Opinie

    • Eric C. Hendriks

Maak herrie voor de Oeigoeren

China Een miljoen Oeigoeren zijn door China opgesloten in geheime kampen. Dat moet stoppen, schrijft .
Deelnemer aan een demonstratie bij het Chinese consulaat in Istanbul in juli, tegen de behandeling van Oeigoeren in de Chinese provincie Xinjiang. Foto Ozan Kose/AFP

Hoeveel Oeigoeren wonen er in Xinjiang, de afgelegen noordwestelijke provincie van China? Daarover zijn geen betrouwbare cijfers; schattingen lopen uiteen van 11 tot 15 miljoen. Maar volgens de Verenigde Naties staat het wel vast dat de Chinese overheid sinds 2015 een miljoen van hen in geheime kampen heeft opgesloten. China zou zomaar kunnen denken dat het de buitenwereld niet op zou vallen als er opeens honderdduizend voor eeuwig zouden verdwijnen.

Het leefgebied van de Oeigoeren, een aan de Turken verwant volk dat de islam als godsdienst heeft, wordt sinds eeuwen door de Chinezen gekoloniseerd. De laatste zeventig jaar regeert de Chinese Communistische Partij (CCP) er met harde hand. De afgelopen jaren is de situatie is ernstig geëscaleerd; president Xi Jinping voert in Xinjiang een schrikbewind.

Als een autoritaire eenpartijstaat een miljoen leden van één etnische groep in afgelegen kampen stopt, moeten we ons zorgen maken over zware mensenrechtenschendingen. De Chinese regering en sommige internationale media spreken van „heropvoedingskampen” – is een griezelig eufemisme. Gezien het hoge aantal gevangenen en het feit dat een specifieke etniciteit gericht wordt aangepakt – het „meest gevaarlijke” deel van een door China als gevaarlijk beschouwd volk – moeten we spreken van concentratiekampen en etnische zuivering. Nu zijn concentratiekampen geen vernietigingskampen, maar veel Oeigoeren zijn met recht bang dat ze hun verdwenen familieleden, van wie ze vaak al jaren niets meer hebben gehoord, nooit terug zullen zien.

Lees ook: ‘We hebben het over concentratiekampen’

De afgelopen jaren is de repressie sterk toegenomen. De kampen werden vanaf 2015 gebouwd als onderdeel van de oprukkende politiestaat in Xinjiang. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Jamestown Foundation meldt dat er tussen augustus 2016 en juli 2017 90.000 nieuwe vacatures voor bewakers en politiebeambten waren, zes keer meer dan de jaren ervoor. In 2016 gaf de provincie Xinjiang al vijf keer zoveel geld uit aan veiligheid dan in 2007. Tussen 2016 en 2017 verdubbelde dat bedrag nog eens.

Dystopische surveillancestaat

Xinjiang is volgens The New York Times een „dystopische” surveillancestaat. Men rijdt langs militaire checkpoints en er hangen overal camera’s met gezichtsherkenning. Een Chinese student van me in Peking, die zelf Han is (de niet-islamitische meerderheidsetniciteit), en uit Xinjiang komt, vertelde me begin dit jaar dat hij had gezien dat er voor ieder restaurant een soldaat staat, om iedere Oeigoer bij binnenkomst te fouilleren. Dat had je een paar jaar terug niet, vertelde hij.

Bovendien werden sinds 2014 in drie, steeds grotere golven 1,4 miljoen partijleden naar Xinjiang gestuurd om Oeigoeren intensief in de gaten te houden, schrijft antropoloog Darren Byler op het onderzoeksblog China File.

De schending van de mensenrechten wordt aan het oog van de wereld onttrokken doordat Xinjiang nagenoeg hermetisch van de buitenwereld is afgesloten. Binnenlandse journalisten schrijven onder het juk van het Propaganda Departement, terwijl buitenlandse journalisten Xinjiang nauwelijks binnenkomen en de kampen niet kunnen bereiken. Als buitenlandse correspondenten zich ‘te veel’ met het thema bezighouden, worden ze uitgezet.

Satellietfoto’s

Aanvankelijk ontkende China het bestaan van de kampen. Na ooggetuigenverslagen en publicatie van satellietfoto’s heeft de Chinese regering schoorvoetend toegegeven dat er inderdaad kampen zijn, maar daarin worden mensen „opgevoed” en „opgeleid”.

Zulke maatregelen zijn volgens Beijing nodig om terrorisme te bestrijding. Dat argument is niet geheel terzijde te schuiven; in 2014 waren er 37 aanslagen in China die zijn toegeschreven aan Oeigoerse jihadisten. Daarbij vielen meer dan driehonderd doden. Een daarvan vond plaats op het centraal station van Kunming, toen acht Oeigoeren met messen instaken op de menigte. De verkoop van messen en andere scherpe voorwerpen is sindsdien in Xinjiang streng gecontroleerd. En laten we niet naïef zijn: China’s draconische ingrepen zijn waarschijnlijk een effectieve vorm van terrorismebestrijding. Sinds 2015 hebben Oeigoerse jihadisten veelal aanslagen uitgevoerd in het buitenland, onder meer in Turkije en op een heiligdom in Thailand dat populair is bij Chinese toeristen. Het staat ook vast dat Oeigoeren mee hebben gevochten met Islamitische Staat.

Terrorisme, separatisme, religieuze tradities zijn in ogen van Beijing één pot nat.

Maar als het alleen om terrorismebestrijding zou gaan, zouden er geen miljoen Oeigoeren in kampen zitten. Voor de CCP zijn terrorisme, separatisme, verzet tegen de politieke onderdrukking en religieus traditionalisme één pot nat. Veel moskeeën zijn gesloten of ontdaan van hun minaretten. Volgens The Economist deelt de politie strafpunten uit voor het vasten tijdens de ramadan, het niet drinken van alcohol en het bezit van een koran.

China houdt alle communicatie in de gaten, onder meer via verplicht te installeren spyware. Een docente van gemengde afkomst fluisterde mij eens toe dat haar Oeigoerse familieleden in Xinjiang regelmatig positieve berichten over Xi en de Partij naar elkaar sturen via sociale media, uit angst anders door de veiligheidsdiensten als vijandig te worden aangemerkt.

Lees ook: Wie een baard heeft, moet heropgevoed worden

Volgens Beijing zijn de 1,1 miljoen partijleden naar de regio verhuisd om de lokale bevolking „op te voeden” en „te genezen van de ziekte van extremisme”. Ze zijn ondergebracht bij Oeigoerse „gastfamilies”, heet het. Antropoloog Byler, die een paar van deze ‘volksopvoeders’ interviewde, beschrijft in China File hoe ze hun ‘gastfamilie’ testen. Dan zetten de opvoeders varkensvlees en bier op tafel. Te islamitisch om het aan te nemen? Kleine notitie.

Er worden ‘gezellige’ groepsfoto’s geplaatst op sociale media, maar intussen heerst angst. De opvoeders selecteren immers wie naar de kampen wordt afgevoerd of wiens kinderen worden weg geplaatst. Byler zag dat bange, door hun ouders geïnstrueerde Oeigoerse kinderen de Chinese partijleden begroeten met „Ik hou van Xi Jinping”.

Zijderoute als hefboom

Een reactie is vereist. In de Volkskrant verscheen woensdag een oproep van 24 Nederlandstalige China- en Azië-experts om meer aandacht aan de Oeigoerse kwestie te geven en China „tegenover internationale instanties [...] ter verantwoording” te roepen. Ik steun deze oproep van harte, maar slimme, discrete diplomatie kan effectiever zijn. Enkele Europese en islamitische landen hebben een sterke troef in handen: One Belt, One Road – China’s megaproject om China via spoor en weg te verbinden met industrie en grondstoffen in Centraal- en Zuid-Azië en Midden- en Oost-Europa. De ‘nieuwe Zijderoute’ is Xi’s paradepaard en vergt goede relaties met EU-landen, Pakistan en Turkije. Vanuit zo’n concrete, wederzijdse afhankelijkheid kunnen diplomaten aansturen op betere behandeling van de Oeigoeren.

Tegelijkertijd moeten onze media wel hun stem verheffen. Media-aandacht is letterlijk van levensbelang. In zijn boek Final Solutions toont politicoloog Benjamin A. Valentino aan dat internationale media-aandacht meeweegt bij het besluit van regeringen om wel of niet over te gaan tot genocide tijdens een etnisch conflict. En het omgekeerde geldt ook: als onderdrukkende regeringen weinig media-aandacht verwachten, ‘pakken ze door’. Toen filmster George Clooney in 2006 naar Darfur afreisde in een poging zo „een genocide te verhinderen”, werd daar door sommigen lacherig over gedaan, maar Clooney had de wetenschap aan zijn zijde. Media-aandacht werkt. Gelukkig verschijnt er volgende week een interview met Dolkun Isa, de president van het Oeigoerse Wereldcongres, in de Turks-Nederlandse krant De Kanttekening. Dat is een goed begin.

Maar laten we het daar niet bij laten. Door veel herrie te maken over Xinjiang helpen we de kans te verkleinen dat sommige van die concentratiekampen een ‘vernietigingscomponent’ krijgen.

    • Eric C. Hendriks