Straatarm in steenrijk Seattle

Het Amazon-effect

De techhype verstikt Seattle, thuishaven van de Amerikaanse gigant Amazon. Extreme welvaart en schaarste maken wonen er steeds duurder, de dakloosheid is enorm. Het stadsbestuur wilde dat probleem aanpakken met een tijdelijke belasting, maar botste met het lokale bedrijfsleven.

Voetgangers passeren tentjes die daklozen in Seattle hebben opgezet. Zo’n 12.000 mensen leven in de welvarende stad op straat. Foto’s Ted S. Warren/AP

Haar huid is gehavend, haar gebit ook. Toch is Whitney vrolijk als ze om kwart voor twee ’s middags wakker gemaakt wordt. „Koud? Nee joh, ik lig prima!” Ze heeft een dekentje over zich heen op het trottoir van Pioneer Square, middenin het centrum van Seattle.

Whitney is 43 en trok vanuit Silicon Valley naar Seattle om een nieuwe baan te vinden. „Dat was een jaar geleden. Blijkbaar heb ik niet de goede referenties”, zegt ze giechelend.

Whitney is één van de 12.000 zwervers in Seattle. „Mensen die dakloosheid ondervinden”, verbetert Chris Park, van het homeless outreach team van de Downtown Seattle Association (DSA). Zijn uitvalsbasis is Pioneer Square, maar overal in het centrum is de armoede tastbaar. Park helpt daklozen zich een weg te banen door een woud van bureaucratie en organisaties, naar een vaste baan en woning. „Amerikanen denken dat je op straat belandt als je verslaafd raakt of gestoord bent. Dat is te makkelijk gedacht – we willen niet weten dat het ons ook kan overkomen. Eén tegenslag, één onverwachte ziekenhuisrekening, en je bent je woning kwijt.”

Seattle, met 730.000 inwoners kleiner dan Amsterdam, gaat gebukt onder hetzelfde probleem als andere steden aan de Amerikaanse westkust: het gaat té goed. Dat drijft de huurprijzen op – met 60 procent sinds 2011 – en daardoor het aantal daklozen.

Er is een schreeuwend gebrek aan betaalbare woonruimte. Onderzoekers van McKinsey schatten dat nog eens 39.000 huishoudens King County (de regio waarin Seattle ligt, 2 miljoen inwoners) hun woningen dreigen te verliezen. De meeste daklozen trekken naar het centrum van Seattle – daar zitten de hulporganisaties en tijdelijke opvang.


Een stad in een stad

Op papier is Seattle steenrijk. Het gemiddelde gezinsinkomen bedraagt per jaar 119.000 dollar, waar dat in VS 71.000 dollar is. Dankzij bedrijven als Starbucks, Boeing en Microsoft, in het nabijgelegen Redmond, is de werkloosheid met 3,1 procent lager dan ooit.

De belangrijkste aanjager van de plaatselijke economie is Amazon – de online techgigant die zijn hoofdkantoor in de binnenstad blijft uitbreiden. De Amazoncampus beslaat enkele stratenblokken, telt bijna veertig kantoren (een vijfde van alle kantoorruimte) en biedt 45.000 mensen een baan.

Het is een stad in een stad, met als glanzend middelpunt de Spheres: drie grote glazen bollen met een kunstmatige biotoop en een eigen tuinbouwkundige. In die bubbel kunnen Amazonmedewerkers even op adem komen tussen de exotische planten.

In het kielzog van Amazon breiden ook Facebook, Apple en Google in Seattle uit, op zoek naar talent. Dat schept nieuwe topbanen die de woonlasten verder opdrijven en mensen met een minimuminkomen uit hun huis jagen. Zo wordt het progressieve Seattle een stad die het niet wil zijn: alleen toegankelijk voor rijken.

De Spheres, de drie glazen bollen waarin Amazon-personeel werkt tussen de exotische planten. Marc Hijink

Op een grijze dinsdagochtend in oktober vergadert het stadsbestuur over de begroting voor 2019. De stemming in City Hall is bedompt. Vier uur praten raadsleden over de beperkte middelen waarmee ze de daklozencrisis moeten bestrijden.

In deze zaal liep de spanning een paar maanden geleden hoog op. De gemeenteraad wilde geld losweken bij grote plaatselijke ondernemingen. Met een belasting van 500 dollar per werknemer, vijf jaar lang, moesten bedrijven bijdragen aan de bouw van betaalbare huizen. De head tax zou 80 miljoen dollar opleveren.

Seattle heeft maar weinig vaste belastinginkomsten. De financiële speelruimte is klein en voor grote investeringen is de stad afhankelijk van zulke tijdelijke extra heffingen. Dat werkt als een rode lap op een stier bij elke ondernemer. Zeker in Seattle.

Amazon blokkeerde de head tax in Seattle door bouwwerkzaamheden stil te leggen. Marc Hijink

Amazon blokkeerde de head tax op een weinig subtiele manier. Het bedrijf legde de bouw van een nieuw kantorencomplex abrupt stil. De boodschap was duidelijk: leg ons meer belastingen op en we breiden niet meer uit in Seattle – Amazon is immers al op zoek naar een tweede thuishaven.

Het stadsbestuur schikte en schroefde het tarief terug naar 275 dollar per werknemer. Dat plan werd in mei aangenomen.

Twee weken later werd de hele heffing afgeschoten. Opnieuw was het Amazon, samen met een groep lokale ondernemers, die het plan torpedeerde. „Amazon schudde ons wakker, maar het protest was veel breder”, zegt James Sido van de DSA. Zijn organisatie vertegenwoordigt inwoners en bedrijven in het stadshart, waaronder Amazon.

Het ontbrak aan dialoog, verklaart Sido de weerzin tegen de head tax. Volgens hem is de daklozencrisis niet alleen aan de snelgroeiende techsector te wijten. „Mensen komen naar Seattle om het hoge minimumloon, omdat wiet hier legaal is en om onze liberale houding.” De politie stelt zich niet agressief op tegenover daklozen. Tenten worden getolereerd, zolang ze de stoep niet blokkeren.

Dakloos door te dure huizen

Liefdadigheidsdollars

Niet dat Amazon en lokale bedrijven als Starbucks niets doen aan de daklozenproblematiek. Maar ze regelen het liever zelf, als liefdadigheid. Amazon stelt tijdelijke opvang ter beschikking in een voormalig hotel. Dit project, Mary’s Place, staat op een terrein dat het bedrijf aankocht om er een kantoortoren te bouwen. In een nieuw complex van 24 verdiepingen wil Amazon 65 kamers reserveren voor de opvang van tweehonderd mensen.

Die liefdadigheidsdollars zijn goedbedoeld, maar ze helpen niet om het structurele probleem op te lossen, zegt Teresa Mosqueda. Zij is in het stadsbestuur verantwoordelijk voor het daklozenprobleem, en kan er nog steeds niet over uit hoe de head tax sneuvelde. „Bedrijven betalen hier amper belasting.”

Het gebrek aan betaalbare woningen vloeit voort uit de strikte ruimtelijke ordening in Seattle: 65 procent van het oppervlak is bedoeld voor ruime gezinswoningen. „Vrijstaande huizen met zo’n wit hekje eromheen”, zegt Mosqueda. Zij wil een ander soort wijken, „met de dichtheid van Europese steden”. Rechtszaken frustreren echter pogingen om bestemmingsplannen aan te passen. Mosqueda: „Niet in mijn achtertuin, zeggen de bewoners.”

Seattle is niet de enige stad aan de westkust waar extreme welvaart leidt tot een daklozenprobleem. Daarom ging Mosqueda te rade bij Los Angeles en San Francisco. In Los Angeles schreef de gemeente voor 1,2 miljard dollar aan obligaties uit om betaalbare woningen te bouwen – Mosqueda zou willen dat ze zoveel budget had. In San Francisco bakkeleien techmiljardairs hoe ze dakloosheid moeten bestrijden: topman Marc Benioff van Salesforce ondersteunt een lokaal belastingplan, Jack Dorsey van Twitter is tegen zo’n extra heffing.

In Seattle loopt de druk op de woningmarkt extra snel op omdat de stad relatief klein is en er duizend mensen per week bijkomen. Volgens berekeningen van McKinsey kost het 400 miljoen dollar per jaar om de daklozencrisis effectief aan te pakken. Dat is tweemaal zoveel als wat nu beschikbaar is. Zolang dat budget niet verdubbelt, groeit de kloof tussen straatarm en steenrijk.

Bittere pil

Op Pioneer Square vervolgt Chris Park zijn ronde. Hij deelt tasjes uit met water, warme sokken en deodorant, samen met zijn collega Jessica Kwon. Park moest zijn homeless outreach team halveren van twaalf naar zes mensen, toen de gemeente vorig jaar de subsidie van een half miljoen dollar introk. Dat was een bittere pil, erkent hij. „Maar het is een goed teken dat de gemeente strengere eisen stelt aan de hulporganisaties. Het moet eerst slecht gaan voordat het beter gaat.” Park heeft goede hoop dat hij zijn team volgend jaar weer kan uitbreiden.

Hij knoopt een praatje aan met Raymond, die in een tent op de hoek van First Avenue woont. „Opgeven is voor watjes, Chris”, zegt Raymond en bezegelt hun ontmoeting met een fist bump.

De hulpverlener: „Raymond is een geval apart. Al vier jaar probeer ik hem aan een baan en woning te helpen. Kwestie van volhouden. Raymond mag de hoop niet opgeven, ik ook niet. Hij moet weten dat ik in hem blijf geloven, zelfs als hij niet meer in zichzelf gelooft.”

Lees ook: Groot en rijk als Amazon? Betaal geen belasting
    • Marc Hijink