Hoe de Stint een politieke kwestie werd

Het verbod op de Stint

Minister Van Nieuwenhuizen ligt onder vuur vanwege haar besluit om de Stint van de weg te halen. De bolderkar en de minister, in vier vragen.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) voorafgaand aan het Kamerdebat donderdagavond over de Stint. Foto Robin Utrecht/ANP

Wat op 20 september begon met een vreselijk ongeluk, is zes weken later een politiek steekspel. Op een spoorovergang in Oss botste een elektrische bolderkar op een trein. Vier kinderen kwamen om, een vijfde kind en een medewerkster van een kinderopvang raakten zwaargewond.

De oorzaak van het ongeluk is nog onbekend. Het kan zowel een technische als een menselijke fout zijn geweest. Wel was er meteen veel aandacht voor het voertuig dat sinds de introductie in 2012 populair werd bij kinderopvangorganisaties. De Stint bleek een goed alternatief voor auto’s en busjes om jonge kinderen te vervoeren tussen school en opvanglocatie.

Totdat minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) op 1 oktober besloot om de Stint tijdelijk te verbieden. Sindsdien is er veel kritiek op dat besluit. Oppositiepartijen verwijten de minister dat ze onjuiste motieven hanteert voor het verbod en dat zij de Tweede Kamer onjuist heeft geïnformeerd. De rechter bepaalde donderdag dat de schorsing is toegestaan, ondanks de problemen die dit met zich meebrengt voor de kinderopvang.

1 Hoe is de Stint destijds op de weg toegelaten?

Van Nieuwenhuizen had weinig tijd nodig om de Stint te verbieden. Haar voorgangster Melanie Schultz van Haegen had weinig tijd nodig om de Stint toe te laten. Dat was een gevolg van nieuwe wetgeving, ingevoerd om innovatieve voertuigen makkelijker toe te laten. Buiten de Europese typegoedkeuring om kreeg de minister per 2011 de mogelijkheid om ‘bijzondere bromfietsen’ aan te wijzen. De Segway was de eerste.

Bij de Stint zat er 3,5 maand tussen aanvraag en goedkeuring. Bedenkingen van de twee betrokken keuringsinstanties, RDW en SWOV, werden genegeerd. Er is inderdaad minder toezicht door de overheid dan op andere voertuigen, erkent een topambtenaar in juli 2011 in antwoord op zorgen van de RDW. „Maar dit risico wordt, gelet op de kleine aantallen, aanvaardbaar geacht.” Tot de schorsing reden 3.500 Stints rond.

Voor een ‘bijzondere bromfiets’ gelden minimale eisen: rijbewijs of helm zijn niet verplicht voor bestuurders vanaf 16 jaar. Inmiddels zijn er 17 voertuigen in deze categorie toegelaten. De Stint is het enige voertuig voor meerdere personen. In de Stint voor bso’s kunnen tien kinderen in de leeftijd 4 tot en met 12 jaar worden vervoerd. De snelheid is maximaal 17,2 kilometer per uur.

2 Waarom is de Stint van de weg gehaald?

Op maandag 1 oktober besloot de minister om de toelating van de Stint met onmiddellijke ingang te schorsen, ofwel tijdelijk te verbieden. Ze deed dat op grond van de eerste resultaten van een ‘verkennend technisch onderzoek’ van politie, Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT). Die gaven „aanleiding tot twijfels over de technische constructie van de Stint”.

In een feitenrelaas noemt de ILT zes technische risico’s: onderbroken stroom kan leiden tot ongewenste versnelling, de gashendel kan dit niet opheffen, een veer in de gashendel kan breken, de handrem is niet krachtig genoeg, stoppen via de contactsleutel is onlogisch, kabels kunnen te warm worden. Daarnaast meldt het feitenrelaas een proces-verbaal uit Amsterdam, over drie incidenten met Stints. In haar Kamerbrief noemt de minister als aparte reden voor de schorsing dat er „zonder toets technische wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de Stint zoals die destijds is toegelaten”. Zij doelt op het verzwaren van de elektromotor van 800 naar 1.200 Watt.

3 Waren de motieven voor schorsing terecht?

De door de ILT gesignaleerde risico’s worden door andere onderzoekers en de fabrikant onwaarschijnlijk geacht en hebben zich in werkelijkheid niet voorgedaan. Alleen de veertjes in de gashendel zijn kwetsbaar. De fabrikant was bezig deze preventief te vervangen.

Het motief van de ongetoetste aanpassing is schimmig. In antwoord op Kamervragen schreef de minister dat elke wijziging gemeld behoort te worden. Tegelijk blijkt de zwaardere motor binnen de toegestane bandbreedte te passen en zijn de voorwaarden voor het melden van wijzigingen niet vastgelegd. In het kort geding over de schorsing gebruikte de advocaat van de minister dit argument niet. Belangrijker lijkt de vraag waarom een in juni 2012 toegevoegde noodknop in mei 2014 weer is verwijderd.

Het meest omstreden motief voor de schorsing is het proces-verbaal uit Amsterdam. RTL Nieuws ontdekte dat de ILT een melding van een medewerkster van een kinderopvang over remproblemen heeft uitvergroot tot „op hol slaan”. Dat zij haar verklaring later introk is genegeerd, een aanvulling op het proces-verbaal kwam pas woensdagavond boven water. Staatssecretaris Stientje van Veldhoven heeft op de dag voor het schorsingsbesluit de minister verteld over de ingetrokken melding. In het Kamerdebat donderdagavond zei de minister dat ze wist van de intrekking, maar dat de melding niet „van doorslaggevende betekenis” was voor haar schorsingsbesluit.

4 Hoe gaat het nu verder met de Stint?

Door de uitspraak van de rechter in het kort geding blijft de Stint tot zeker eind dit jaar verboden. De minister wacht een onderzoek van TNO af, dat „rond de jaarwisseling” klaar is. Er zijn nog vier andere onderzoeken gaande. De minister heeft RDW en SWOV adviezen voor nieuwe regelgeving gevraagd. Kinderopvangorganisaties moeten alternatief vervoer regelen, de fabrikant heeft naar eigen zeggen faillissement aangevraagd. Hij verwacht dat de Stint niet terugkeert op de weg.

    • Mark Duursma