Opinie

    • Clarice Gargard

Een sterke man is een leider met een hart

Ze worden wel eens ‘alfa’s’ en ‘macho’s’ genoemd. De zogenaamde ‘sterke mannen’ die zeggen hun land terug te willen veroveren – al is dikwijls onduidelijk wie het überhaupt heeft ‘afgepakt’. Het zijn vaak extreem-rechtse leiders die ondemocratische uitingen doen, tegen de pers zijn en toch vanwege hun vermeende daadkracht gelauwerd worden.

Zoals oud-militair Jaïr Bolsonaro die deze week de Braziliaanse presidentsverkiezingen won. Hij wordt door sommigen omschreven als een kruising tussen de radicaal-rechtse Amerikaanse president Trump en de gewelddadige Filippijnse leider Duterte.

Bolsonaro is een man die niet twijfelt om verdachten in favela’s neer te schieten, die afro-Brazilianen „dik en lui” noemt, een voorstander is van martelen en homo’s en transmensen verafschuwt. Zijn kracht toont hij door degenen met een zwakkere positie aan te vallen. Als een getrainde bokser die een kind een mep verkoopt.

In het publieke debat wordt er steeds meer over ‘toxische masculiniteit’ gesproken. Dat is een theorie die stelt dat mannen te vaak aan stereotype eigenschappen moeten voldoen omdat ze anders niet ‘mannelijk’ genoeg zijn. Altijd geacht worden ‘stoer’ of ‘sterk’ te zijn, kan schadelijk zijn voor mannen en hun omgeving. Maar die overtuiging is nog gevaarlijker wanneer je een land moet leiden.

Ook in het Westen zijn er steeds meer leiders die liever met ijzeren vuist dan zachte hand regeren. Denk aan Trump, Poetin, Orban of Erdogan. Hun aanhang lijkt desondanks enkel te groeien, met volgelingen die hen prijzen vanwege hun anti-democratisch en dictatoriaal gedrag, omdat het van een sterke wil zou getuigen.

Volgens sommige evolutionaire psychologen zijn er burgers die behoefte hebben aan een sterke mannelijke leider in tijden van crisis. Ondanks dat het vaak juist dat soort leiders zijn die de crisis in eerste instantie veroorzaken.

Het was namelijk een ‘sterke man’ – of dat trachtte hij in ieder geval te zijn – die de wereld de Irak-oorlog bracht. Een ‘sterke man’ die in het land van mijn ouders het creëren van kindsoldaten bijna tot een kunst verhief. En een ‘sterke man’ die zes miljoen Joden en andere ‘ongewensten’ zonder wroeging uitroeide.

Onlangs las ik het boek Ordinary Men: Reserve Police Battalion 101 and the Final Solution in Poland van historicus Christopher Browning. Over ‘gewone’ mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de Ordnungspolizei Joden executeerden. De paar mannen die weigerden de opdracht uit te voeren, werden als slappeling gezien. Terwijl compassie – in het bijzonder in tijden van crisis – een vorm van kracht kan zijn.

Als ik aan sterke mannelijke leiders denk, komen er oud-presidenten zoals Nelson Mandela en, wellicht iets onbekender, de Uruguayaanse president José Mujica – die een groot percentage van zijn salaris aan goede doelen afstond – in me op. Ze waren verre van perfect maar kozen er wel voor met hun hart te leiden, waardoor ze niet alleen verandering in hun land bewerkstelligden maar ook (een deel van) de wereld inspireerden.

Je moet als leider uiteraard tonen dat je sterk genoeg bent om te leiden. Maar soms zit er meer kracht in terughoudendheid. Het is namelijk moeilijker om te verenigen dan om te vernietigen, wanneer je de macht hebt om beide te doen.

Als ik naar de huidige staat van de wereld kijk, denk ik niet dat we behoefte hebben aan nog meer ‘sterke mannen’. En hunker ik naar leiders die ook ‘zwak’ durven zijn.

Clarice Gargard is programmamaker (BNNVARA) en freelance journalist.
    • Clarice Gargard