Opinie

    • Luuk van Middelaar

Merkels leiderschap: noodzaak plus moed

Merkel gaat. Volgende maand geeft ze het partijleiderschap op, nog tot uiterlijk 2021 is ze bondskanselier. De sequentie ligt vast, maar onzeker is hoe het uitpakt voor haar CDU, de Bondsregering, Duitsland en Europa. Merkel sprak zelf van een „waagstuk”. Het loskoppelen van partijleiding en landsleiding is een gok, maar een „met meer kansen dan risico”. Misschien valt de regering snel, omdat de SPD eruit stapt of haar CDU-opvolger van haar af wil. Maar misschien lukt het haar alsnog – goeddeels verlost van partij-intriges – haar regering een tijd fatsoenlijk te leiden.

Met alle onzekerheden tekent deze beslissing Merkels stijl van leiderschap. Haar korte aftreedrede is een krachtig zelfportret. Het vakmanschap zit in beheersing van de tijd: „Na alles wat er gebeurd is [...], kunnen we niet overgaan tot de orde van de dag. We moeten een pauze inlassen. Ik in elk geval doe dat.” Je hoort vervolgens een politica met niet alleen een afgewogen oordeel, maar ook moed. Die ons doet voelen dat zij en zij alleen dit historische besluit heeft genomen.

Zeggen dat 2 + 2 uitkomt op 4 heeft met politieke beslissingen niets te maken.

Al te vaak wordt „Dr. Merkel”, gepromoveerd in de scheikunde, neergezet als klinische wetenschapper. Zeker: ze is rationeel en berekenend en betrekt zoveel mogelijk factoren in haar conclusies. Maar de vergelijking loopt snel scheef. Politiek is geen wetenschap. Merkel, een toppolitica, weet dat. Haar vak is: besluiten nemen. En een politiek besluit is geen logisch uitvloeisel van een redenering. Zeggen dat 2 + 2 uitkomt op 4 heeft met beslissen niets te maken. Kiezen voor of tegen wapenexport naar Saoedi-Arabië wel. Een besluit is een persoonlijke keuze die niet geheel objectiveerbaar is, en juist daarom moet worden belichaamd. Natuurlijk wil de beslisser zoveel mogelijk belangen meewegen en kun je – zoals Merkel graag deed – stap voor stap opereren en compromissen zoeken. Maar voor de leider komt onherroepelijk een keuzemoment.

Twee besluiten domineren Merkels Europese erfenis. Tweemaal een noodsituatie waarin de bondskanselier eigenhandig besloot dat bestaande regels mochten wijken, met een beroep op hogere waarden. In mei 2010 dreigde de euro te bezwijken. Na talmen schoof Merkel de heilige huisjes van de Duitse monetaire orthodoxie opzij; ze stemde in met reddingsfondsen voor Griekenland en liet toe dat de Europese Centrale Bank staatsschuld opkocht. Haar uitleg in de Bondsdag, nadien vele malen herhaald: „Als de euro faalt, dan faalt Europa.” Ze greep zo terug op het idee van Europa – dat in Duitsland nog voor vrede en verzoening staat – ter rechtvaardiging van een betwist politiek besluit, om acuut gevaar te bezweren. Ze nam verantwoordelijkheid, maar legde ook de kiem van de AfD, in 2013 opgericht als anti-euro-partij. Toch zou ze het opnieuw doen.

Hetzelfde patroon in de vluchtelingencrisis, september 2015. Geconfronteerd met een dramatische mensenstroom besloot de bondskanselier de EU-afspraken voor asiel buiten werking te zetten en de Syriërs die collega Viktor Orbán vanuit Boedapest op de bus richting Duitsland zette, niet naar het EU-land van aankomst terug te sturen. Ditmaal klonk het: „Als Europa faalt in de vluchtelingencrisis, doorbreken we de band met de universele mensenrechten waarvoor Europa staat.” Opnieuw koppelde ze de noodzaak van het moment aan een ethisch beginsel, om haar besluit te verdedigen.

Drie weken na het grensbesluit zei Merkel op een persconferentie: „Velen hebben gezegd: u was overdonderd en verrast, maar er zijn nu eenmaal situaties waarin moet worden beslist. Ik kon niet twaalf uur wachten en overleggen. De mensen zijn op de grens afgemarcheerd, en toen hebben we dit besluit genomen.” Dit besluit, dat de kwijnende AfD leven inblies als anti-migratiepartij, kost haar drie jaar later de kop. Maar ze zou het zo opnieuw doen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar Europees recht (Leiden). Deze column is wekelijks.
    • Luuk van Middelaar