Recensie

Hoge hakken naast een hompige kluts deegwaar

Nick Somers

Amsterdam had op het Leidseplein al langer een Café in the City, sinds augustus bestaat er ook een tweede uitgaansgelegenheid met deze naam in Rotterdam. Afgaand op wat er online over beide zaken te vinden is, hebben ze niet langer eenzelfde eigenaar en is alleen de Rotterdamse vestiging nu nog in het bezit van de Haagse familie De Jong. Vader John is onder meer oprichter van The Harbour Club. Zijn zonen Mickey en Yoeri runden eerder The Fish Club in Kijkduin, en richten zich nu volledig op The Oyster Club en Café in the City, die ze naast elkaar op het Rodezand hebben geopend.

Over eerstgenoemd restaurant, dat zich laat voorstaan op „internationale allure, vibe en ambiance”, schreven we hier al in mei. Nu togen we in onze mooiste kleren naar de buren, die zichzelf op hun beurt aanprijzen als „sophisticated, sexy en stoer”. Een „on-Nederlands” concept, zo heet het op de website, mede dankzij de „indrukwekkende menukaart”, de „goede sfeer” en de mogelijkheid om er na het diner tot in de late uurtjes op de dansvloer te staan. Van donderdags tot en met zondags verandert Café in the City na elven in een nightclub. Dan worden „de tafels opzijgeschoven, de lichten gedimd en neemt de DJ het over”.

Alleen al met The Suicide Club, Hugh en Villa Thalia zijn we in Rotterdam natuurlijk al aardig voorzien van zulk ‘on-Nederlands’ entertainment, maar vooruit. Zeker op en rond de Meent verzamelen zich in de weekends sinds jaar en dag zó veel sophisticated, sexy en stoere stadsgenoten dat ook de nightclub van Café in the City het niet van een enkel muurbloempje zal hoeven hebben.

Aanvankelijk lijkt het er nog op dat heel sophisticated Rotterdam nog thuis achter de kaptafel zit, maar tegen tienen loopt het enorme pand snel vol met meiden en kerels die je zonder onderscheid sexy en stoer mag noemen. De volumeknop van de dj staat dan al zo hard dat we ons, op hooguit een halve meter van elkaar gezeten, amper kunnen verstaan.

De menukaart van Café in the City is „geïnspireerd op de Aziatische keuken”, wat voor regelmatige buiten-de-deur-eters ondertussen niet meer on-Nederlands zal heten. Net als op menige andere plek in de stad rekenen de koks van dit restaurant daar, behalve sushi, ook de ceviche, de carpaccio en de hamburger-frites toe. Om onze stembanden meteen al wat rust te gunnen, bestellen we bij de fles Niel Joubert-sauvignon blanc (24,50 euro) in één moeite door ook de ceviche van zeebaars, rode ui, avocado, grapefruit en chilipeper (16 euro) en de gefrituurde baby-inktvisjes met yuzu-mayonaise (12 euro), allebei gerechtjes die de verwachtingen waarmaken.

Dat kun je dan weer niet kunt zeggen van de kom noedels (door de bediening gepresenteerd als „spaghetti”) met daarop een halve kreeft. Het delicate schaaldier laat zich onmogelijk combineren met de uitgesproken smaak en de veel te hompige kluts van de deegwaar. De schotel staat voor 22 euro op de kaart, maar blijkt achteraf dan ook nog 35 euro te hebben gekost.

Over de beef tenderloin (23 euro) van de Robata-houtskoolgrill en de spider maki (18 euro), een sushi van softshell crab, lotus-chips, avocado, komkommer en Japanse kewpie-mayonaise, dan weer geen onvertogen woord. Los van het feit dat je als chef vandaag de dag toch moeilijk kunt volhouden dat het „indrukwekkend” is dat je ze op de kaart hebt, is het bar food dat past bij die mondaine uitstraling waar het Café in the City in de eerste plaats om te doen lijkt.

De keuken van het restaurant sluit pas een uur voor middernacht, maar in de aanloop naar dat tijdstip is de zaak dan al lang de nachtclub die het tweede deel van een „unieke ervaring” belooft. Van die extra dimensie besluiten mijn gezelschap en ik geen gebruik te maken. We vibreerden in de twee uur ervoor al voldoende door wat er toen op de draaitafels lag en wat er allemaal hooggehakt en hups langs onze tafel wiegde.

Wim de Jong is culinair recensent.
    • Wim de Jong