Zieke mensen? Lekker geld verdienen

Toneelstuk Het stuk over het Slotervaartziekenhuis was al klaar toen het ziekenhuis nog failliet ging ook. Een voorstelling over privatisering, marktwerking en vooral: hebzucht.

De acteurs van ‘The Tragedy of Slaughtervaart’ repeteren hun tekst in de aula van Broedplaats LELY, waar het decor wordt opgebouwd. Deze plek is vlakbij het onlangs ontruimde Slotervaartziekenhuis. Foto Nick Somers

De dag dat theatercollectief Dood Paard een filmpje op YouTube plaatste waarin ze een miniatuurversie van het Slotervaartziekenhuis in brand steken, werd het ziekenhuis failliet verklaard. „Pijnlijk”, noemen de drie acteurs het; de filmclip was een teaser voor hun nieuwe stuk The Tragedy of Slaughtervaart. „En nu voelen we ons een beetje lijkenpikkers”, vertelt actrice Manja Topper in Broedplaats Lely in Amsterdam-West, vlakbij het vorige week ontruimde ziekenhuis.

De aula waar hun voorstelling op 6 november in première gaat, is nu nog bezaaid met dozen, kabels en een wat verloren uitziende rolstoel. Op vijf ziekenhuisbedden die kriskras voor de publiekstribune staan, zitten de acteurs met bundeltjes teksten en een kopje thee. Zij hadden zelf ook niet gedacht dat hun Shakespeareaanse tragedie over de eerste jaren van de privatisering van het ziekenhuis plots zo actueel zou worden, vertellen ze.

De hoofdrolspelers, met linksboven Manja Topper als Aysel Erbudak. Foto Floyd Koster

In hun stuk, waarin feiten en fictie door elkaar lopen, eindigen de hoofdpersonen in een onttakeld en verlaten MC Slotervaart. „We hadden als research interviews gedaan met oud-medewerkers en wisten dat het daar een zootje was. Maar het had al zo vaak failliet kunnen gaan, en dat gebeurde eerder nooit”, vertelt actrice Ellen Goemans. Ze speelt een verpleegster die al haar hele leven in het ziekenhuis heeft gewerkt. Misschien hadden ze het kunnen weten, vult Topper aan. Toen ze afgelopen zomer het ziekenhuis belden met de mededeling dat het collectief een theaterstuk over hen zou spelen, reageerde de communicatiedienst enthousiast. Bij de vraag of het nu beter ging dan een paar jaar geleden, bleef het stil.

De voorstelling van Dood Paard zoomt in op de periode tussen 2006 en 2012; toen het Slotervaartziekenhuis als eerste algemene ziekenhuis in Nederland werd gekocht door buitenstaanders. Centraal in hun vertelling staan niet de bestuurders en zorgverzekeraars die momenteel in het nieuws zijn, maar de eerste kopers: vastgoedondernemer Jan Schram (gespeeld door Jorn Heijdenrijk) en de flamboyante zakenvrouw Aysel Erbudak (Topper). Na het overlijden van Schram in 2012 barstte een bestuurlijke strijd los, later werd Erbudak veroordeeld voor zelfverrijking.

Ze zien overeenkomsten tussen de situatie toen en nu, vertellen de acteurs. Goemans: „Afgelopen weekend las ik over ‘de ondoorzichtige kerstboom van BV’s’ die de huidige eigenaars hadden opgetuigd, dat is herkenbaar.” Maar er zijn ook verschillen, vertellen de acteurs. Topper: „Schram en Aysel hadden geen idee wat zorg is of hoe ze zich als bestuurders moesten gedragen. Aysel parkeerde haar BMW pontificaal voor de ziekenhuisingang.” Tijdens hun research hoorden de acteurs van oud-medewerkers dat Aysel met lijfwachten rondliep.

Actrice Topper beseft hoe erg het allemaal is geweest: ‘Het waren echt criminelen’

Het idee voor het stuk kreeg Topper twee jaar geleden al, nadat ze een personage speelde van scenarist Rob de Graaf dat op Erbudak was gebaseerd. Later las ze het boek De kraak van het Slotervaartziekenhuis en de avonturen van Aysel Erbudak en besefte ze hoe erg het allemaal is geweest: „Het waren echt criminelen.” De Graaf schreef in overleg met de acteurs deze nieuwe tekst.

Op de ziekenhuisbedden lezen de acteurs de openingsscène van hun stuk door: Erbudak heeft net het bed met Schram gedeeld en smeekt hem om het ziekenhuis te kopen. Schram: „Wat moet je met al die zieke mensen?” Aysel: „Daar moet je aan verdienen! En dat doe je met mij samen.” Niet veel later stelt Schram de vraag of je geen dokter moet zijn om de baas te spelen over een ziekenhuis. Aysel: „Wist ik iets van parkeertarieven, van hoe een call center of uitzendbureau werkte? Is echt niet zo moeilijk allemaal.”

Die liefdesaffaire hebben de acteurs toegevoegd aan de bekende feiten. En wat over de lippen van de personages rolt, is soms wat gechargeerd, vertelt Topper. De bedoeling is niet om een documentaire te maken, maar om een breder verhaal te vertellen, over privatisering, marktwerking en vooral hebzucht. „Zonder moralistisch te zijn”, benadrukt ze. Heijdenrijk: „Shakespeare gebruikte ook sleutelfiguren om iets te vertellen over de tijd zelf; vroeger werd gestreden met man, paard en zwaard om zichzelf te profileren en nu komen er meer financiële wapens bij kijken.”

Bij alles wat de personages doen is niets menselijks hen vreemd, vertelt Topper. Zo laten ze het personeel in eerste instantie enthousiast zijn over de frisse wind die door het ziekenhuis zal waaien door de privatisering. Gepaaid door de belofte dat het beter en goedkoper zal worden. Goemans: „Hoewel mensen in de zorg waar we mee spraken al vanaf de eerste minuut zagen: dit gaat niets worden. Voor de overname was het Slotervaart een lief, sociaal ziekenhuis, waar ouderen bijvoorbeeld mochten blijven liggen zo lang ze wilden en veel verslaafden kwamen.”

Het drietal is momenteel wel nog op zoek naar een paar groteske kostuums, om te voorkomen dat het te realistisch wordt. Te pijnlijke zaken kaart je soms gemakkelijker aan met absurdisme.

The Tragedy of Slaughtervaart, Dood Paard. 6 t/m 24 november, aula Broedplaats LELY, Schipluidenlaan 12 (naast station Lelylaan). Ook: contextprogramma, wetenschappers en schrijvers praten over de utopie van de vrije markt en de geschiedenis van Nieuw-West. Inl: slaughtervaart.nl
    • Sabeth Snijders