Foto Merlijn Doomernik

‘Er zit iets fundamentalistisch in ons allen en dat is vooral gevaarlijk voor twintigers’

Paolo Giordano

Negen jaar na zijn internationale bestseller ‘De eenzaamheid van priemgetallen’ komt de Italiaanse schrijver Paolo Giordano nu met zijn derde roman. ‘Er lijkt altijd iemand sterker en wilder, intenser levend.’

Waar gelooft Paolo Giordano zelf eigenlijk in? „Ik ben niet erg trouw aan het geloof”, zegt hij. Hij is, zegt hij, „vurig anti-katholiek” opgevoed, maar bekeerde zich tot het katholicisme, zwoer dat ook weer af, en keerde er naar terug, op een andere manier, erover lezend bleef hij geïnteresseerd. „Ik heb de vraag altijd open willen houden. Mijn boek weerspiegelt dat.” Op dit moment zit hij tussen twee geloven in. „Want ik zit ook tussen twee boeken in. Dat blijkt samen te hangen bij mij. Deze roman was viereneenhalf jaar lang mijn enige horizon en nu die af is, ben ik weer verloren.” Hij grijnst erbij.

Paolo Giordano is de Italiaanse schrijver van de internationale bestseller De eenzaamheid van de priemgetallen (2009). Deze week verscheen zijn nieuwe, derde roman De hemel verslinden in het Nederlands. De roman gaat over „de nood aan geloof”, zegt hij. Hij preciseert: de roman stelt dat aan de orde. „Ik vind dat we een slechte houding hebben ontwikkeld tegenover romans, wanneer we over ze denken als verhalen met onderwerpen. Dat zijn ze niet, het zijn verhalen over mensen. Romans gaan over hoe je als mens reageert op dat zogenaamde ‘onderwerp’, op gebeurtenissen, het leven, de wereld. Vroeger reisde de schrijver de wereld over en bracht verslag uit vanuit plaatsen die je niet kon bereiken. Nu de hele wereld bereikbaar is, moet de schrijver een andere ervaring bieden: graven naar een plek die anders veronachtzaamd wordt. Diep in de wereld duiken, zo voelde wat ik deed.” Onzeker: „Ik weet niet of dat ergens op slaat?”

De wereld waarin De hemel verslinden duikt is die van Teresa. Ze is de verteller, een Turijnse die opgroeit in de jaren negentig, we zien haar jeugd, de zomers op het platteland waar haar oma woont, waar ze kennismaakt met drie jongens die de koers van haar leven mede gaan bepalen. Het verhaal leidt langs een ontworsteling aan de kerk, een alternatieve microsamenleving, een conventioneel huwelijk, een onderdompeling in milieuactivisme. Aan het eind van het boek is Teresa begin dertig en is haar wereld een paar keer ingestort en zijn vele verschillende overtuigingen gekomen en gegaan.

Alles begint bij Bern, de buurjongen op het platteland, haar jeugdliefde, later niet meer en nog later wel weer, hij wordt haar echtgenoot, ze scheiden, hij blijft ongrijpbaar. „Ik had al een jaar voordat ik begon te schrijven gedachten en notities over een personage als hij – ergens heeft hij iets heel oorspronkelijks, iets wat de mensen om hem heen voelen, maar niet volledig vatten.” Giordano, opgeleid als natuurkundige: „Hij is een soort zwart gat, waar alle materie omheen versnelt en door wordt aangetrokken, opgezogen. De personages stralen en storten ineen.”

Dat begin, waarin de personages jong zijn en sterk verbonden met elkaar, doet denken aan ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’. Vanwaar die fascinatie voor jongeren?

„Ik was nogal bezig met iets wat bepalend is in het leven van jongeren: hoezeer je wordt beïnvloed door degenen om je heen. Er lijkt altijd iemand sterker en wilder, intenser levend. Dat gevoel hebben Teresa en Tommaso bij Bern – en zo herinner ik me die tijd nu ook. Het gekke is: we projecteren dat beeld op iemand anders, maar vervullen zelf voor anderen die rol. We zijn tegelijk leiders en apostelen. Dat zag ik pas in toen ik dit boek schreef. Dat is één van de interessantste dingen van schrijven: het dwingt je je leven telkens te hervertellen, en die vertelling verandert als je ouder wordt. Mijn idee over jong zijn is nu heel anders dan toen ik tien jaar geleden De eenzaamheid van de priemgetallen schreef.”

Lees ook de recensie van Giordano’s vorige roman, Het zwart en het zilver: Giordano vlucht in gezochte filosofieën

Wat héb je daaraan, aan dat hervertellen?

„Het geeft je een gevoel van samenhang. Uiteindelijk is er misschien niet zoiets als intrinsieke samenhang, maar een coherent verháál over wie je bent, is wel prettig. Dat is het eerste dat je nodig hebt om te genezen van die pijn en verwarring die je tegenkomt wanneer datgene waarin je gelooft ineenstort. Iets dat tot dan toe vormde wie je was en zin aan je leven gaf – of dat nu idealen zijn, een geloof, of een jarenlange vriendschap of liefde. Dan moet je opnieuw op zoek naar wie je bent, en reïncarneer je als het ware in een nieuw verhaal.”

Het boek hervertelt ook de levens van de personages, doordat er nieuwe informatie opduikt. Was die structuur vanaf het begin het plan?

„Nee, in het begin wist ik nog niets. Ik wilde bij dit boek proberen helemaal in het duister te tasten en te kijken wat er zou gebeuren. Als je twintig bent kun je jezelf ook niet van bovenaf bekijken en de plot zien, je moet de confrontatie aangaan, op ooghoogte. Misschien is dit alleen voor mij interessant hoor, maar: wat ik leer over het leven, vertelt me ook hoe ik een roman moet schrijven. Bijvoorbeeld: als je merkt dat mensen je verrassen, kun je toch ook geen alwetende, plottende schrijver meer zijn? Dus voor ik dit boek begon te schrijven, was ik twee jaar bezig me te ontdoen van wat ik geleerd had over hoe dat moest, een boek schrijven.”

Foto: Merlijn Doomernik

Waarom was dat zo belangrijk?

„Ik lees graag boeken met een gevoel van nieuwigheid – alsof je voor het eerst de wereld ontdekt, of seks, of politiek, of vriendschap. Voor deze roman schrijf ik over hoe twintigjarigen de wereld ervaren. Alle kennis die ik zelf had opgedaan over het leven, moest ik daarom overboord gooien, ik wilde niet mijn eigen gewicht in het boek voelen. Ik wilde niet schrijven met mijn hoofd.”

Maar?

„Eh, met iets interessanters dan mijn hoofd. Ik ben nogal rationeel aangelegd en ik zie de zin daarvan in én de beperking. Dit is een roman, die gaat niet over ratio. Dus als ik schrijf, moet ik niet controleren of analyseren wat ik doe, maar me laten verdrinken in mijn verhaal – de controle komt achteraf wel. Mijn schrijven wordt betekenisvol wanneer het me iets toont dat ik nog niet weet. De eerste scène van de roman, waarin de drie jongens ’s nachts betrapt worden in het zwembad bij Teresa’s oma, schreef ik op zonder precies te weten welke kant het opging, maar het werd de geboorte van het verhaal.”

Dat klinkt als een tamelijk wanhopig makende bezigheid, voortdurend niet willen weten waar je nou mee bezig bent.

„Weet je: de helft van de tijd is schrijven zuivere verwarring. Een lezer heeft daar gelukkig geen idee van, die krijgt een af boek in handen, waarin alles achteraf overdacht, gezeefd en in elkaar gezet is. Van een detail in die eerste scène zag ik later pas hoe dat betekenisvol kon zijn. Teresa ziet haar vader een steen oppakken en dat doet iets met hun verhouding als vader en dochter. Zo moet een metafoor natuurlijk werken: eerst moet het symbool zich aandienen, dan pas de betekenis. Anders wordt het gezocht en geconstrueerd.”

„Er zit iets fundamentalistisch in ons allen en dat is vooral gevaarlijk voor twintigers.”

Toen je alles overdacht en zeefde, had je toen een idee waar het boek over ging?

„Ja, over geloof. Het hebben en het verliezen van geloof – zo’n onderwerp werkt bij mij als een vraag: hoe kiezen we waarin we willen geloven? Dat was in het Europa van vijftig jaar geleden misschien makkelijk, je had duidelijke opties, of géén opties. Je geloofde wat de mensen om je heen geloofden, wat bij je identiteit hoorde. Vandaag de dag zijn we veel vrijer om te kiezen waarin we geloven, en daarom is het ook moeilijk. Zingeving voelt daarom als een van de belangrijkste kwesties van onze tijd.”

Móét je kiezen? Moet je geloven?

„Het lijkt mij heel moeilijk om een leven te leiden zonder iets groters dat zin geeft. Ik zie dan wanhoop voor me: wat is dan de betekenis van alles? Ik ben althans niet gemaakt voor de mate van vrijheid van het heden. De personages verliezen zichzelf in die zoektocht naar betekenis en dat bepaalt de gebeurtenissen in hun levens. Bern kan zijn honger naar betekenis niet beheersen en dat brengt hem in groot gevaar. Voor vooral twintigers is onversneden idealisme aantrekkelijk – integralismo, hoe vertaal je dat? Fundamentalisme? Dat heeft nogal specifieke connotaties – maar ja, er zit iets fundamentalistisch in ons allen en dat is vooral gevaarlijk voor twintigers. Op die leeftijd test je je principes, bepaal je hoe je in de wereld staat.”

Teresa lijkt minder gemakkelijk van haar stuk te brengen. Waarom verliest zij zich niet?

„Nou, zij ontwikkelt wel een heel sterke kinderwens, een overtuiging over het heilzame van het moederschap. Maar inderdaad: er ligt een onrechtvaardigheid onder het verhaal, Teresa is steviger geworteld dan de anderen. Ze komt uit een hoogopgeleide, rijke familie uit het noorden van Italië, de anderen uit het armere zuiden.”

Dat bepaalt hun identiteit?

„Dat sociale verschil tussen hen is heel bepalend wanneer de dingen onzeker worden, de overtuigingen van de jongens storten veel gemakkelijker ineen. Kijk, een van de grootste teleurstellingen in mijn land is het onderwijs. Na de Tweede Wereldoorlog zou onderwijs de belangrijkste manier zijn om het land gelijkwaardig en eerlijk te maken. Maar decennialang is er niet geïnvesteerd in het onderwijssysteem. Omdat het een lange-termijnkwestie is, je wint er geen stemmen mee. Gevolg is dat de verschillen in de kwaliteit van het onderwijs nu zó groot zijn, tussen scholen, tussen steden, tussen delen van het land, dat het je kansen in het leven bepaalt. Sociale verschillen worden alleen maar groter.”

Is dat ook iets dat je persoonlijk bezighoudt? Je komt uit Turijn…

„Ja, middenklasse, Turijn, ik had veel geluk. Maar die groter wordende verschillen houden me bezig – het voelt alsof we op de drempel van grote verschuivingen staan. Technologie is nu de grote verdeler, wie geboren is in een wereld met internet, ontwikkelt in feite andere organen. Mijn personages en ik zijn gevormd toen er een ander paradigma heerste, de heersende overtuigingen zijn langzaamaan ingestort. In mijn roman neem ik in feite een lange aanloop om in het heden uit te komen. Ik wilde deze roman schrijven omdat we nú naarstig zoeken naar betekenis, in een post-literatuurwereld.”

Post-literatuurwereld? Maar was het schrijven van dit boek dan zinloos? Geloof je nog ergens in?

„In geloof op zichzelf. Ik ben ervan overtuigd dat er zin bestaat, al ken je die misschien zelf toe. Maar ik geloof ook wel in een grotere bedoeling van alles, dat alles gebeurt met een betekenis. Ik zou het moeilijk vinden om pijnlijke gebeurtenissen als lukraak en op zichzelf staand te beschouwen, zonder zin of doel of consequentie. Van zoiets maken we nog een verhaal, en daarmee wat we altijd maakten met verhalen: betekenis. Boeken schrijven komt voor mij het dichtst in de buurt van zin geven.”

    • Thomas de Veen