Recensie

Slapeloze nachten krijgt Barbra Streisand van Donald Trump

Albumrecensie Op haar album Walls zingt Barbra Streisand (76) voor het eerst sinds 2005 weer vooral nieuw repertoire. Ze lucht haar hart over de „weerzinwekkende” Trump. Streisand kan nog steeds binnen enkele maten een sonoor timbre verruilen voor hemelse hoogten.

Barbra Streisand. Foto Russell James

Barbra Streisand opent de aanval op Donald Trump. De zangeres die de Amerikaanse president al eerder „gevaarlijk en ongeschikt voor het presidentschap” noemde, heeft vrijdag haar nieuwe album Walls uitgebracht – en de meeste nummers staan in het teken van haar weerzin jegens Trump.

Meestal uit Barbra Streisand haar kritiek indirect, maar soms ook verrassend direct – zoals in de single ‘Don’t lie to me’, waarvoor ze zelf de tekst schreef. Het lied is gericht tegen iemand die gouden torens kan bouwen, maar voortdurend de feiten verdraait om zichzelf te rechtvaardigen. „Het drukt mijn woede en mijn frustraties uit”, bevestigt Streisand in een interview in The New York Times.

Het idee voor Walls kwam voort uit het idee om haar nieuwe studio-album – haar 36ste – te wijden aan de dingen die haar het meest bezighouden. En wat haar dezer dagen het meest bezighield, was dus Trump: „Ik lag ’s nachts wakker, terwijl zijn idioterieën door mijn hoofd raasden, en ik moest een nieuw album maken voor Columbia Records, en dus dacht ik: waarom niet een album over wat er door mijn hoofd gaat?”

De eerste tekst die ze schreef, heet dan ook ‘What’s on my mind’ en beschrijft letterlijk de slapeloze nachten die het gevolg zijn van haar zorgen over haar land onder leiding van deze president. ‘What’s on my mind’ zou aanvankelijk ook het titelnummer worden. Maar dat werd ‘Walls’, over een land waarin muren worden gebouwd om mensen van elkaar te scheiden, in plaats van bruggen die het verdeelde Amerika weer tot een eenheid zouden kunnen maken.

Lees ook de recensie van Barbra’s concert in Nederland (2013): Publiek smelt voor Streisand

Bombast

Walls is het eerste album sinds 2005 waarop de nu 76-jarige Barbra Streisand voornamelijk nieuw repertoire zingt. Maar er staan ook klassiekers op die wonderwel bij het thema passen. De verrassendste van allemaal is een combinatie van de John Lennon-hymne ‘Imagine’ en de suikerzoete Louis Armstrong-hit ‘What a wonderful world’. Een mooi idee, want nu deze twee nummers samensmelten, wordt die prachtige wereld het resultaat van de door Lennon gepredikte verbeeldingskracht.

Barbra Streisand voor een portret van George Washington.

Foto Russell James

Ook elders op dit album laat Barbra Streisand overtuigend horen dat ze nog steeds uit elk nummer het bovenste en het onderste tevoorschijn kan halen. Binnen enkele maten is ze in staat een sonoor timbre te verruilen voor hemelse hoogten. Daarbij wordt ze begeleid door massale strijkersformaties die in de loop van de meeste nummers steeds massaler lijken te worden. Dat gaat af en toe te ver, zoals in ‘Lady Liberty’ over het Vrijheidsbeeld. Juist deze zangeres, die als geen ander kan uitblinken in de vertolking van intieme dramatiek, behoeft geen bombast. Het mag een wonder heten dat ze desondanks geen moment wordt weggeblazen.

Walls heeft ook een onverwachte finale: het bijna negentig jaar oude ‘Happy days are here again’, de song die legendarisch is geworden als muzikale begeleiding bij het einde van de Tweede Wereldoorlog. Streisand maakt er een breekbaar liedje van, zonder veel victorie. Ze zingt het alsof ze nog lang niet zeker is van de overwinning. Dat zal ook gelden voor haar strijd tegen Trump.

„Ik zal met deze plaat waarschijnlijk heel wat mensen tegen de haren in strijken”, zegt ze in The New York Times. Maar het lijkt haar niet werkelijk te deren wat de reacties zullen zijn. Ergerlijker vindt ze de slapeloze nachten die Trump haar bezorgt. En ze voegt eraan toe dat ze haar hoop heeft gevestigd op een gunstige uitslag voor de – door haar gesteunde – Democraten bij de tussentijdse verkiezingen van deze week: „Als we de meerderheid in het Huis (van Afgevaardigden) krijgen, kan ik een beetje beter slapen.”

    • Henk van Gelder