Sinds de klap is Genua een verkeersjungle

Drie maanden na de brugramp

Genuezen zetten de wekker een uur eerder om, na het instorten van de Morandibrug, toch nog op tijd op het werk te verschijnen.

De Genuezen weten niet hoelang de verkeerschaos in hun stad nog duurt. Een ontwerp voor de nieuwe brug is er nog niet. Foto Chiara Canale

Na amper vijf minuten is het raak. Francesco Irella (41) heeft zijn geelblauwe vrachtwagen net de haven van Genua uitgeloodst als de auto’s voor hem vaart minderen. Ze rijden in wandelsnelheid. In kruiptempo. En dan staat het verkeer vast, muurvast. Alleen waaghalzen op scootertjes lukt het om zigzaggend aan de file te ontsnappen. „Dit is de jungle van Genua.”

Op 14 augustus stortte de Morandibrug in, hét verkeersknooppunt van Genua. 43 mensen kwamen om het leven en honderden mensen werden geëvacueerd – ze woonden in de flats onder de brug. Het viaduct was een schakel tussen Genua, Milaan, Turijn en Zuid-Frankrijk. Ze verbond het historische centrum van de stad met het westelijke deel.

Nu ligt het westen van Genua er geïsoleerd bij. Buurtbewoners reizen via een omweg naar het centrum. En het vrachtverkeer van buiten de stad dendert over de Via Aurelia, een oude Romeinse weg, naar de haven. Gemiddeld duizenden trucks per dag. Tientonners met meel, kattenvoer of flesjes water worden dagelijks door verkeersagenten met stofmaskers langs de stoplichten gedirigeerd.

Het is twee uur ’s middags, Francesco Irella is onderweg naar een ander deel van de haven, net buiten Genua. Het lange wachten is begonnen. „Zo gaat het iedere dag.”

Sinds de ramp staat het verkeer in Genua dagelijks herhaaldelijk vast. Genuezen zetten de wekker een uur eerder om op tijd op hun werk te zijn. Hoe lang dat nog duurt? Een definitief ontwerp van de nieuwe brug is er nog niet en de datum dat die af zou moeten zijn, wordt constant vooruit geschoven. Wel is er – om de stad te ontzien – in de haven een binnenweg aangelegd voor vrachtverkeer.

De brug verbond het historisch centrum met het westen van de stad. NRC Studio

Snelste route voor vrachtverkeer

„Pizza? Koffie?” Stefano Tommasi (60) van Spinelli SRL, vouwt de verpakking open. In het broeierige kantoortje van Spinelli SRL, één van de grootste containervervoersbedrijven in de haven, vertelt Tommasi hoe belangrijk de brug en de haven voor deze stad zijn. De Morandi-brug was dé snelste route voor vrachtverkeer naar de haven, de grootste arbeidsmarkt van Genua. Er werken 11.000 mensen. En 65.000 mensen zijn direct of indirect betrokken bij de haven, volgens Tommasi.

In 2017 waren de jaarcijfers van de haven nog prima: 2,7 miljoen containers werden in- en uitgevoerd, 13 procent meer dan in 2016. De maandcijfers van augustus dit jaar stemmen somber: ze laten een plotselinge daling zien, 15 procent ten opzichte van vorig jaar. Tommasi’s theorie: grote bedrijven hebben geen zin in logistiek gelazer. Zijn angst: de bedrijven kiezen voor een andere haven. Tommasi: „Een ca-ta-stro-fe”

In de Via Teresio Mario pakt Marianna Correnti-Lombardo haar handgeschreven kasboekje erbij. In een lange kolom heeft Correnti-Lombardo met lichtblauw de daginkomsten van afgelopen week in euro’s geschreven: 21,50, 18,50, 28,00, 7,00 5,00 – povere cijfers. Ze runt ruim dertig jaar de bloemenwinkel. Aanvankelijk met haar man, maar die is vorig jaar overleden. Na de ramp is de straat, die onder de brug doorloopt, afgezet. Er komt amper nog verkeer in de straat, zegt ze. „Over een paar maanden kan ik sluiten.”

Vrachtwagenchauffeur Francesco Irella was op de bewuste 14 augustus onderweg met een collega. Ter hoogte van Cornegliano, een buitenwijk van Genua, werd het plotseling ‘mistig’. „Hè?” Een achteruitrijdende vrachtwagen kwam voorbij. Er klonken sirenes. Irella steekt zijn rechterarm in de lucht: „Ik krijg er nog steeds kippenvel van.”

Lees ook de column van Ilja Leonard Pfeijffer: Genua is nu in tweeën geknipt

Het verbaast hem niet dat een brug instort in Italië. Juíst in Italië. Op de weg ziet hij de verschillen. Overal waar Irella komt zijn de wegen beter dan Italië. België, Frankrijk, Duitsland. De straten zijn goed geasfalteerd en de wegen zonder gaten. Hier duren de verkeerwerkzaamheden jaren, zegt Irella. „Maar dat we er zó slecht voorstonden?”

In truckerscafé La Lanterna heeft iedere chauffeur zijn favoriete ‘slechtste brug’. „De brug in Savona”, weet Mauro Pontiroli (41), „trilt als je er overheen rijdt.” „In Tortona”, zegt Severino Luciano (51), „zitten de pilaren vol scheuren”. De mannen zitten op plastic stoeltjes en drinken bier. In de bar knalt Latinmuziek uit de boxen.

Vorige maand zijn er nog twee bruggen ingestort: een viaduct op Sardinië en een brug in Calabrië. Volgens de truckers komt het doordat de overheid de afgelopen jaren minder heeft uitgegeven aan wegenonderhoud. Ingenieurs zeiden eerder al in Italiaanse media dat „honderden” bruggen en tunnels moeten worden gecontroleerd.

In La Lanterna twijfelen de chauffeurs soms over hun werk. „Ik vraag me af: moet ik doorgaan? Ik heb een dochter van 6,5 jaar thuis”, zegt Mauro Pontiroli. Voor Francesco Irella, opgegroeid in een truckersfamilie (zijn vader en opa waren ook dagelijks op de weg), is stoppen in ieder geval geen optie. „Ik rijd al vanaf mijn achtste auto, een Fiat Uno. Dit is waar ik goed in ben.”

    • Martin Kuiper