In het Gregoriaans klonk ooit de kwarttoon

Muziekwetenschap Bij de 19e eeuwse reconstructie van het middeleeuwse Gregoriaans is over het hoofd gezien – al of niet expres – dat er kwarttonen werden gezongen. Die klinken Arabisch. Tekst

Foto British Library

De westerse muziek maakt gebruik van toonladders die uit hele en halve tonen bestaan. Kwarttonen kennen wij niet. Buiten Europa kom je ze wel tegen. In de Arabische muziek wemelt het er bijvoorbeeld van. Juist die kwarttonen maken dat die muziek ons zo vreemd in de oren klinkt.

Toch is er in de Middeleeuwen een tijd geweest dat er af en toe kwarttonen te horen waren in West-Europa. Misschien in de volksmuziek van die tijd, waar we weinig over weten, maar in ieder geval in het Gregoriaans, dat gezongen werd in kloosters en kathedralen.

Musicoloog Leo Lousberg deed onderzoek naar kwarttonen in het Gregoriaans. In zijn proefschrift, waarop hij eind september promoveerde aan de Universiteit Utrecht, maakt hij aannemelijk dat die kwarttonen gebruikt werden om bepaalde woorden in de gezongen tekst te benadrukken.

Je vraagt je af hoe dat indertijd geklonken heeft. Volgens Lousberg bestaan er geen opnames van gregoriaanse koren die zich aan kwarttonen wagen. „Maar ik heb wel iets dat in de buurt komt”, zegt hij. „Een opname uit de Koptische liturgie.”

We luisteren ernaar. Rustig, eenstemmig, meditatief gezang. De kwarttonen vallen onmiddellijk op. Je hoort af en toe een toon die heel anders is dan je gewend bent. Dat Kopten kwarttonen gebruiken in hun rituele gezangen, hoeft niet te verbazen. Het Koptische geloof is een vorm van christendom in Egypte, en staat daar in contact met de Arabische cultuur, waarin kwarttonen de gewoonste zaak van de wereld zijn. In West-Europa is dat een heel ander verhaal.

Do re mi

De toonladders van het Gregoriaans (de zogeheten kerktoonladders) waren, net als onze hedendaagse toonladders (majeur en mineur), gebaseerd op de bekende reeks van do, re, mi, etcetera, die uit vijf „hele” en twee „halve” tonen bestaat (zie kader). Dit toonhoogtesysteem, dat de kleur van de westerse muziek bepaalt, wordt al beschreven in Griekse muziektheoretische verhandelingen van voor de jaartelling. Diezelfde teksten beschrijven ook hoe er in die reeks van tonen twee plaatsen zijn waar het mooi kan zijn om in plaats van een halve toon een kwarttoon te zingen (of te spelen). Precies op die twee plaatsen gebeurde dat in het middeleeuwse Gregoriaans.

Het Gregoriaans zoals het nu gezongen wordt, is een negentiende-eeuwse reconstructie van de muziek die ooit in de Middeleeuwen geklonken heeft. Wat in de achttiende eeuw nog voor Gregoriaans moest doorgaan, stond inmiddels ver af van het middeleeuwse Gregoriaans.

De negentiende-eeuwse reconstructie van het Gregoriaans heeft zo zijn beperkingen. De middeleeuwse handschriften zijn vrij duidelijk over het verloop van de melodieën, maar zeggen bijvoorbeeld weinig over het ritme. Of het ritme van het Gregoriaans zoals het nu gezongen wordt, precies overeenkomt met hoe dat duizend jaar geleden ging, is daarom zeer de vraag. Duizend jaar geleden was er ook nog geen vaste methode van muziek noteren. Het interpreteren van de muzikale handschriften uit die tijd is een enorm gepuzzel.

Al in 1846 werd er, in het archief van de Franse stad Montpellier, een tiende-eeuws handschrift ontdekt, waarin tekens opdoken die leken te verwijzen naar kwarttonen. Lousberg: „Die tekens kwamen alleen voor op de plekken waar je volgens de Griekse muziektheorie kwarttonen kunt zingen.” Daarna werden er ook in een aantal andere handschriften tekens gesignaleerd die naar kwarttonen zouden kunnen verwijzen.

In christelijke muziek?

Anderhalve eeuw lang – van die eerste ontdekking in 1846 tot in de jaren negentig van de vorige eeuw – is er gediscussieerd over de vraag of die tekens nou wel of niet kwarttonen weergaven. Lousberg: „De eerste reactie, in de negentiende eeuw, was: hoe kan dat nu, kwarttonen in christelijke muziek? Kwarttonen werden geassocieerd met Arabische muziek, met een cultuur die men toen minderwaardig vond. Het Gregoriaans daarentegen werd gezien als het begin van de westerse gecomponeerde muziek, of zelfs als het fundament onder alle muziek die daarna kwam. Het kon natuurlijk niet zo zijn dat dat verwant was aan zoiets als de Arabische muziek.”

In 1978 deed een benedictijn van de in de gregoriaanse muziek belangrijke abdij van Solesmes, Jacques Froger, een poging om een einde te maken aan de discussie. In een artikel veegde hij alle argumenten vóór kwarttonen in het Gregoriaans van tafel. Eind jaren negentig is dat, volgens Lousberg, heel overtuigend weerlegd door Manuel Ferreira, een onderzoeker van Princeton, en door Ike de Loos, van de universiteit van Utrecht. „Sindsdien wordt er niet meer aan getwijfeld dat sommige tekens in de oude handschriften naar kwarttonen verwijzen”, zegt Lousberg.

Trouwens, die kwarttonen worden ook genoemd in middeleeuwse teksten. „Een monnik die schrijft: de hoogste vorm van kunst is het zingen van kwarttonen. Of neem een kroniek uit het einde van de dertiende eeuw waarin gezegd wordt: zelfs aan het hof worden nu geen kwarttonen meer gezongen. En een andere kroniek vertelt waarom: omdat het te moeilijk was, en omdat de zangers te lui waren om het te leren.”

Een pagina met Gregoriaanse gezangen, tussen 1200 en 1225 geschreven in de abdij van Stavelot, in de Belgische Ardennen. De rondjes staan om twee voorbeelden van tekens die een te zingen kwarttoon aangeven.

Foto British Library

De handschriften waarin kwarttonen genoteerd staan, laten wél zien dat er maar heel spaarzaam gebruik van werd gemaakt. „Tot nu toe konden musicologen er geen systeem in ontdekken. Men dacht: het lijkt wel alsof die paters alleen kwarttonen zongen als ze daar zin in hadden.”

Maar zo kan het niet gegaan zijn, dacht Lousberg, toen hij zijn onderzoek begon. Het kan niet zo zijn dat ze op willekeurige momenten gebruikt werden. Ze moeten in de lange periode dat ze werden gezongen – vanaf in ieder geval de tiende eeuw tot in de dertiende eeuw – een functie hebben gehad.

„We weten uit de antropologie dat ingewikkelde dingen in een orale traditie heel snel vereenvoudigd worden als ze geen functie hebben”, zegt hij. En uit de handschriften blijkt dat de kwarttonen eeuwenlang gebruikt werden in een gebied dat liep van Zuid-Frankrijk tot Utrecht. „Omdat je vanuit de muziek niet kunt verklaren waarom er in het ene geval een kwarttoon gebruikt wordt en in het andere geval niet, moet de verklaring elders gezocht worden. Dus niet in de muziek, maar in de tekst.”

In het Gregoriaans zoals dat in de Middeleeuwen werd gezongen, draaide het niet in de eerste plaats om de muziek, maar om de heilige teksten. Lousberg heeft onderzocht wáár in die teksten kwarttonen gebruikt werden. „Ik heb dat geanalyseerd voor zes handschriften, die geschreven zijn tussen 1000 en 1250. Het zuidelijkste handschrift komt uit Cluny, ter hoogte van Lyon. Het noordelijkste uit Utrecht.”

Vijandige lippen

Uit de analyse van Lousberg komt duidelijk naar voren dat de kwarttonen gebruikt worden bij woorden die gezien kunnen werden als sleutelwoorden in de tekst.

Een paar voorbeelden uit die handschriften. De monniken zingen (in het Latijn): „In mijn ellende riep ik tot de Heer, en hij verhoorde mij.” In het Latijnse woord voor „riep” (cla-ma-vi) wordt een kwarttoon gezongen. Dus: „In mijn ellende riep ik tot de Heer, en hij verhoorde mij.” Ander voorbeeld (opnieuw cursief aangegeven waar de kwarttoon valt): „Heer, bevrijd mijn ziel van vijandige lippen, van verraderlijke tongen.” In een van de zes handschriften die Lousberg heeft bekeken, worden in dit vers zelfs twee kwarttonen gebruikt: „Heer, bevrijd mijn ziel van vijandige lippen, van verraderlijke tongen.” Er zijn ook (zeer spaarzame) voorbeelden van drie kwarttonen in één vers: „God, mijn God, kijk naar mij, waarom heeft U mij verlaten?” Lousberg: „Het zit allemaal heel knap in elkaar.”

Zou er een hedendaags Gregoriaans koor te vinden zijn dat zich aan die kwarttonen wil wagen? „Dat wordt moeilijk”, zegt Lousberg. „Want de functie die die kwarttonen indertijd hadden, komt nu niet meer over bij het publiek.”

Mensen luisteren er nu anders naar dan indertijd. Het Gregoriaans wordt nog steeds als meditatief ervaren, maar niet op dezelfde manier als duizend jaar geleden. Lousberg: „Toen was de tekst heel belangrijk, en werden de sleutelwoorden die er met kwarttonen uitgelicht werden, waarschijnlijk ook gezien als woorden waarop gemediteerd kon worden. De gewone luisteraar van nu hoort dat allemaal niet meer. Dat Latijn zegt hem of haar heel weinig of helemaal niets. De hedendaagse luisteraar hoort alleen nog maar: muziek.”

    • Berthold van Maris