Recensie

Gelukkig kunnen Herreweghe en Concertgebouworkest nog verder polijsten aan concerten

Recensie

Philippe Herreweghe vervangt bij het Concertgebouworkest de ontslagen chef in een programma met Brahms en Beethoven. Het resultaat stelde teleur.

Dirigent Philippe Herreweghe neemt deel Gatti’s KCO- programma ongewijzigd over Francois Lenoir

November is een volle maand voor het Concertgebouworkest, met veertien concerten en het slotstuk van de grote, meerjarige Europese tournee (“RCO meets Europe”) naar Oost-Europa, Scandinavië en de Baltische staten. Voor het gros van de concerten tekent nu Philippe Herreweghe. Hij stond voor één programma toch al gepland, maar dirigeert nu ook het programma met Brahms Tweede symfonie en Beethovens Vierde pianoconcert dat oorspronkelijk zou worden geleid door ex-chefdirigent Daniele Gatti, met wie het orkest in augustus de relatie per onmiddellijk beëindigde wegens „onherstelbare beschadiging” van de vertrouwensband na beschuldigingen van ongepast gedrag.

Afgezien van de morele en juridische overwegingen omtrent het ontslag, betekent Gatti’s afwezigheid een muzikaal offer. Herreweghe neemt het programma weliswaar ongewijzigd over, maar de match met de ouderwetse Russische meesterpianist Yefim Bronfman leidde in Beethovens Vierde pianoconcert tot een vervreemde botsing tussen stilistische werelden – alsof één pasteus olieverfschilderij is beland op een zaal met etsen.

Niets ten kwade van Bronfman: een imposant virtuoos met een stevig toucher, die Beethoven van zijn meest dramatisch-romantische kant belichtte. Er waren ook momenten dat het orkest je ziel verwarmde met een fluwelig snorrende strijkersklank, warmklankige blazers. Maar dat waren een paar hoeramomenten in een verder teleurstellend geheel, dat etaleerde dat het terecht is dat het orkest Herrweghe doorgaans vraagt voor vocale werken (veel Bach-passies, maar ook latere oratoria) of symfonische werken (Schubert, Beethoven) van vroeger datum.

Ook Brahms’ Tweede symfonie miste finesse; sommige inzetten klonken troebel onder Herreweghes weinig fijnmazige slag, er passeerden hemiolen die niet wilden swingen en tempovertragingen die vervreemdden. De heldere, gezongen Brahms-stijl die Herreweghe ook in zijn mars heeft getuige zijn opnames van de grote koorwerken en de Vierde symfonie bleef hier uit. Het goede nieuws: voor verder polijsten, hebben Herreweghe en orkest deze maand nog zes concerten (!) de tijd.

    • Mischa Spel