Is muziek nu een opiaat of een blikopener?

Filosofie Maakt muziek je tot een beter mens? Filosoof Alicja Gescinska zocht het antwoord bij componisten en filosofen en schreef een essay.

De Portugese fadozangeres Amália Rodrigues in 1959. Gescinska: „Als zij begint te zingen, drukt zij haar eigen gemoed uit én weerklinkt het verhaal van een heel volk.” Foto AFP

Tijdens haar kinderjaren in het Vlaamse dorpje Lede zat Alicja Gescinska (37) met haar twee oudere zussen in een koor. „Dat was het enige moment dat ik vergat dat we uit Polen kwamen. Tijdens het zingen voelde ik me onderdeel van het geheel.” Op jonge leeftijd ondervond ze al aan den lijve: „Van muziek gaat een heel verbindende kracht uit.”

Zeven was ze toen haar ouders, beiden ingenieur, met haar uit Warschau naar België vluchtten, een jaar voor de val van de Muur. De vlucht heeft een groot stempel gedrukt op het leven van Gescinska, filosofe, schrijfster en presentatrice van het Vlaamse filosofische televisieprogramma Wanderlust. „Ik heb het altijd lastig gevonden om me ergens thuis te voelen.” Maar als ze muziek opzet van de Poolse componist Chopin, komt ze „thuis bij zichzelf”.

Vandaar ook de titel van haar onlangs verschenen essay: Thuis in muziek. Maakt muziek ons tot beter mens? Ja, is het antwoord van Gescinska. Sinds ze op haar zeventiende voor het eerst werd betoverd door de klanken die een klasgenoot uit de piano toverde, was ze daarvan overtuigd. Toen ze de kans kreeg om de wereldberoemde Poolse componist Krzysztof Penderecki die vraag voor te leggen, was ze meer dan opgetogen. Drie weken na de bevalling van haar derde zoon belde Vlaams cultuurhuis Flagey. Of ze de man die filmmuziek voor regisseur Stanley Kubrick schreef en door The Guardian de beste levende componist werd genoemd, wilde interviewen. Gescinska ging meteen. Verwachtingsvol vroeg ze hem: maakt muziek ons tot beter mens? Gaat van de schitterendste klanken een helende werking uit? ‘Nie’ was zijn afgemeten antwoord. Ze kon het niet geloven. Was dit de man die een deel van zijn Pools Requiem had geschreven voor de slachtoffers van de neergeslagen arbeidersprotesten in Gdansk? De man die een treurlied had geschreven voor de slachtoffers van de atoombom op Hiroshima? Hoezo ‘nee’?

Volgens Plato zou repetitieve instrumentale muziek, bedoeld om op te dansen, leiden tot het ontsteken van oerdriften

Gescinska liet het er niet bij zitten. Ze begon een filosofische zoektocht, waarvan het prachtig en beknopt geschreven boekje de uitkomst is. ‘Bewijs’ vond ze in de theorieën van filosofen als Immanuel Kant, Max Scheler en Vladimir Jankélévitch. Het is niet zo dat wie naar Bach luistert of regelmatig naar een concert gaat een beter mens wordt, zegt Gescinska. „Trump een cassettebandje sturen met Chopin, dat werkt niet. Het is zoals de Franse filosoof Vladimir Jankélévitch zei: muziek opent de harten, op voorwaarde dat je een hart hebt.”

Nostalgisch verlangen

Hoe werkt het dan wel? De muziek die je na een lange werkdag opzet heeft dezelfde werking als een goed glas wijn, zegt Gescinska. „Maar muziek kan meer zijn dan dat. Het kan een pleister op de wond zijn, maar dus ook een sleutel die je hart opent.”

Gescinska linkt moraliteit aan empathie. „Muziek en kunst dragen bij tot empathie en daardoor tot wederzijds begrip”, schrijft ze in haar essay. Empathie is iets anders dan de gevoelens van een ander herkennen, het gaat erom dat je kan doorvoelen wat die ander doormaakt. Enerzijds kunnen we dat intuïtief, dankzij zogenaamde spiegelneuronen. Anderzijds moeten we daarvoor een beroep doen op onze interne database met gevoelservaringen. Muziek kan je helpen om die uit te breiden, zegt Gescinska. Een componist heeft een werk gemaakt met een bepaald doel of een bepaald gevoel. „Het zijn niet zomaar een paar klanken. Door geconcentreerd te luisteren, ervaar je die emotie.” Ze noemt de Portugese fadozangeres Amália Rodrigues als voorbeeld. „Als zij begint te zingen, drukt zij haar eigen gemoed uit én weerklinkt het verhaal van een heel volk. Je daarvoor openstellen, vergroot je begrip: van de ander en van jezelf.”

Luister hier naar Amália Rodrigues.

In het werk van een ander kunnen we een deel van onszelf herkennen dat we niet altijd onder woorden kunnen brengen, schrijft Gescinska. „Door Penderecki’s Pools Requiem te luisteren krijg ik meer begrip voor wie ik zelf ben en het land waar ik vandaan kom. Ik herken een bepaalde nostalgisch verlangen.”

Muziek is een integraal onderdeel van onze identiteit, zeg ze. „Waarom delen we anders onze muzikale voorkeuren op datingprofielen?

Niet alle filosofen zijn het met haar eens, zo blijkt uit haar essay. Plato waarschuwde dat muziek gevaarlijke veranderingen in de maatschappij kan veroorzaken. Met name repetitieve instrumentale muziek, bedoeld om op te dansen, zou leiden tot het ontsteken van oerdriften. Eeuwen later wees Theodor Adorno op de schadelijke kracht van pop en jazz, dat ons tot tamme, domme burgers zou maken. Nog steeds zijn filosofen verdeeld over de vraag of muziek een opiaat of een blikopener is.

Het kan beide functies hebben, zegt Gescinska. Alle muziek in restaurants en trams mag van haar verdwijnen. „Er is te veel ruis. We gebruiken klanken om de stilte te verdrijven. Door de overdaad aan prikkels, verleren we het luisteren.”

Lees ook het interview met componist Kate Moore: ‘In mijn muziek streef ik naar een chemie tussen klanken’

In haar essay haalt ze bijna alleen maar klassieke componisten aan. Hoe zit het met pop of elektronische muziek? Dat kan hetzelfde effect hebben, benadrukt ze. „Ik spreek liever van eenvoudige en complexe muziek. Die laatste variant brengt meer teweeg blijkt uit neurowetenschappelijk onderzoek, omdat je hersenen meer dwarsverbindingen moeten maken om die te doorgronden, maar zelfs simpele muziek kan ons op jonge leeftijd al het perspectief van de ander leren kennen”, zegt Gescinska. „Je groeit in klanken. Iedereen begint met ‘Blup blup ik ben een vis’.”

Geconcentreerd luisteren

Een ding is wel van belang: het reflecteren op muziek vereist concentratie, zegt ze. „Niemand vindt meteen wat van een opera. Het vereist moeite.” Luister je geconcentreerd, dan leer je je focussen, zegt Gescinscka.

Muziek zou daarom een veel centralere rol moeten innemen in ons onderwijssysteem, vindt ze. Ze kent een voorbeeld uit haar directe omgeving. „Er is een koor in België, in Molenbeek, een probleemwijk in Brussel. Dat gaat bij scholen langs.” Iedereen die wil mag meedoen. Kinderen van alle nationaliteiten kijken naar een dirigent, treden samen op. „Hun schoolprestaties gaan vooruit, omdat ze zich beter leren focussen. Ouders gaan mee. Het is niet alleen een koor, het is veel meer dan dat. Het geeft die kinderen een doel, ze voelen zich gezien.”

    • Rolinde Hoorntje