Manfred te Grotenhuis legde statistiek uit met Miles Davis

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Manfred te Grotenhuis (1967-2018) was een bevlogen en onconventioneel statisticus en socioloog.

Manfred te Grotenhuis kreeg een 9,9 van zijn studenten voor zijn prestaties als docent.

Hoe groot is de kans dat je geraakt wordt door de bliksem? Of twee keer de loterij wint? Klein natuurlijk, zegt Manfred te Grotenhuis in de zomer van 2015 tegen de bezoekers van het Zwarte Cross-festival. „Maar wat als je het nou héél vaak gaat proberen?” Als je bedenkt dat er zeventien miljoen mensen in Nederland wonen, is het logisch dat er elke dag wel één iemand iets geks beleeft. Of neem het heelal! Zó enorm, dat er continu meteorieten op planeten knallen en sterren met elkaar botsen. „Dan móét er wel leven ontstaan.” Toeval, wil Te Grotenhuis maar duidelijk maken , bestaat niet.

De weg naar de Radboud Universiteit, waar Manfred te Grotenhuis sinds 1995 als statisticus en socioloog werkte, was lang. Hij wordt in 1967 geboren in Dinxperlo, een dorpje tegen de Duitse grens. Zijn vader volgde nooit een opleiding, hij heeft baantjes in de houtbewerking en de plaatselijke industrie. Zijn oudste zoon, zo blijkt al vroeg, heeft andere interesses. Op zolder haalt hij als tienjarige televisies en buizenradio’s uit elkaar. „Hij had vrij snel in de gaten hoe je zo’n radio moest repareren”, vertelt zijn jongere broer Harald. „Ik mocht helpen, kreeg een tangetje in mijn hand. We stonden vaak onder stroom met z’n tweeën.”

Twee werelden

Te Grotenhuis gaat naar de mavo en de mts. Als hij zijn eerste baantje als elektricien krijgt, zegt hij: „Ik sta nu stopcontacten aan de muur te draaien maar dat deed ik tien jaar geleden al. Ik moet iets anders gaan doen.” Na een hbo-opleiding gaat hij sociologie studeren, iets waar zijn vader aanvankelijk niets van begrijpt. Harald: „Hij dacht: werken doe je met je handen. Een praktische opleiding, daar moet je het bij laten.”

Als academicus uit de Achterhoek leeft Manfred te Grotenhuis eigenlijk in twee werelden, vertelt zijn vrouw Anita Saarloos. „In het begin had hij wel eens moeite met de etiquette. Dan vroeg hij: moet je een broodje kroket met mes en vork eten?” De faculteit wordt al snel zijn tweede thuis. Iedere dag fietst hij vanuit Westervoort naar de universiteit in Nijmegen, 30 kilometer heen, 30 kilometer terug. Hij is een onconventionele en daardoor geliefde docent. Hij draait muziek tijdens colleges – van Top 40 tot Normaal en Miles Davis – draagt informele kleding, heeft twee oorbellen. Zijn kostuum voor academische plechtigheden trekt hij alleen aan als het echt niet anders kan.

Met zijn wetenschappelijke houding en streven naar kwaliteit dwingt hij veel respect af, zegt zijn leidinggevende, hoogleraar sociologie Peer Scheepers. „Recent gaf hij voor het bestuur van de universiteit een ingewikkelde voordracht over beloningsverschillen. Hij liet zien dat voorgaande analyses tekortschoten. Hij nam de wetenschappelijke integriteit erg serieus, wilde alles eerst van vijf kanten bekijken.”

Te Grotenhuis vond het belangrijk dat wetenschappelijke kennis voor een breed publiek toegankelijk was. Via zijn eigen YouTube-kanaal probeerde hij moeilijke materie, zoals de relaties tussen ordinale en nominale variabelen, op een laagdrempelige manier uit te leggen. Toen hij merkte dat er geen dunne, begrijpelijke boeken over statistiek en het softwareprogramma SPSS bestonden, schreef hij ze zelf. Zijn publicaties gingen vrijwel altijd vergezeld van een wervend persbericht. Krantenredacties konden een brief verwachten als Te Grotenhuis iets had gelezen wat hij nergens op vond slaan.

Zijn bevlogenheid en visie op het statistiekonderwijs leverden hem diverse prijzen op. In 2014 werd hij door zijn universiteit genomineerd voor de Wharton Award, een prestigieuze onderscheiding voor innovatief wetenschappelijk onderwijs. Dit voorjaar kreeg hij van studenten die zijn cursus regressie-analyse volgden een 9,9 voor zijn prestaties als docent. Hoogleraar Peer Scheepers: „Manfred zal daarover gegniffeld hebben, maar ook hebben gedacht: ‘Er is nog ruimte voor verbetering’.”

Te Grotenhuis leverde eerder dit jaar nog een bijdrage aan het onderwijsblog van NRC: De universiteit is helemaal niet overspannen

Formaat tennisbal

De lat lag hoog, ook voor anderen. „Dat was de keerzijde van Manfred, je deed het niet snel goed”, zeggen zijn vrouw en broer. Maar het leidde er ook toe dat hij eigenlijk voor twee heeft geleefd. Dat hij 10 lesboeken schreef en 95 wetenschappelijke artikelen, dat hij als amateurwielrenner aan wedstrijden meedeed en een enthousiaste vader was voor zijn twee kinderen.

Als Manfred te Grotenhuis dit voorjaar een e-mail wil typen, valt zijn rechterhand uit. Op 9 juni krijgt hij slecht nieuws: op scans is een hersentumor van het formaat tennisbal te zien. Direct is duidelijk dat het niet meer goed zal komen. Te Grotenhuis blijft zoveel mogelijk werken, hij wil tot het einde zinvol bezig zijn. In het hospice wordt voor hem een werkplek ingericht, inclusief een flinke muziekinstallatie. Een paar dagen voor zijn dood zet hij nog een tentamen online.

Kanker, wist Te Grotenhuis, ontstaat doordat miljarden cellen zich onophoudelijk delen. Het is niet iets wat je zomaar overkomt. Geen toeval, maar het optreden van een unieke gebeurtenis. Een keiharde statistische wet.

    • Anne-Martijn van der Kaaden