Minister erkent ‘omissie’ in informatie over Stint-verbod

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) erkende donderdagavond dat ze de Tweede Kamer te laat volledig heeft geïnformeerd over een incident met een Stint in Amsterdam.

Sinds het verbod van de Stint moeten veel kinderdagverblijven alternatief vervoer regelen, zoals busjes. Foto Rob Engelaar/ANP

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) heeft de Tweede Kamer te laat geïnformeerd over een eerder incident met een Stint in Amsterdam. Dat heeft ze donderdagavond erkend in het eerste Kamerdebat over het noodlottige ongeluk met de elektrische bakfiets in Oss op 20 september.

Een verklaring over dat eerdere incident bij een kinderopvang in Amsterdam lag mede ten grondslag aan het besluit van Van Nieuwenhuizen om de Stint op 1 oktober voorlopig niet meer op de openbare weg toe te staan. De verklaring, waar de politie een proces-verbaal van heeft opgemaakt, werd door de betrokken crèchemedewerkster later aangepast en afgezwakt. Zij vond de conclusie die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) eraan gegeven te stellig en niet stroken met haar ervaring. De ILT rapporteerde dat de Stint in Amsterdam door een haperende rem „op hol was geslagen”.

Lees ook: Hoe de Stint een politieke kwestie werd

De afgezwakte verklaring van de crèchemedewerkster die pas na het Stint-verbod is opgesteld, vond de minister „niet relevant” genoeg om meteen aan de Kamer te melden. Dat deed ze pas op 18 oktober in de schriftelijke beantwoording van ruim zestig Kamervragen.

Van Nieuwenhuizen zei donderdag dat de aangepaste verklaring over het incident in Amsterdam „niet doorslaggevend” was geweest voor haar besluit om de Stint van de weg te halen. Toch noemde ze het niet meteen informeren van de Kamer hierover „een omissie”. „Dat betreur ik.”

Feitenrelaas

De oppositiepartijen, GroenLinks, de SP en de PVV voorop, vinden dat de minister nog eens precies op een rij moet zetten hoe die informatiestromen rondom de aangepaste verklaring rond 1 oktober precies zijn verlopen. Op basis daarvan willen zij hun politieke oordeel over het handelen van Van Nieuwenhuizen in het Stint-dossier vellen.

Omdat het ministerie er niet in slaagde om nog tijdens het debat van donderdag dat nieuwe feitenrelaas te geven is het debat tot volgende week dinsdag verdaagd.

Minister Van Nieuwenhuizen heeft de Kamer al wel toegezegd om er bij TNO op aan te dringen om het lopende onderzoek naar de veiligheid van de Stint zo snel mogelijk af te ronden, zodat de gedupeerde kinderdagverblijven en andere betrokken partijen snel duidelijkheid kunnen krijgen over de duur van het Stint-verbod.

    • Philip de Witt Wijnen