Klapt het verdeelde Texas nu al om?

Midterm-verkiezingen Traditioneel winnen de Republikeinen in Texas. Dinsdag ook? Christine Trujillo is om, ondanks haar ouders. Maar Trevor Stratton blijft achter Trump staan.

De verkiezingen van dinsdag zijn in Texas spannender dan ooit. De Democraat Beto O’Rourke voert campagne voor een Senaatszetel. Foto Chip Somodevilla/AFP

Trevor Stratton komt rechtstreeks uit het plaatjesboek van trumpiaans Amerika. Blond haar, blauwe ogen, een ruitjesbloes met korte mouwen over een T-shirt, spijkerbroek, groen petje. Hij werkt op een olieraffinaderij en het gaat goed allemaal, „thank you, sir.” Hij rijdt in „een Honda uit 2018”, is getrouwd met Tammy, heeft twee zoontjes van drie en vier. En hij is pas 24. Dankt hij zijn voorspoed aan de president? „Yes, sir.” Aan diens economische politiek van belastingverlaging en deregulering? „Yes, sir.” Hij knipt met zijn vingers. „Ik had zó een baan.” Geen twijfel op welke partij hij dinsdag stemt.

We staan voor de H-E-B-supermarkt in Beaumont, Jefferson County. Anderhalf uur naar het westen ligt Houston, een ‘blauwe’, dat wil zeggen overwegend Democratische stad. Jefferson County is een van de zeldzame verdeelde districten in Texas: hier stemde in 2016 49 procent op Donald Trump, 48,5 procent op Hillary Clinton. In de straten van Beaumont zie je aan weerszijden bordjes voor Republikein Ted Cruz en voor Democraat Beto O’Rourke.

In de supermarkt ligt de vriezer vol met grote hammen en complete runderborsten. Uit de winkel komen op dit middaguur vooral oudere mensen die naar hun afgetrapte auto’s lopen. Een vrouw rijdt weg op een smalle reserveband. Deze H-E-B ligt tussen armere en het wat rijkere deel van de stad, wijst Trevor Stratton. Hij woont op het platteland: Hamshire, tien straten, een kerk, een postkantoor en een café.

Lees ook: Wat je moet weten over de Amerikaanse midterms

Het is de laatste week voor de verkiezingen en die zijn in Texas spannender dan ooit. Trump versloeg Clinton in Texas met ruim 9 procentpunt. Maar nu kijken de Republikeinen met zorg naar vooral de Senaatsrace. Ted Cruz verdedigt zijn zetel voor de Republikeinen. O’Rourke, de uitdager, is Cruz tot op de hielen genaderd – maar daar zal het volgens alle betrouwbare peilingen ook bij blijven. De beste site van peilers en analisten, www.fivethirtyeight.com, geeft Cruz al weken zo’n 5 procentpunt voorsprong. Team O’Rourke stuurt dagelijks vijf of zes e-mails om geld te vragen. „We zijn zó dichtbij!” Maar ook zij laten ongewild zien dat hun kansen gering zijn als ze in die mail trots schrijven dat ze met nog vijf dagen te gaan „maar 3,6 procent” achter liggen bij de mensen „die van plan zijn te gaan stemmen” – de minst betrouwbare groep.

De Republikeinen drukken voluit op het gaspedaal van het migratiethema. Een colonne van duizenden mensen uit Midden-Amerika marcheert door Mexico en zou in dit tempo over enkele weken aan de zuidgrens van de Verenigde Staten kunnen staan. President Trump zegt dat het „ruige lui” zijn in die stoet. Dat er moordenaars, drugscriminelen en „mensen uit het Midden-Oosten” tussen zitten. En dat de Democraten ze allemaal willen binnenlaten.

Texas, met zijn ruim tweeduizend kilometer lange grens, zou daar gevoelig voor moeten zijn. Niet voor niets worden de aanwezigen bij een campagnebijeenkomst van Ted Cruz in Ruby’s diner in Del Rio opgewarmd door een agent van de grenspolitie. „Wij pakken in een weekend wel tweeduizend illegalen op.” De zaal scandeert: „Bouw de Muur!” Vanaf de tafel waar hij op geklommen is, kijkt scholier Hector Rojas (17) omlaag en zegt ernstig. „Ze pakken onze banen af.” Maar als je Trevor Stratton vraagt of hij zich zorgen maakt over de ‘karavaan’, haalt hij de schouders op. In Texas wonen meer latino’s dan mensen als hij – Garcia is de meest voorkomende naam in de staat, daarna Smith, dan Martinez. „Zolang ze legaal binnenkomen, perfect”, zegt Stratton. Is hij niet bang dat immigranten de banen afpakken? Voor illegale immigranten is werken op raffinaderijen onmogelijk, zegt hij. Zonder Texas-papieren krijgt niemand er een baan. En voor zijn eigen pas gekregen baan dan? Pas gekregen, vraagt hij verbaasd. Hij dankt zijn baan toch aan Trump? „Ik werk al vanaf mijn achttiende op de raffinaderij, hoor.”

Wanneer klapt Texas om?

Texas is een gekke staat. Het voelt voor de inwoners als een land. De omvang (ruwweg zo groot als Frankrijk), de rijkdom (een grotere economie dan Rusland), het inwonertal (28,7 miljoen waar dagelijks gemiddeld duizend nieuwe inwoners bij komen) – alles is groot. Het landelijke noorden is conservatief, met bumperstickers als ‘Ik hou van mijn land, maar ik ben bang voor mijn regering’. Het zuiden, met grote steden als Houston, Dallas, El Paso is vooral door de komst van nieuwe bewoners snel Democratisch geworden. Die nieuwelingen zijn overwegend gekleurd en hogeropgeleid en werken in de snelgroeiende tech-economie.

Lees ook de reportage over de campagne van Beto O’Rourke: Een gevecht met de cowboycultuur

Dat de verkiezingen in Texas zo veel belangstelling wekken komt niet alleen doordat de Democraat O’Rourke met zijn jongensachtige Kennedy-uitstraling landelijk zoveel enthousiasme wekt (er lopen tot in Chicago en Miami mensen met Beto-T-shirts rond). Deze staat heeft symbolische betekenis. Je zou kunnen zeggen dat in Texas de toekomst van Amerika met het verleden strijdt om de politieke zeggenschap. De vraag die je steeds hoort: wanneer ‘klapt’ de hele staat ‘om’? De Democraten rekenen zich al rijk door de veranderende demografie en wijzen op de door Republikeinse autoriteiten getekende kiesdistricten. De Democraten behaalden hier bij de verkiezingen voor het Huis in 2016 zo’n 42 procent van de stemmen, maar kregen slechts 30 procent van de zetels.

President Trump staat pal voor het oude Amerika: wit, christelijk en stevig leunend op olie, gas en staal. Tegenover de harde reclamespotjes van de Republikeinen („O’Rourke wil Amerikaanse gezinnen vernietigen”), staat het neerbuigende credo van Democratische kiezers in Houston die naast hun Beto-plakkaat in hun tuin een bordje hebben gezet: ‘WE BELIEVE: BLACK LIVES MATTER - LOVE IS LOVE - WOMEN’S RIGHTS ARE HUMAN RIGHTS - SCIENCE IS REAL’.

Die arrogantie bevalt Michaela McKenzie (31) en Christine Trujillo Jones (32) niet zo. Ze hebben genoeg van de hardheid van de politiek, van het gebrek aan vergevingsgezindheid. Ze behoren tot een groepje vrijwilligers dat deze avond voor Beto O’Rourke de deuren langsgaat. Michaela McKenzie heeft een T-shirt met achterop ‘Boo y’all’ en Christina Trujillo Jones heeft een maillot met spookjes. Het is Halloween en de Democratische vrijwilligers hebben voor de ironische aanpak gekozen. „Hij heeft zich als Beto verkleed”, zegt Trujillo over een vrijwilliger die een lichtblauwe bloes draagt, met tot de onderarm omgeslagen mouwen en zweetplekken in de hals en onder de oksels – het handelsmerk van O’Rourke.

Trujillo, programmacoördinator aan de bouwopleiding van de Lamar Universiteit, is ‘bekeerd’ vertelt ze, terwijl ze van deur naar deur gaat in het labyrintische appartementencomplex in Noord-Beaumont. Tot 2016 was ze Republikein, net als haar ouders. In de presidentscampagne steunde zij John Kasich, die als een van de laatste kandidaten uit de Republikeinse voorverkiezingen stapte. Ze was ellendig geworden van de toon in die campagne, en merkte Beto O’Rourke op toen die met zijn Republikeinse collega-afgevaardigde, Will Hurd, in de auto naar Washington was gereden. Wegens een orkaan waren alle vluchten geschrapt, dus pakten ze de auto en ze besloten hun tocht te streamen op Facebook. Het werd een klein monument aan het ideaal van verzoening en samenwerking.

Met haar ouders kan Trujillo sindsdien niet meer over politiek spreken. Zij stemden op Trump. „Hij is in alles tegengesteld aan de idealen waarmee mijn ouders me hebben opgevoed.” Haar vader is een gevoelige man, zegt ze. „En de wereld is niet aardig voor gevoelige mannen.” Hij zit in het bestuur van een buurtvereniging. Een tijdje geleden overlegde dat over een lantaarn in de straat – goed voor de buurt, slecht voor degene die het volle licht voor zijn huis krijgt. De voorzitter stelde voor de lantaarn te plaatsen voor het huis van iemand die niet aanwezig was. „Dat kun je niet doen zonder het hem te vragen, zei mijn vader. Trump zou net zo redeneren als de voorzitter en zijn schouders ophalen over de rest.”

De lantaarn is toch voor dat huis gezet. „Daarom stemde mijn vader voor Trump. De wereld walst altijd over hem heen. Op Trump stemmen is een manier om te laten zien: ik laat niet langer over mij lopen.”

Ontsnapt

In de buurt van de Torres-gevangenis bij Hondo waarschuwen verkeersborden: „Lifters kunnen ontsnapte gevangenen zijn”. De bus van senator Ted Cruz („ruig als Texas”) stopt twee uur verder in grensplaats Del Rio. Een uur later rijdt hij weer weg en vergelijken jongeren van Del Rio High School hun selfies met de senator. Zij hebben op één na allemaal latinobloed in de aderen, zeggen ze. Als zij niks van illegale migranten moeten hebben, is het niet omdat ze verkleuring van Del Rio vrezen, maar omdat ze het „een belediging voor onze grootouders” vinden. „Zij hebben keurig alle papieren ingevuld en jaren gewacht.”

Lees ook: Verkiezingskoorts in VS stijgt naar een kookpunt

De assertiviteit van Trump maakt burgers zelfverzekerd. Wie tegen hem is, denkt: kom maar op. Wie vóór hem is, denkt: zie je wel, we zijn niet gek dat we patriotten/christenen/conservatieven zijn. „Wij hebben nu een stem”, zegt de 16-jarige Nathan Thalamantiz, die net als zijn broer straaljagerpilootwil worden.

De enige niet-latino is Sam Pippin, een dunne jongen bij wie de eerste blonde haren op zijn kin zijn verschenen. Zijn oma is in Den Haag geboren. Hij is met zijn vrienden naar Cruz komen kijken. Waar de senator net nog tekeerging tegen de federale overheid („Leave us the Hell alone!”), is Pippin bedachtzaam. Hij heeft twee tweelingzussen. Eentje is gezond en slim. De ander kreeg zuurstofgebrek bij haar geboorte en is gehandicapt. „Zo weinig scheelt het wie geluk heeft en wie niet”, zegt hij. Het gezin Pippin krijgt medische zorg door de overheid vergoed – nog volgens de wetten die president Obama doorvoerde.

Sam Pippin is wel voor president Trump, zegt hij. „Maar is vind het onprofessioneel hoe hij mensen beledigt. Ik snap niet dat hij hiervoor zakenman was. Dan moet je je klanten toch niet beledigen?”

We rijden naar de H-E-B-supermarkt tegen de grens aan. De grens die Trump met militairen wil verdedigen tegen de „invasie” uit Midden-Amerika. Vandaag is het een slaperige overgang, waar auto’s maar een paar tellen hoeven te wachten voor de slagboom omhooggaat – ook de auto’s die uit Mexico komen.

Die Mexicanen komen hier boodschappen doen. Op de parkeerplaats van deze H-E-B is zeker de helft van de kentekens Mexicaans. Sam Pippin gaat niet zo heel vaak naar Mexico, zegt hij. „Ik word er altijd uitgepikt aan de grens, omdat ik er niet Spaans uitzie.” Als hij Mexico ín wil? „Nee, als ik terugkom. Ik ben de enige witte jongen, dat vertrouwen de Amerikanen niet. Zou dat racisme zijn?”

    • Bas Blokker