Piloot Poch wil ex-ministers horen en eist 5 miljoen euro vergoeding

Dodenvluchten

Oud-piloot Julio Poch eist een schadevergoeding omdat Nederland hem uitleverde aan Argentinië. In 2017 werd hij vrijgesproken.

De schadeclaim van Poch wordt begroot op ongeveer 5 miljoen euro. Foto Leo Vogelzang

Voormalig Transavia-piloot Julio Poch (66) wil in een voorlopig getuigenverhoor voor de Haagse rechtbank vijf voormalige Nederlandse bewindslieden horen over hun rol bij zijn uiteindelijke uitlevering aan Argentinië.

Poch wil ex-minister-president Jan-Peter Balkenende en de ministers van justitie Ernst Hirsch Ballin en Ivo Opstelten en de ministers van buitenlandse zaken Maxime Verhagen en Uri Rosenthal horen ter onderbouwing van een schadeclaim tegen de Nederlandse staat. Volgens de piloot, die vorig jaar unaniem door een rechtbank in Buenos Aires werd vrijgesproken van de verdenking dat hij eind jaren zeventig voor de Argentijnse junta zogeheten ‘dodenvluchten’ zou hebben uitgevoerd, heeft hij door onrechtmatig handelen van Nederlandse autoriteiten 3.000 dagen onschuldig in voorarrest gezeten.

De advocaten Carry Knoops-Hamburger en Geert-Jan Knoops zeggen dat de schadeclaim van hun cliënt Poch wordt begroot op ongeveer 5 miljoen euro. Het gaat om een vergoeding voor de bijna acht jaar die Poch ten onrechte in Argentijnse gevangenissen heeft doorgebracht. Daarnaast vragen de raadslieden vergoeding voor onder meer reputatieschade.

De advocaten zeggen dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de bewindslieden zich hebben bemoeid met de zaak die er uiteindelijk in resulteerde dat de Argentijn Poch, die sinds 1995 ook de Nederlandse nationaliteit had, via Spanje door een list werd uitgeleverd aan Argentinië. Op zijn allerlaatste vlucht voor zijn pensionering, op 22 september 2009, werd Poch op verzoek van justitie in Argentinië gearresteerd op de luchthaven van Valencia. Nederland had die informatie aan Argentinië verstrekt. „Twee dagen na de aanhouding zei minister Hirsch Ballin dat Transavia bewust niet was geïnformeerd over de ophanden zijnde arrestatie van hun piloot. Dat betekent dat het kabinet zich bemoeide met de strafzaak”, zegt Geert-Jan Knoops.

Julio Poch is kwaad over de wijze waarop de Nederlandse autoriteiten in zijn zaak hebben geopereerd. „Ze vonden me bij voorbaat al een oorlogsmisdadiger.” Poch noemt het merkwaardig dat minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) deze week in een brief aan de Kamer schreef dat het openbaar ministerie gedeeltelijk de kosten heeft vergoed van advocaat Liesbeth Zegveld. Zij stond voormalige collega’s van Poch bij die hem beschuldigden.

Financiële bijstand

Zegveld ontving naar eigen zeggen van het OM 20.000 euro. De raadslieden Knoops vroegen jarenlang tevergeefs om vergoeding van rechtsbijstand. „Het feit dat belastende getuigen wel financiële bijstand kregen en de verdachte niet, bewijst de absolute partijdigheid van Nederland”, zegt Geert-Jan Knoops. In januari volgend jaar eist Knoops voor de Haagse rechtbank in een aparte procedure 2,5 ton vergoeding van advocatenkosten.

De strafzaak tegen Poch begon nadat een paar Nederlandse collega’s in 2003 tijdens een etentje op Bali dachten te hebben begrepen dat Poch bekende dat hij bij de zogeheten vuelos de la muerte (dodenvluchten) betrokken was geweest. De Argentijnse rechtbank oordeelde vorig jaar dat de getuigen zich waarschijnlijk hebben schuldig gemaakt aan meineed.

Lees ook: Poch wil vooral snel naar huis toe

De advocaten van Poch willen ook Michiel Meijer horen, voormalig president-directeur van Transavia. Meijer had in 2009 een gesprek met officier van justitie Guus Schram. Meijer zegt toen van Schram te hebben begrepen dat Nederland meewerkte aan het proces tegen Poch, opdat de Argentijnse justitie Jorge Zorreguieta, staatssecretaris tijdens de junta en vader van koningin Máxima, ongemoeid zou laten.

    • Marcel Haenen