Tien vragen over de zomer- en wintertijddiscussie

De discussie over de mogelijke afschaffing van zomer- of wintertijd is losgebarsten, ook op Europees niveau. Waarom hebben we het nu over de afschaffing? En wat zijn nou de voor- en nadelen van het huidige systeem? Tien vragen over deze kwestie.

Een gemeentemedewerker stelt een klok in het centrum van Minsk bij na de ingang van de wintertijd. Foto Alexey Gromov/AFP
  1. Waarom hebben we een zomer- en een wintertijd?

    Het huidige systeem van zomer- en wintertijd werd in Nederland in 1977 ingevoerd met het doel energie te besparen. Als het ’s avonds langer licht is, hoeven er minder lampen gebruikt te worden, was het idee. Ook zouden mensen in hun vrije tijd langer van het daglicht kunnen genieten.

    In de jaren die volgden maakten Europese landen afspraken over tijdszones en inmiddels hebben alle EU-lidstaten in dezelfde periode zomertijd: van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober. Overigens liggen niet alle EU-landen in dezelfde tijdzone. In het Verenigd Koninkrijk en Portugal is het een uur eerder dan in Nederland, in Oostelijke landen als Bulgarije, Finland en Griekenland een uur later.

  2. Wat zijn de voordelen van de regeling?

    Hét argument waar de zomer- en wintertijdregeling al decennialang op leunt, is energiebesparing. Toch is niet duidelijk of het verzetten van de klok daadwerkelijk energie bespaart. Er zijn zelfs onderzoeken die uitwijzen dat energieverbruik juist toeneemt met het verzetten van de klok.

    Ook is het energieverbruik de afgelopen jaren flink veranderd: lampen zijn energiezuiniger geworden, er rijden meer auto’s rond en we gebruiken meer elektronische apparatuur. Daarom is moeilijk te zeggen of het energie-argument überhaupt nog opgaat.

    Verder hebben delen van het bedrijfsleven, onder meer de horeca en de luchtvaart, baat bij het in stand houden van de huidige regeling. Cafés en restaurants kunnen profiteren van een extra uurtje daglicht in de zomer en de luchtvaart wil de chaos voorkomen die vermoedelijk ontstaat als er een verandering in het systeem komt. De wereldwijde vluchtplanning is afgestemd op de verschillende tijdszones.

    Een andere tegenstander van de afschaffing is sportkoepel NOC*NSF. Volgens de organisatie zou de keuze voor één tijd betekenen dat sporten als wielrennen en hardlopen minder goed beoefend kunnen worden, omdat hiervoor daglicht nodig is.

  3. Wat zijn de nadelen van de regeling?

    Ook over de nadelen van zomer- en wintertijd wordt veel gespeculeerd. Slaapdeskundigen en chronobiologen zijn het in elk geval eens dat het gedraai aan de wijzers de menselijke biologische klok in de war kan schoppen. Vooral ouderen, hartpatiënten en mensen met slaapproblemen zouden hier last van ondervinden.

    Ook tonen enkele onderzoeken aan dat er meer verkeersongelukken plaatsvinden op de dagen dat de klok wordt verzet. Deze resultaten zijn echter niet onomstreden. In een in 2017 gepubliceerd artikel trekken Britse onderzoekers de conclusie dat er geen bewijs is voor een verband tussen het verzetten van de klok en verkeersveiligheid.

  4. Lees ook: Den Haag worstelt met zomer- en wintertijd: wel of geen vaste koemelktijden?
  5. Wat is de natuurlijke tijdzone van Nederland?

    Vooropgesteld: een ‘natuurlijke tijd’ bestaat niet. Het systeem van tijd is bedacht en tijdzones zijn afgesproken. In zekere zin kun je dus stellen dat zomer- en wintertijd niet bestaan. Wel is het systeem ergens op gebaseerd: het uitgangspunt dat de klok 12.00 uur moet aanwijzgen wanneer de zon op zijn hoogst staat.

    De aarde kan opgedeeld worden in 24 even grote tijdzones van een uur. In het midden van iedere zone staat de zon om 12.00 uur op zijn hoogst. Deze zones komen alleen niet overeen met de landsgrenzen. Nederland hanteerde daarom jarenlang een eigen tijd: de Amsterdamse tijd, tussen Greenwich Mean Time (GMT) en de Midden-Europese Tijd (MET) in.

    In 1940 kwam hier een einde aan toen de Duitsers de Midden-Europese Tijd (een uur later dan GMT) als standaardtijd instelden in Duitsland en de bezette gebieden, dus ook in Nederland.

    Sindsdien ligt ons land in een zone die qua locatie eigenlijk niet klopt. In de praktijk betekent dit dat de zon hier ’s winters gemiddeld pas om 12.40 op zijn hoogst staat. In de zomertijd is het verschil met de ‘natuurlijke tijd’ nog groter, omdat de klok een uur vooruit wordt gezet. Dan staat de zon niet om 12.00 uur op zijn hoogst, maar rond 13.40 uur.

  6. Waarom is er nu discussie over de afschaffing van zomer- of wintertijd?

    Er wordt al jaren gediscussieerd over het nut van het halfjaarlijkse verzetten van de klok. Dit jaar laaide het debat op hoger niveau op toen de Europese Commissie onderzocht hoe inwoners van de EU-lidstaten tegenover de regeling staan. Uit een enquête bleek dat ruim 80 procent van de deelnemers liever het hele jaar in één tijdzone zou leven.

    Hoewel er vrijwel meteen kritiek kwam op het onderzoek – 3,1 miljoen van de 4,6 miljoen geënqueteerden kwamen uit Duitsland, niet bepaald een representatieve steekproef – maakte de voorzitter van de Europese Commissie, Jean-Claude Juncker, al snel bekend dat er een einde moest komen aan het verzetten van de klok. De Commissie wil nu dat de lidstaten voor oktober 2019 kiezen of zij voor de zomertijd of de wintertijd zijn.

  7. Wat wil de Nederlandse regering?

    Sinds de bekendmaking van de commissie staat het onderwerp hoog op de agenda van de EU-landen, dus ook in Nederland. Hoewel vicepremier Hugo de Jonge (CDA) het „verstandig” vindt om terug te gaan naar één tijd, is hij van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de voor- en nadelen van het verzetten van de klok.

    Ook wil het kabinet meer tijd om een keuze te maken tussen zomer- en wintertijd. De regering wil een peiling onder de bevolking doen om te kijken welke tijd Nederlanders zouden prefereren. Ook wil ze in gesprek met belangenorganisaties en experts.

  8. Wat willen de andere Europese lidstaten?

    De meerderheid van de EU-lidstaten is voorzichtig vóór de afschaffing van het verzetten van de klok. Dat bleek maandag bij een ontmoeting van de transportministers van de verschillende EU-landen in Oostenrijk, de tijdelijke voorzitter van de EU. Alleen Portugal, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk spraken zich expliciet uit tegen de afschaffing van het systeem.

    Nederland heeft dus nog geen mening geformuleerd. Hetzelfde geldt voor Cyprus, Ierland, Frankrijk en Denemarken. De ministers van alle lidstaten waren het overigens eens dat meer onderzoek moet worden gedaan over de impact van de afschaffing. Ook zijn zij van mening dat de interne markt niet mag lijden onder de verandering. Bovendien willen ze voorkomen dat Europa verandert in een lappendeken van verschillende tijdzones.

  9. Lees ook: NRC checkt: ‘Energiebesparing door de zomertijd is nooit bewezen’
  10. Hoe komt een definitief besluit over de afschaffing tot stand?

    Het Europees Parlement en de EU-lidstaten (verenigd in de Raad) buigen zich over de voorstellen van de Europese Commissie. Zij stemmen vervolgens over de inhoud hiervan. In het Europarlement is vermoedelijk wel een meerderheid te vinden voor de afschaffing van het draaien aan de klok. Hier voert een groepje parlementariërs, met de steun van enkele wetenschappers, al jarenlang campagne voor de afschaffing van de zomer-en wintertijd.

    In de Raad is mogelijk ook een meerderheid voorstander van de afschaffing. De meeste landen hebben zich immers positief uitgelaten over de aanpassing, zij het niet op korte termijn. De lidstaten willen eerst onderzoek naar de gevolgen van de aanpassing en de beste manier om deze door te voeren.

  11. Wat zouden de gevolgen van de afschaffing zijn?

    Deze vraag is moeilijk te beantwoorden, omdat nog onduidelijk is hoe de afschaffing ingevuld zal worden. Als de zomertijd wordt afgeschaft, leven we voortaan het hele jaar in de wintertijd – eigenlijk de standaardtijd. Dit betekent dat het op zomeravonden minder lang licht zal zijn. ’s Ochtends is het daarentegen nog eerder licht dan onder het huidige systeem. Veel liefhebbers van lange zomeravonden zouden daarom kiezen voor het behoud van de zomertijd.

    Als juist de zomertijd wordt aangehouden als standaardtijd, gebeurt het tegenovergestelde. Dan zal het in de winter ’s ochtends later licht zijn en ’s avonds later donker. In de praktijk betekent dit dat meer mensen in het donker naar hun werk zullen fietsen.

    Over de mogelijke economische gevolgen van de afschaffing van de regeling, is weinig te zeggen. Die zijn volledig afhankelijk van de invulling van de afschaffing en de reacties van verschillende sectoren. Als alle Europese lidstaten dezelfde tijd blijven handhaven, is bovendien de vraag hoeveel impact de afschaffing überhaupt zal hebben.

  12. Welke andere opties hebben de EU-lidstaten?

    Theoretisch gezien kunnen de lidstaten ook nog andere voorstellen doen. Zo zou het een optie kunnen zijn om de klok halverwege te zetten. Of dit soort voorstellen het licht zullen zien, weten we nog niet. De landen lijken vooralsnog vooral afwachtend. De transportministers die maandag in Oostenrijk samenkwamen hebben kenbaar gemaakt dat zij liever pas in 2021 een keuze maken.

    • Floor Bouma