Opinie

    • Auke Kok

Slavernij is hot, maar dan graag in kindertaal

Ik fietste weer eens langs het Tropenmuseum en nu moest het eindelijk maar gebeuren: naar binnen. In geen jaren geweest. Bovendien was ik benieuwd naar de tentoonstelling Heden van het Slavernijverleden en dan vooral naar het interactieve gedeelte daarvan. Want ja, wat hadden de bezoekers zoal nagelaten aan ideeën omtrent de slavernij? Heel wat, kan ik je zeggen. Ik was zelfs ontroerd van enkele reacties. Nu is slavernij natuurlijk wel, nou ja, hot. Het Rijksmuseum werkt aan een prestigieuze expositie en op initiatief van de gemeente Amsterdam komt er een Nationaal Slavernijmuseum. In het Stadsarchief dient Amsterdam en Slavernij als startpunt voor nader onderzoek aangaande ‘onze zwarte bladzijde’. Je kunt wandelingen maken langs Amsterdamse plekken die naar slavernij verwijzen, aan de hand van een gidsje dat je uiteraard ook naar de burgemeesterswoning aan de Herengracht stuurt, want die was gebouwd door de bewindhebber van de West-Indische Compagnie. De VU onderzoekt de slavernij, we hebben het Slavernijmonument en er is nog veel meer.

Maar goed. Die reacties in het Tropenmuseum dus.

Ze staan op kaarten die hangen aan rekken en ze laten zich het beste lezen als sluitstuk van de expositie. Ze werken heel verfrissend. „Vind het zielig maar wel leerzaam”, oordeelt Noam (8) bijvoorbeeld. Aan zulke kindertaal, recht uit het hart, was ik na de bedachte, soms overdreven politiek correcte woorden van Heden van het Slavernijverleden wel toe. „Mijn overovergrootoma komt uit Afrika en is als slaaf naar Suriname gebracht.” Nuchtere taal van Melody (9) die mij dichter bij de slavernij bracht dan wollige creaties als: „Ras is een machtssysteem dat is gemaakt door mensen, en geen biologisch gegeven.” Rosheen (11) vindt het „zielig voor de Afrikaanse mensen, de Nederlanders waren superflauw.” Een hele verademing na: „De ervaring van slaafgemaakten bestond uit een reeks opeenvolgende trauma’s.”

Slaafgemaakten? Bij kinderen heten die arme zielen nog gewoon slaven; houden zo

Slaafgemaakten? Bij kinderen heten die arme zielen nog gewoon slaven; houden zo. „Als ik denk aan 1000 doden dan word ik daar niet blij van”, schrijft Dunya (8). „Want dan denk ik aan al mijn overleden familie.” Die kwam binnen. Marlou (13) heeft persoonlijk „helemaal niks” met slavernij, maar „ik vind het ontzettend erg dat zoiets is gebeurd en voor de mensen die er wel mee te maken hebben”.

De empathie van de Marlou’s, de privé-ontboezemingen van de Melody’s en Dunya’s, ze stellen het krampachtige wereldverbeteraarsproza van het Tropenmuseum eenvoudig in de schaduw. Maar oordeel zelf. Loop dat voormalig Koloniaal Instituut bij de Mauritskade eens binnen. De oogst aan gedachten is na een jaar al imposant: bouwstenen voor een nog veel grotere expositie die er natuurlijk ook zal komen. Prima, laten we de relatie Amsterdam-slavernij tot op het bot uitzoeken, maar dan graag zonder bombast, overdrijving en kromtaal. Dus niet: „Het zijn voornamelijk zwarte Nederlanders voor wie de link tussen slavernij en ongelijkheid pijnlijk duidelijk is.” Maar liever als Caitlin (11): „Ik ben heel blij dat het afgeschaft is. Het is heel erg en zielig.”

Auke Kok is schrijver en journalist.
    • Auke Kok