Hypotheek

Huizenkopers kunnen meer lenen dankzij loonstijging. En als ze op energie besparen

Huizenkopers kunnen volgend jaar een hogere hypotheek krijgen. De regels voor het afsluiten van zo’n lening blijven gelijk, maar door stijgende lonen gaan ook de hypotheekbedragen voor Nederlanders in alle inkomensgroepen omhoog. Dat schrijft minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) donderdag aan de Tweede Kamer.

Het Centraal Planbureau heeft voor volgend jaar een gemiddelde loonstijging van 2,9 procent voorspeld. Doordat huizenkopers meer gaan verdienen, geven geldverstrekkers hun meer krediet.

Dit zorgt ervoor dat tweeverdieners die nu nog een modaal verzamelinkomen - circa 37.000 euro - hebben, in 2019 bijna 4.800 euro meer kunnen lenen. Bij gezinnen met een verzamelinkomen van 75.000 euro is dat zelfs een toename van bijna 19.000 euro.

Ollongren had ervoor kunnen kiezen de stijging van de hypotheekbedragen tegen te gaan door de zogeheten loan to value ratio (ltv) te beperken, maar dat heeft de bewindsvrouw niet gedaan. Deze leningratio bepaalt welk deel van de koopsom een huizenkoper maximaal mag lenen, en die blijft voorlopig op 100 procent staan.

Toezichthouders als de AFM en De Nederlandsche Bank riepen deze zomer juist op tot een verlaging van de ltv, naar 80 of 90 procent van de koopsom. Zij vrezen dat huiseigenaren in de problemen komen als de schuldenlast oploopt. Daarnaast zijn ze bang dat de huizenprijzen nog verder worden opgedreven als consumenten meer geld mogen lenen.

Regels over hypotheken op energiezuinige woningen blijven volgend jaar gelijk. Wie een huis koopt dat bijvoorbeeld zonnepanelen en dakisolatie heeft, of energiebesparende aanpassingen aan de koopwoning doet, mag tot 106 procent van de koopsom lenen. Wat ook onveranderd blijft, is dat huizenkopers met een studieschuld flink minder kunnen lenen.