Opinie

    • Frits Abrahams

Wandelen met je moeder

De jonge Franse schrijver Édouard Louis vindt dat het in de literatuur te weinig over sociaal zwakkere milieus gaat – de wereld waarin hij opgroeide. Zou hij Fierce Attachments van Vivian Gornick kennen? Het verscheen al in 1987 en werd een groot succes.

Ik las het in de Nederlandse vertaling, Verstrengeld geheten, van Caroline Meijer, die pas in 2016 uitkwam. Het is geen roman, maar een memoir, een vorm van autobiografie dus. Het maakte grote indruk op mij – groter dan menige roman.

Gornick (nu 83) schrijft alleen non-fictie, maar ze doet het met het stilistische en compositorische vernuft van een voortreffelijke fictieschrijver. Ze beschouwt Fierce Attachments als haar beste boek, vertelde ze in een tv-interview. „Ik voelde me voor het eerst in het middelpunt van een cirkel van ervaringen, ik keek rond en kon het allemaal begrijpen, mijn moeder en mezelf.”

Zij zijn de twee hoofdrolspelers uit de Bronx met in hun schaduw de manzieke buurvrouw Nettie en de ex-partners van Vivian. Met haar moeder maakt ze op latere leeftijd lange wandelingen door de stad; momenten waarop hun woelige verleden tot leven komt. Ze wonen dan allebei in Lower Manhattan, een kilometer bij elkaar vandaan. „De liefde voor elkaar spat er niet vanaf op onze wandelingen”, schrijft ze, „we gaan vaak tegen elkaar tekeer, maar wandelen zullen we.” De wandelingen helpen hun geheugen en geven bovendien structuur aan het boek.

Moeder en dochter sparen elkaar niet. Een fundamenteel verschil in levenshouding scheidt hen, maar toch kunnen ze niet helemaal zonder elkaar. De dochter vindt dat haar moeder te weinig van haar leven heeft gemaakt; zij stortte in toen haar man vroeg overleed en kwam nooit meer over dat verlies heen. De moeder verwijt haar dochter een slordig liefdesleven.

De moeder: „Wat zijn jullie voor een generatie?” De dochter: „Niet weer beginnen, ma, ik heb geen zin meer in dat gezeur.” De moeder: „Wij hadden regelmaat, rust, waardigheid. Gezinnen bleven bij elkaar en de mensen leidden een fatsoenlijk leven.” De dochter: „Dat is echt gelul. Ze leidden helemaal geen fatsoenlijk leven, ze leidden een verborgen leven. Je gaat me toch niet vertellen dat de mensen vroeger gelukkiger waren?” De moeder: „Nee, dat zeg ik niet.”

Vivian stelt vast dat zij, haar moeder en de buurvrouw alledrie niet de discipline hadden om met succes een ideaal, normaal vrouwenleven na te jagen. Dat zal ook wel niet bestaan, vrees ik, maar toch konden zij niet nalaten over zo’n leven eindeloos te kletsen en te fantaseren. Hun onderlinge verschillen werden er alleen maar groter van.

Zo ging het ook toe in de liefdesrelaties van Vivian, die ze als schrijfster met grote openhartigheid analyseert. Het wilde maar niet lukken met de heren. De eerste werd zelfdestructief, de tweede bekeerde zich tot het orthodoxe jodendom, de derde bedroog haar. Sindsdien woont Vivian alleen, althans, dat begrijp ik ook uit het interview dat Simone van Saarloos vorig jaar voor NRC met haar maakte.

De tv-interviewer vroeg Vivian of haar moeder haar het boek had kwalijk genomen. „Ze signeerde het overal in de stad”, lachte ze. „Toen ik zei dat ze dat niet mocht doen, zei ze: ‘Zonder mij had je geen boek gehad’.”

Over verstrengeling gesproken.

    • Frits Abrahams