Recensie

Moeizaam debuut van Blood Orange

Pop Op Negro Swan creëerde Hynes een nieuw soort r&b. Live kwamen zijn uitzonderlijke kwaliteiten nog niet tot hun recht.

Alles wijst op kracht en inzet in het lichaam van zanger Dev Hynes. Hynes – oftewel Blood Orange – buigt zich voorover in een crooners-pose, grijpt de microfoon vast en lijkt zich op te laden voor een robuuste uithaal. Maar wat we horen is eerder gefluister dan klinkende zang. En zo gaat het vaker, tijdens het optreden in de Max, Amsterdam: een stijl of stemming wordt aangeslingerd, maar niet uitgewerkt.

De in New York wonende Londenaar Hynes, evolueerde het afgelopen decennium van punkmuzikant (in de band Test Icicles) naar singer-songwriter (onder de naam Lightspeed Champion), tot bedenker van delicate r&b-liedjes, voor anderen – zoals Solange Knowles – en zichzelf. Zijn dit jaar verschenen vierde albumNegro Swan werd een doorbraak. Op Negro Swan creëerde Hynes een nieuw soort r&b: met de dansbare ingrediënten, maar zonder de zoetsappigheid; rozengeur verandert hier in twijfel en uitsluiting. De teksten over onder andere discriminatie worden gevoelvol omhuld door transparante muzikale lagen. Synthesizers zijn ijl als vitrage, harmonische thema’s plooien zich bescheiden naar zijn persoonlijke strijd.

Dinsdagavond speelde Blood Orange zijn nummers voor het eerst live in ons land, met vier muzikanten en twee achtergrondzangers. Hynes, zelf achter zijn vleugel of met gitaar, zong toepasselijk zacht maar soms ook te zacht. En hoe soepel de muzikanten afzonderlijk ook klonken, onderling ontstond geen samenhang. Nummers begonnen swingend, zoals ‘Charcoal Baby’ met Hynes’ Chic-achtige gitaarintro, maar het ritme werd vervolgens onderbroken, of de zang kwam niet tot bloei.

Zo werd dit een wankel optreden, al was de inzet van beide kanten groot – het publiek in de uitverkochte zaal klapte en juichte als een nummer zonder veel kleerscheuren werd afgerond. De uitzonderlijke kwaliteiten van Blood Orange kwamen nog niet tot hun recht.

    • Hester Carvalho