Erven willen advies Kandinsky uit Stedelijk ongedaan maken

Roofkunst De erven van Hedwig Lewenstein willen teruggave van een Kandinsky van het Stedelijk Museum Amsterdam, omdat de veiling verband zou houden met het nazi-regime. De afwijzing van dat verzoek vechten ze nu aan.

Wassily Kandinsky, Bild mit Häusern, 1909. Foto collectie Stedelijk Museum Amsterdam

De erven van Hedwig Lewenstein-Weijermann proberen bij de bestuursrechter een bindend advies van de Restitutiecommissie te laten vernietigen. Dat heeft de advocaat van de drie eisers, Gert-Jan van den Bergh, donderdag bekendgemaakt.

De erven, twee Amerikanen en een Nederlander, hadden bij de bij de Restitutiecommissie gevraagd om teruggave van een schilderij van Wassily Kandinsky, Bild mit Häusern, dat tot de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam behoort.

Het museum maakte donderdag bekend dat de Restitutiecommissie heeft beslist dat het museum niet gehouden is tot teruggave van het Kandinsky-schilderij aan de erven Lewenstein. De Restitutiecommissie is een door de Nederlandse regering ingestelde onafhankelijke adviescommissie die oorlogsclaims onderzoekt.

Bild mit Häusern is een uit 1909 daterend meesterwerk dat in de permanente presentatie van het Stedelijk Museum is opgenomen. De gemeente Amsterdam kocht het schilderij op 9 oktober 1940 op een veiling, voor het luttele bedrag van 176 gulden. Het schilderij is nu vermoedelijk enige tientallen miljoenen waard.

‘Onvrijwillig verloren’

De drie eisers vroegen het schilderij terug omdat de veiling van het schilderij volgens hen direct verband hield met het nazi-regime. De twee kinderen van de in 1937 overleden Hedwig Lewenstein, de weduwe van een joodse naaimachinehandelaar in Amsterdam, zouden het werk zo onvrijwillig hebben verloren.

De Restitutiecommissie wees het verzoek af in een advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De veiling van het schilderij kan weliswaar niet los worden gezien van het nazi-regime, staat in het advies. Maar tegelijk, stelt de commissie, besloten de toenmalige eigenaren door hun verslechterde financiële omstandigheden zelf tot verkoop, al vóór de Duitse inval in mei 1940.

Die laatste omstandigheid biedt volgens de commissie een minder sterke grondslag voor restitutie dan wanneer sprak zou zijn geweest van roof of confiscatie door de bezetter. Ook het belang van het schilderij voor de collectie van het Stedelijk heeft het advies mede bepaald.

Jan Willem Sieburgh, interimdirecteur van het Stedelijk, laat in een persbericht weten dat hij zich realiseert dat het advies teleurstellend is voor de eisers: „Dit schilderij zal voor altijd verbonden blijven aan een pijnlijke geschiedenis.”

Volgens de advocaat van de eisers, Gert-Jan van den Bergh, hangt het bindend advies van de veronderstellingen aan elkaar: „En die vallen alle ten nadele van de eisers uit.”

Ook stoort het hem dat de grote betekenis van het schilderij voor de collectie van Stedelijk zo’n belangrijke rol speelt bij het advies om teruggave. Volgens de advocaat heeft de Restitutiecommissie geoordeeld in strijd met de Washington Principles on Nazi-confiscated Art, sinds 1998 voor Nederland en 43 ander landen het uitgangspunt bij oorlogsclaims. Omdat eigendomsclaims verjaard zijn, dienen restititutieverzoeken volgens de Washington Principles eerlijk en rechtvaardig te zijn.

Van den Bergh: „Dit advies is eerlijk noch rechtvaardig.”

Premiejager

De drie eisers worden bijgestaan door James Palmer, een Canadese premiejager die op zoek gaat naar families die recht zouden hebben op roofkunst in ruil voor een deel van de opbrengst.

Palmer vroeg de Britse wiskunde-hoogleraar Norman Fenton hoe groot de kans is dat alle vijf aannames in het advies over de Kandinsky juist zijn. „Fenton schatte die kans op minder dan 3 procent”, zegt Palmer in een reactie op het advies. „En al die aannames moeten juist zijn, wil het advies overeind blijven.”

Als de bestuursrechter het advies nietig zou verklaren, kunnen de eisers zich opnieuw tot de Restitutiecommissie wenden.

Het Stedelijk Museum heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de kunstwerken die tussen 1933 en 1945 onder verdachte omstandigheden in de collectie zijn gekomen. Onder de bijna 4.000 onderzochte werken bleken vijftien werken met een dubieurze herkomst. Het Stedelijk zegt er alles aan te doen om de belanghebbenden van die werken op te sporen.

Aanvulling: dit bericht is op 1-11-2018 om 12.45 uur uitgebreid.

Correctie: Norman Fenton is niet een Amerikaanse hoogleraar, hij is Brits. Ook James Palmer is niet Amerikaans, hij is Canadees.

    • Arjen Ribbens