek met een samenhangende en langdurige strategie te komen.

99 Uitverkorenen

Zijn smart-ear trilt. „Op de vierde verdieping zijn de wc’s net schoongemaakt en is er voldoende plek”, informeert het witte dopje in zijn linkeroor. Hoe leefden mensen ooit zonder zo’n ding, denkt Smits.

Uiteindelijk moet hij zich haasten om nog net op tijd bij de Yousafzai-zaal te zijn. Hij kijkt rond naar de 98 anderen. Het algoritme dat Smits en zijn mede-uitverkorenen heeft geselecteerd is geheim en wordt zwaar bewaakt. Van tevoren weten ze niet welk onderwerp ze behandelen. Dat is aan de Raad van Wijzen: een groep vooraanstaande, gepensioneerde wetenschappers, zakenmensen en bestuurders uit de culturele sector. Zij worden door de Kroon benoemd, op voordracht van de raad zelf. De raad vergadert en besluit op basis van consensus welke thema’s en wetsvoorstellen door de Uitverkorenen behandeld worden.

De 99 burgers onder leiding van een oud-rechter – die de procedures bewaakt en de sessies leidt, maar niet zelf stemt – horen experts. Ambtenaren lichten hen in over de mogelijke keuzes. Ze lezen de relevante literatuur. De ene keer behandelen ze een technisch dossier, zoals een nieuwe toevoeging aan de belastingwet. De andere keer worden burgers bijeengeroepen om een uiterst emotioneel en gevoelig thema als euthanasiewetgeving aan te passen.

De kracht van het systeem, zo weet Smits, is dat de 99 burgers representatief zijn voor de bevolking. Het algoritme bewaakt dat. Daardoor hebben de besluiten draagvlak. De sessies en stemming zijn openbaar, maar de beraadslagingen besloten.

Smits zakt weg in de comfortabele stoel, pluche uiteraard, en droomt weg terwijl zijn nieuwe collega’s beëdigd worden. Hij denkt aan de lange reizen die hij maakte in zijn studententijd, naar landen die andere vormen van burgerparticipatie hadden ingevoerd.

Politici deden alsof ‘geloof’ een groter probleem was dan het klimaat

Welvarende landen met een hoog opgeleide bevolking, zoals de Verenigde Koreaanse Republiek, grepen naar een puntenstelsel. Iedere Koreaan kreeg op zijn zestiende een stem voor het Vrijheidsparlement in de nieuwe regeringszetel, gesticht pal in de oude gedemilitariseerde zone. Wie zijn middelbare school had afgemaakt, kreeg vijf stemmen. Koreanen die daarna een burgerschapsexamen aflegden, hadden recht op tien stemmen.

De Liberal States of America, gelegen aan de noordoostkust van het continent, koos voor een ander model. Het algemeen kiesrecht werd daar afgeschaft. Met algoritmes werd een steekproef van de bevolking genomen. Zij kregen voor de verkiezingen een jaar lang onderricht in de Independence Hall in het hart van hoofdstad Philadelphia. Politiek specialisten legden de partijprogramma’s uit. Ze kregen les in openbare financiën, geschiedenis, retorica en psychologie. Ze moesten beleidsplannen doorgronden en ongeschikte bestuurders die het landsbelang te grabbel gooiden voortijdig zien te ontmaskeren. In hoorzittingen konden ze aspirant-presidenten ondervragen. Daarna kozen zij de president.

De fascinatie die Amerikanen voor die hoorzittingen hebben is vergelijkbaar met de fascinatie die zij ooit koesterden voor rechtbankdrama’s en Senaatsverhoren. O.J. Simpson? Brett Kavanaugh? Kinderspel vergeleken met het vuurwerk – zowel persoonlijk als inhoudelijk – dat de verkiezingssessies ontketenden, weet Smits. Hij en zijn vrienden kopen popcorn en bier om ze via 3D-projecties bij te wonen.

Andere landen kozen weer andere modellen. Singapore, altijd al grotendeels gerund als een bedrijf, maakte stemgewicht afhankelijk van vermogen. Dit model, elders geroemd om de slagvaardigheid, maakte expliciet wat vroeger impliciet was: de gedachte dat de zakelijke elite besluiten neemt die gunstig zijn voor de rest van de bevolking, de werkgelegenheid en de economie. Ook in de tijd van ‘een man, een stem’ hadden rijken in Singapore al buitenproportionele invloed op het zogenaamd democratische proces gehad. Zij financierden verkiezingscampagnes, zij bezaten de kranten en televisiezenders die het publieke debat bepaalden en politici konden maken en kraken.

Het nieuwe stelsel had twee neveneffecten: belastingontduiking nam af – rijken betaalden graag als ze er invloed voor terugkregen. En Singapore won de mondiale slag om de hoofdkantoren van multinationals. Bedrijven stonden in de rij om zich in de stadstaat te vestigen.

Uw stem telt

Net op tijd schiet Smits overeind. „Dat verklaar en beloof ik.” Kort daarna zijn de formaliteiten afgelopen. „Het moeilijkste deel zit erop”, zegt oud-rechter Antonia Willemina Philipse – een verre nazaat van Anthoni Willem Philipse, de man die in 1838 de eerste president van de Hoge Raad der Nederlanden werd. Ze vervolgt: „Tijdens de zittingen kunt u mij voorzitter noemen, in de wandelgangen volstaat Antonia, Willemina, Philipse of een willekeurige combinatie daarvan.” Iedereen lacht. Het ijs is gebroken.

Dan wordt ze serieus: „Uw taak is belangrijk. Uw werk zal invloed hebben. Uw stem telt.” De komende weken zal het forum een wet behandelen die het gebruik van natuurlijk materiaal als katoen, zijde en wol in de kledingindustrie reguleert. Hoe de nieuwe regels eruit komen te zien is natuurlijk aan u, de 99, zegt Philipse.

Smits plukt aan een los draadje in het pak van zijn grootvader. Hij kan uittekenen hoe het zal gaan. Na alle experts gehoord te hebben, zullen de 99 burgers met een pragmatisch wetsvoorstel komen. Zo werkt het altijd. Geconfronteerd met de feiten en belast met verantwoordelijkheid nemen burgers rationele besluiten. Zelfs thema’s waaraan beroepspolitici nooit hun vingers durfden te branden, worden door burgerfora klinisch opgelost. Gezien de feiten over waterverbruik, methaan-uitstoot van schapenpoep en het gebruik van chemicaliën zullen ze voor de wet over katoen, zijde en wol hooguit twijfelen tussen een algeheel verbod of torenhoge belastingtarieven.

Het zal niemand iets uitmaken dat Smits in de toekomst zijn lievelingspak niet meer kan verstellen met de originele materialen. Zelfs hem gaat het niet om dat verdomde pak. Hoe vaak draagt hij het ding nou? Hooguit vijf keer per jaar. Hij snapt dat het irrationeel is, maar hij hecht aan het gebruik van de originele materialen. Het is voor hem een principieel punt om het erfstuk van zijn grootvader goed te onderhouden, een manier ook om hem te gedenken.
Smits weet dat hij leeft in de heerschappij van het optimale beleid. Bescherming van Burgerrechten zijn uitgehold. Burgers zijn gebaat bij goede wetten, bij een pragmatische en wetenschappelijke benadering, niet bij absolute rechten die tot inefficiëntie leiden. Hij beseft: zijn maatpak zal op den duur een slachtoffer worden van sneuvelen. Verzet is zinloos.

Illustratie ‘Wat als…?’
Mitsi Studio

    • Melle Garschagen