Opinie

    • Ian Buruma

Trumps tirades komen uit Millers pen

Witte Huis Hoe kan het dat juist Stephen Miller, Trumps politiek adviseur, zowel Joods is als keihard over immigranten, vraagt zich af.
Stephen Miller (links) en Donald Trump aan boord van ‘Marine One’, de presidentiële helikopter, in november 2017. Foto Doug Mills/The New York Times/HH

Donald Trump heeft heel wat zonderlinge figuren in zijn entourage, maar niemand is zo bizar als Stephen Miller, zijn voornaamste politiek adviseur. Miller (33) is een type dat je vaker in Europese ultra-rechtse kringen tegenkomt dan in de VS: glad, onberispelijk gekleed, een beetje dandy-achtig zelfs. Hij is een effectieve volksmenner. Zijn tirades tegen immigranten en asielzoekers – „We gaan die muur bouwen, hoog en ongenaakbaar” – brengen Trumps aanhang snel in vervoering. Migranten zijn volgens Miller niet alleen verkrachters en moordenaars maar brengen vreselijke ziektes met zich mee.

Hij weet feilloos in te spelen op Trumps donkerste instincten: een agressief chauvinisme, rancuneuze haat tegen ‘liberals’ en vijandigheid jegens minderheden. „Alles wat mis is in ons land, is de schuld van mensen die tegen Trump zijn”, zei hij eens. Misschien gelooft hij het echt.

Het merkwaardige is dat zijn houding tegenover immigranten en minderheden zo moeilijk te rijmen is met zijn eigen achtergrond. Miller is namelijk een nazaat van Joden die naar Amerika emigreerden om pogroms in Wit-Rusland te ontvluchten. Hij groeide op in Californië; zijn ouders stemmen op de Democratische partij. Maar hij las op school al ultra-rechtse pamfletten en zocht op de universiteit aansluiting bij mensen, wier denkbeelden, zachtjes gezegd, dicht in de buurt kwamen van antisemitisme. Miller zelf schijnt de speech te hebben geschreven, waarin de president het bestond om de Holocaust te herdenken zonder de Joden zelfs maar te noemen.

Lees ook: Rouwenden in Pittsburgh laken Trumps harde taal

Voor zover ik weet had hij niet de hand in Trumps plichtmatige opmerkingen na de moordpartij in de synagoge in Pittsburgh. Daarvoor waren eerder zijn Joodse schoonzoon, Jared Kushner, en Trumps tot het jodendom bekeerde dochter Ivanka verantwoordelijk. Trump keurde antisemitisme af, maar niet voordat hij de synagoge een gebrek aan bewapende bewaking had verweten. Daarna ging hij weer vlug over tot het beledigen van politieke tegenstanders, en ‘globalisten’, wat velen opvatten als verhulde term voor Joden.

In Trumps verkiezingscampagne werden ‘internationale elites’ afgeschilderd als bloedzuigers van het ‘gewone volk’. Wie dat zijn? In de eerste plaats natuurlijk George Soros, financier en filantroop, die onlangs een bom in zijn brievenbus kreeg. Maar ook Janet Yellen, voorzitster van de centrale bank, en Lloyd Blankfein, hoofd van Goldman Sachs. Wellicht was het niet voor iedere Trumpaanhanger duidelijk dat alle drie van Joodse afkomst zijn. Maar veel mensen, onder wie Robert Bowers, de moordenaar in Pittsburgh, wisten het heel goed. Hij en de man die een bom naar Soros stuurde geloven ook dat Soros de migrantenkaravaan uit Honduras en Mexico heeft gefinancierd als deel van een Joods complot om islamitische terroristen binnen te sluizen, en zo de ‘blanke beschaving’ te vernietigen.

Randfiguren

Trump was niet direct verantwoordelijk voor de bloedige daden van Bowers, net zo min als Geert Wilders dat was voor Anders Breiviks massamoord in Noorwegen. Maar woorden hebben wel een effect. Randfiguren voelen zich gesterkt om te gaan schieten in naam van ‘America First’, of de ‘blanke beschaving’. Veel van Trumps opruiende taal is geïmproviseerd. Maar veel ook komt uit Millers pen.

Zelf noemt hij zich een patriot. Nu is er niets vreemds aan een Jood die zijn Amerikaanse, Britse, Franse, Nederlandse of zelfs Duitse vaderland lief heeft. En waarom zou een Jood niet conservatief kunnen zijn? Margaret Thatcher benoemde zo veel Joodse ministers dat oud-premier Harold MacMillan zich liet ontvallen dat er „more old Estonians than old Etonians” in het kabinet zaten; meer mensen uit Estland (lees: Joden) dan oud-leerlingen van de elitaire kostschool Eton.

Lees ook: Brain drain in het Witte Huis

Behalve Miller bevinden zich meer Joden in Trumps omgeving. Zijn hoogste economische adviseur was Gary Cohn, en Steven Mnuchin is nog steeds minister van Financiën. Maar dit zijn geen ‘bloed en bodem-nationalisten’. Cohn dreigde ontslag te nemen toen Trump in 2017 het gedrag van neo-nazi’s in Charlottesville goedpraatte. Onlangs gaf hij ten slotte toch zijn baan op, maar uit protest tegen hogere tarieven op geïmporteerd staal. Cohn is, net als Mnuchin, voor lage belastingen en de ongebreidelde vrije markt.

Wat – behalve in Israël – weinig voorkomt, zijn Joden die zich inlaten met etnisch nationalisme. Het is waar dat enkele Joden lid zijn geworden van Alternative für Deutschland. Zij komen voornamelijk uit Rusland en hebben een overdreven angst dat het Westen zal worden overgenomen door de islam. Zo’n schrikbeeld staat ook Miller voor ogen. Zo zijn er meer, zoals gokhuismagnaat Sheldon Adelson, een geldschieter van Trump.

Joden in de diaspora

Er is een goede reden waarom Joden in de diaspora zich meestal verre hebben gehouden van bloed en bodem-politiek. Want zodra deze ideologie de kop op steekt worden minderheden het mikpunt van volkswoede. Dit was precies de reden waarom de overgrootouders van Miller hun geboorteland moesten verlaten.

Sommige mensen vinden het een wonderlijke contradictie dat Joden door antisemieten zo vaak werden gebrandmerkt als typische bolsjewieken, én als typische kapitalisten. De meeste Europese Joden waren natuurlijk geen van beide, en probeerden onder moeilijke omstandigheden hun hoofd boven water te houden. Maar het is niet verwonderlijk dat veel Joodse intellectuelen zich aangetrokken voelden tot linkse politiek. Karl Marx geloofde tenslotte dat etnische en religieuze verschillen zouden verdwijnen in de socialistische heilstaat. En Voltaire, wiens sympathie voor het Jodendom uiterst beperkt was, beschreef de Londense beurs als volgt: „Hier handelen Joden, Mohammedanen en Christenen met elkaar alsof zij allen hetzelfde geloof aanhangen. De enige heiden is de man die bankroet gaat.” Het kapitalisme kent weinig grenzen.

Emigratie, dikwijls onvrijwillig, is het lot van de Joden geweest sinds de achtste eeuw voor Christus. Relatief open samenlevingen, religieuze verdraagzaamheid, en vrijheid om te komen en gaan, dat waren zeldzame zegenen. Vandaar dat plekken als Amsterdam zo aantrekkelijk waren. En de VS. Vandaar ook dat de meeste Amerikaanse Joden, in tegenstelling tot veel andere minderheden, nog steeds stemmen op de Democraten, ook wanneer hun financiële belangen meer liggen bij de Republikeinen.

Stemmen als Puerto Ricanen

De conservatieve essayist Norman Podhoretz heeft ooit een heel boek geschreven over dit voor hem onbegrijpelijke fenomeen: Why Are Jews Liberals?. Hij vindt het onnavolgbaar dat Joden „verdienen als chique [Amerikaanse] protestanten, en stemmen als Puerto Ricanen.”

Maar het is helemaal niet zo vreemd. Lange en bloedige ervaring heeft Joden wars gemaakt van etnisch chauvinisme, iets dat allang meer onder Republikeinen dan Democraten voorkomt. Dit verklaart ook waarom de sympathie voor Israël onder Amerikaanse Joden sterk is afgenomen. Want ook Israël is nu in de greep van bloed en bodem-politiek, waarvan Palestijnen de dupe zijn. Premier Netanyahu haalt vaak de Holocaust van stal om zijn positie te verdedigen. Maar hij heeft veel meer gemeen met bigotte evangelische christenen, of met rechtse volksmenners zoals Viktor Orbán, dan met gematigde Amerikaanse Joden.

Lees ook dit profiel van Stephen Miller; de ‘tweede architect van America First’

Ook Trump is een fervente aanhanger van Netanyahu. Geen enkele Amerikaanse president – zelfs niet George W. Bush – heeft ooit een dermate kritiekloze, haast slaafse verhouding met Israël gehad. En toch zullen de meeste Joden in de VS tegen Trump blijven stemmen. Daarom blijft Stephen Miller een zonderlinge figuur. Zijn voormalige rabbijn heeft onlangs laten weten dat Millers politiek „indruist tegen alles wat ik weet over het Jodendom”. Ik weet niet of dit theologisch helemaal klopt, maar zijn sentimenten zijn duidelijk.

William Kristol is een neo-conservatieve commentator in Washington, die zelf ooit heeft geflirt met rechts populisme (hij was het die Sarah Palin naar voren heeft gehaald). Maar hij heeft zich faliekant tegen Trump gekeerd. Miller noemde hem een „Joodse renegaat”. Freud had hier een woord voor: ‘projectie’. Maar dit idee gaat veel verder terug, naar de Talmud, waarin staat: „Hekel je buurman niet met het gif dat je zelf gedronken hebt.”

    • Ian Buruma