Het sisverbod maakt geen fluit uit

Seksuele intimidatie De Rotterdamse aanpak tegen het lastigvallen van vrouwen op straat komt nog nauwelijks van de grond. Acht betrapte overtreders wachten maanden later nog steeds op een boete. Ook zijn er twijfels of de aanpak überhaupt werkt.

Illustratie Nanne Meulendijks

‘Fluiten? Dat hangt ervan af. Als feit alleen is het te mager. Loopt de dader bijvoorbeeld ook nog achter een vrouw aan, dan is dat strafbaar.” Ambtenaar Miranda van de Peppel is sinds juni vorig jaar betrokken bij de uitvoering van het verbod op straatintimidatie. Zij is niet de enige. Vijftig Rotterdamse handhavers zijn opgeleid om mannen, en soms vrouwen, in de kraag te vatten die voorbijgangers lastigvallen. Ook gaan deze handhavers in gesprek met groepen jongeren en potentiële slachtoffers.

Van de Peppel laat zien hoe dun de lijn is tussen legaal contact zoeken en een strafbare overtreding. „Hoer? Dat is er overheen”, zegt ze. De Rotterdamse handhavers maken gebruik van een lijst met woorden en gedragingen die strafbaar zijn. Ook sissen staat daarop.

Rotterdam is de eerste en enige gemeente in Nederland waar handhavers daadwerkelijk de straat op gaan om mannen te beboeten die vrouwen lastigvallen. Dat is de erfenis van oud-wethouder Joost Eerdmans. Uit onderzoek van de Erasmus Universiteit was gebleken dat 84 procent van de Rotterdamse vrouwen werd lastiggevallen op straat: beledigd, nageroepen, om seks gevraagd en zelfs in het nauw gedreven. Eerdmans kondigde een harde aanpak aan.

„Als je gedrag wil veranderen zal je flinke tikken moeten uitdelen”, verklaart hij. Overtreders zouden een boete tot 4.100 euro of een gevangenisstraf van drie maanden riskeren, verkondigde hij in een persbericht. Juist die hoge boete moet daders afschrikken, stelt Eerdmans. „Singapore aan de Maas, dat is mijn motto.”

Maar werkt dat ook? Tot nog toe is geen enkele overtreder beboet.

Er zijn andere steden die een verbod invoerden, zoals Amsterdam en Tilburg. Maar daar worden geen handhavers de straat op gestuurd – de nadruk ligt op bewustwording en voorlichting. Dat is ook de aanpak die wordt aangeraden in het onderzoek van de Erasmus Universiteit.

Aanstootgevende taal

Eerdmans vaart echter zijn eigen koers. Sinds januari dit jaar is het in Rotterdam verboden om „op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw individueel of in groepsverband een ander of anderen uit te jouwen of met aanstootgevende taal, gebaren, geluiden of gedragingen lastig te vallen”, meldt artikel 2:1 van de APV. Het verbod ging gepaard met een campagne tegen Pikpraat, zoals de gemeente straatintimidatie noemt. Overal verschenen borden met teksten als „Lekkere billen! Strafbaar”. Op 1 april begon de gemeente met de handhaving van het verbod.

Hoort sissen er nu eenmaal bij? Bijna iedere vrouw krijgt ermee te maken

Daarvoor is extra geld. Jaarlijks is 220.000 euro beschikbaar. Het leeuwendeel daarvan, 200.000 euro ofwel 90 procent, geeft de gemeente uit aan de inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s). Vorig jaar, toen het intimideren van vrouwen op straat nog niet strafbaar was, ging een substantieel bedrag naar de campagne (50.000 euro), het trainen van leraren, jeugdwerkers en BOA’s (50.000) en de stopApp.

De resultaten? De afgelopen zes maanden betrapten handhavers in totaal zes mannen terwijl zij vrouwen lastigvielen. De eerste in juni, de laatste eind september. Ook de politie stuurde twee processen-verbaal naar het Openbaar Ministerie. Een dossier van de gemeente is door het OM inmiddels afgekeurd.

Nog geen boetes

Beboet zijn de overtreders echter nog niet. Het OM heeft de overige processen-verbaal van de overtreders in behandeling maar een zittingsdatum is nog niet in zicht. Dus zelfs als de daders er gloeiend bij zijn, is er allerminst sprake van lik op stuk.

Maar bekeuren is niet het belangrijkste, zegt een woordvoerder van de gemeente. „We zetten ook in op preventie en nazorg. We zien de boete als het sluitstuk van de aanpak van straatintimidatie.”

Financieel gezien ligt de nadruk echter wel degelijk op de handhaving en oud-wethouder Eerdmans is dan ook niet tevreden met het aantal betrapte overlastgevers. „Het was een warme zomer. Dat betekent dat er genoeg pakkansen zijn geweest.”

Lokvrouw

Van de Peppel en haar collega, teamleider Fred Mureau, zijn wél tevreden over het aantal PV’s – ook omdat betrappen erg lastig is. „Bij het beboeten van baasjes die hondenpoep laten liggen zie je de poep nog liggen en de hond die net wegloopt”, zegt Van de Peppel. „Je hebt dan als het ware een tastbaar feit”, voegt Mureau toe.

Een handhaver in een kort rokje de straat op sturen als lokvrouw om de pakkans te vergroten, kan de dienst niet. „Dat mag alleen bij ernstige strafbare feiten”, zegt Van de Peppel. Dus maakt de dienst gebruik van ‘spotters’, een soort undercover handhavers in gewone kleding die worden ingezet om overtreders te betrappen. Deze spotters waarschuwen vervolgens collega’s in uniform, die proces-verbaal opmaken.

Omdat tastbaar bewijs ontbreekt, wekt het ingrijpen van de handhavers vaker verontwaardiging en soms zelfs agressie op. „Dan zegt een dader bijvoorbeeld: in mijn cultuur is het heel gebruikelijk dat ik dit doe”, zegt Mureau. „Rotterdam heeft inwoners van 175 nationaliteiten, die gaan allemaal verschillend met vrouwen om. Dat maakt het lastig.”

In de smiezen

Afgelopen half jaar vonden tien acties plaats waarbij deze spotters werden ingezet. „Maar het blijft moeilijk”, zegt Van Peppel. Jongeren hebben de spotters doorgaans snel in de smiezen. „En je moet heel dichtbij staan om te horen dat er iets strafbaars wordt gezegd.”

„Door de aard van het gedrag is maar zeer beperkt handhaving mogelijk en zullen veel maatregelen gericht op handhaving maar een beperkt deel van de problematiek bereiken”, waarschuwde Tamar Fischer van de Erasmus Universiteit, die het onderzoek uitvoerde dat de aanleiding was van Eerdmans’ beleid. En dat is niet het enige probleem. Door de nadruk te leggen op het uitdelen van boetes, wordt de oorzaak van het gedrag niet aangepakt, is te lezen in de conclusie. „Plegers kunnen hun gedrag dus gemakkelijk verplaatsen of veranderen zodat het alsnog buiten het zicht of de invloed van het strafrecht blijft.”

Eerdmans, tegenwoordig raadslid voor Leefbaar Rotterdam, erkent de discrepantie tussen het onderzoek en de aanpak die hij lanceerde. „Alle respect voor Tamar, maar daarom werkt zij op de universiteit en ik op het stadhuis”, zegt hij daarover. „Het is een politieke keuze geweest om vol in te zetten op de strafbaarheid. En natuurlijk is het de vraag hoe effectief dat is, maar als het Openbaar Ministerie meewerkt en de pakkans omhoog gaat door undercover BOA’s in te zetten, geloof ik zeker dat het werkt.”

Juist wegens de tegenstrijdigheden tussen de aanpak van de gemeente en het advies uit het onderzoek had D66 vorig jaar flinke kritiek. „De onderzoeker pleitte juist voor meer bewustwording onder jongeren”, zegt raadslid Robin de Roon. „Maar ja, dat is niet een term die past bij Leefbaar.” Binnen de fractie van D66 ontstond discussie of strafbaar maken wel het juiste antwoord voor dit probleem zou zijn. Uiteindelijk stemde D66 vorig jaar toch in met de aanpak.

Interview met Joost Eerdmans: ‘Straatintimidatie is onacceptabel’

Rotterdam is niet de eerste gemeente die worstelt met straatintimidatie. In Amsterdam is dit vergrijp strafbaar sinds de zomer van 2017. Begin dit jaar zou begonnen worden met het uitdelen van bekeuringen, maar daarvan zag waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen af omdat in de waarschuwingsperiode geen enkele man op heterdaad werd betrapt.

Veelvoud van Rotterdam

In Brussel is het lastigvallen van vrouwen op straat al sinds 2012 verboden. Maar desondanks krijgt de gemeente nog geen grip op het veelvoorkomende probleem. Jaarlijks krijgen ongeveer honderd mannen een zogenoemde GAS-boete (tot 250 euro) voor het beledigen of lastigvallen van vrouwen op straat. Dat gebeurt, anders dan in Nederland, zonder tussenkomst van het OM.

Maar hoewel dat aantal een veelvoud is van het aantal PV’s in Rotterdam, zijn het er nog veel te weinig, vindt woordvoerder Eric Laureys van de Brusselse staatssecretaris Bianca Debaets (gelijke kansen, CD&V). Sinds 2012 is de situatie nog nauwelijks verbeterd, constateert Laureys. „Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat als je met een jonge vrouw op straat loopt er voortdurend naar haar wordt gesist.”

De boetes worden in Brussel dan ook niet gezien als het ei van Columbus. Uit recent onderzoek van de Universiteit Gent blijkt dat 88 procent van de Brusselse vrouwen weleens lastig wordt gevallen. Eenderde ervaart daar nog steeds de negatieve gevolgen van. „We blijven zoeken tot we een aanpak vinden die echt werkt”, zegt Laureys.

Er klinkt ook lof voor de Rotterdamse aanpak. De Stichting Stop Straatintimidatie is enthousiast. „Juist door de nadruk te leggen op de strafbaarheid maak je als stad duidelijk dat je niet wil dat vrouwen worden lastiggevallen op straat”, zegt voorzitter Pleun van Onzenoort. Dat verbod vervolgens handhaven is een belangrijk onderdeel, vindt de stichting. „Als je als gemeente zegt ‘het mag niet’, dan moet je het natuurlijk ook gaan aanpakken en beboeten.”

Onzenoort roemt dus de voortrekkersrol van Rotterdam. Die kan een voorbeeld worden voor andere gemeenten en zelfs landelijke wetgeving, denkt Van Onzenoort. „Het is heel spannend wat de rechter hier straks van gaat vinden.”

Ook bij Handhaving zijn ze positief. „Het werd altijd normaal gevonden om als vrouw lastig te worden gevallen op staat”, zegt Mureau. „Met een boete stel je als gemeente een duidelijke norm.” Toch zou ook Mureau graag zien dat de aanpak wordt uitgebreid. „Er zou meer voorlichting moeten komen op scholen”, zegt hij. „Het gedrag aanpakken waar het ontstaat en je het nog kunt beïnvloeden. Het is een heel complex fenomeen.”

De gemeente zal de aanpak komend jaar evalueren, liet wethouder Wijbenga onlangs weten.

    • Marjolein Kooyman