#MeToo en de machtige Noord-Koreaan

Human Rights Watch

Noord-Koreaanse vrouwen zijn vogelvrij voor seksueel misbruik door hoge politici en functionarissen. „Wat kon ik doen? Wij zijn hun speeltjes.”

Veel Noord-Koreaanse vrouwen zwijgen, zij zien misbruik als iets dat nu eenmaal bij het leven hoort. Foto How Hwee Young/EPA

Toen de Noord-Koreaanse Kim Eun-a aangerand werd door een politieagent en een advocaat, kwam ze niet op het idee aangifte te doen; zulke zaken zijn aan de orde van de dag in Noord-Korea.

„Dit soort misbruik wordt zo vaak gepleegd door overheidsfunctionarissen en in feite elke machtige man, dat het bij niemand opkomt een zaak aan te spannen”, zegt Kim. „De ‘wetshandhavers’ zijn zelf de daders, dus waar kun je heen? Het idee dat seksueel geweld slecht is, dat het niet mijn schuld zou zijn en dat een ‘wetshandhaver’ zou moeten proberen me te beschermen, is niet eens in me opgekomen toen ik in Noord-Korea woonde.”

Human Rights Watch interviewde 54 gevluchte vrouwen over seksueel geweld door machtige mannen. Ook sprak HRW acht mannelijke oud-functionarissen. Het meeste misbruik werd volgens de ondervraagden gepleegd door leden van de bowibu, de veiligheidsdiensten – het vaakst in detentiecentra en bij informele markten. „We kozen favoriete filmactrices en vroegen hotelpersoneel hen naar onze kamers te brengen”, zegt Goh Myun-chul, die een hoge positie binnen de bowibu bekleedde. „We zijn nooit afgewezen.”

Markten zijn officieel verboden, wat vrouwen die er werken extra kwetsbaar maakt voor de veiligheidsdiensten, die hen vaak dreigen met inkomstenderving als ze niet doen wat zij willen. „Agenten vroegen me ze te volgen naar een lege kamer buiten de markt”, zegt Oh Jung-hee. „Wat kon ik doen? Zij zien ons als speeltjes.”

Veel vrouwen zwijgen, het hoort er nu eenmaal bij. Een vrouw die werd verkracht door een agent zei dat ze pas in Zuid-Korea besefte dat ze was verkracht. „Op het moment zelf was ik niet ontdaan”, aldus Yoon Su-ryun. „Integendeel, ik vond dat ik geluk had gehad.” Dit omdat ze na de mishandeling tenminste nog eten en kleding kreeg.

Veel ondervraagden zeggen dat het nooit bij hen is opgekomen er iets tegen te doen, behalve proberen niet op te vallen en bepaalde plekken te mijden. Vrouwen die avances afwezen, werden vaak gestraft met inbeslagname van hun handelswaar of met een enkele reis naar een strafkamp.

Vrouwen van wie bekend wordt dat zij verkracht zijn, krijgen vaak te maken met sociale uitsluiting en pesterijen. Dit omdat hun ‘pure’ imago is aangetast en zij vaak de schuld krijgen van het seksuele geweld waarvan zij juist het slachtoffer zijn.

Het noordelijke Koreaans kent geen term voor huiselijk geweld. Zo had een Noord-Koreaanse afgevaardigde een gesprek met de commissie die toeziet op het VN-vrouwenverdrag. Afgevaardigde Park Kwang-ho kon niet uitleggen hoe zijn land ‘vrouwendiscriminatie’ definieerde. Hij had nog nooit van ‘verkrachting binnen het huwelijk’ gehoord. Op de vraag of vrouwen bang waren hun baan te verliezen als ze niet met de baas naar bed zouden gaan, antwoordde Park dat het hun keuze is ermee in te stemmen – en betoogde dat de baas vrijuit moet gaan.

In 2015 werden volgens de overheid vijf mannen veroordeeld voor verkrachting. Terwijl Pyongyang vermoedelijk wil beargumenteren dat Noord-Korea een misdaadvrij paradijs is, geven deze statistieken volgens HRW vooral aan dat de regering het aanpakken van seksueel geweld op geen enkele wijze serieus neemt.

    • Casper van der Veen